DIE POOLSE JONGEN
Feuilleton
DOOR JAC. OVEREEM
Deze gedachte baarde Mika grote zorg. En hij wist, dat hij er zeker van zijn kon dat men het hem afhandig zou maken.
Die nacht droomde hij weer. Hij was té intens bezig geweest met de puzzle, hoe zijn snijwerk te behouden, dan dat hij rustig zou hebben kunnen slapen.
Toen hij de volgende morgen wakker werd, scheen de eerste lichtstraal door het getraliede venster.
Het was nog zeer vroeg.
Hij bleef rustig liggen. Slapen kon hij toch niet meer. Zijn gedachten voerden hem overal heen. Hij vertoefde in Engeland, bij z'n vader; maar met één oogopslag was hij weer in Joegvallee. Het ging alles pijlsnel, op deze manier.
De grootste zorg baarde hem het ijzeren gordijn. Hij had er teveel van gehoord om er optimistisch over te zijn. De mensen zou hij, zoveel hem mogelijk was, uit het gezicht blijven. Hij schuwde van nu en voortaan opstootjes en politie-agenten. Het geval Breslau zou hij zijn levensdagen niet meer vergeten.
Intussen wanhoopte hij niet aan een spoedige bevrijding uit dit hol. Als ze hem meenden te moeten vasthouden, konden ze de hele wereld wel vastzetten. Nog wist hij niet precies, waar en hoe hij zijn snijwerk in veiligheid moest brengen.
Er zat, heel gewoon, niets anders op, dan het bij z'n boezeroentje en broek in te stoppen. Een andere mogelijkheid was er niet. Het door de tralies steken en later opzoeken was veel te riskant. Bovendien, dit raampje kon wel uitlopen op het binnenplein van de gevangenis.
Mika bleef bij het eerste voornemen.
Maar hij mocht er wel om denken, dat hij het al opborg j want hij kon nooit weten, waimeer men hem zou komen halen.
Mika telde de dagen, die hij met een krasje op de muur had aangegeven. Het waren er al negen; die van vanmorgen meegeteld.
Hij moest vandaag de laatste hand leggen aan zijn snijwerk. Hij had het stukje plank liefgekregen. Zoveel dagen had hij al zijn aandacht er op geconcentreerd.
Voorzichtig voelde hij er naar.
Was het weg?
'Gelukkig, het was er nog. Alleen, het was iets weggezakt, tussen de muur en het stromatras.
Een gegons daarbuiten. Het waren een paar katten, die rakelings door de dakgoot kwamen.
Mika sloot z'n ogen weer.
Hoe zacht was 't verenbed bij moeder thuis, vergeleken met deze stromatras. En toch was deze minder hard, dan in het eerst. Hij scheen er aan te wennen.
Nog lag hij te kniezen, toen opeens zijn opmerkzaamheid getrokken werd naar het tralievenster. Een klein vogeltje zat onbedaarlijk te roepen.
Mika schrok er van. Was dit voor hem bestemd? Waren het waarschuwingsseinen, waarop hij letten moest?
Plotseling vloog het beestje weer weg. Doch een tijdje later kwam het weer terug en nu niet alleen. Het mannetje had zijn wijfje meegebracht. Hij beduidde in de holte van de muur, waar het toekomstig huis zou kunnen worden gebouwd.
Mika bleef doodstil liggen. Dit gezellig praatje wilde hij voor geen geld verstoren. Nadat het mannetje al de bezwaren van het wijfje had weerlegd, het een en ander terdege was overwogen vlogen zij blij weer weg.
Het duurde evenwel tot de middag, eer zij om beurten terug kwamen en in het hoekje van het tralievenster hun nestje begonnen te bouwen.
Mika, die zijn snijwerk weer had opgezocht, hield zich volstandig aan zijn opgave. Een opgave, die hij zichzelf gesteld had en die hem veel prettige uren had bezorgd.
Toen het avond was, de negende dag, overlegde hij bij zichzelf, wat hij verder doen zou, indien zijn gevangenisleven nog niet geëindigd zou zijn.
Maar het leek er veel op, dat hij uitgewerkt was. Om zich geen straf op de hals te halen, mocht hij van het stromatras geen materiaal meer gebruiken. Een strenge controle zou hem de das om kunnen doen.
Het grasgroene vogeltje had de hele dag met behulp van moeder de vrouw aan zijn huisje gewerkt. Maar het schoot niet erg op. Het was schijnbaar een secuur werkje, dat alle aandacht opeiste. Het moest een huis worden, de familie waardig.
Die nacht sliep Mika als een os.
De vermoeienis van de laatste dagen, 't inspannende werk, had hem zodanig vermoeid, dat hij in één ruk doorsliep.
Het was negen uur in de morgen, toen hij wakker werd.
Zoiets had hij hier nog niet beleefd. Maar nu was hij dan ook goed wakker en goed uitgerust.
Hij realiseerde zich zijn toestand. Tien dagen geleden ging hij blijmoedig op reis. Hij wilde echt zijn schone vaderland eens bekijken. Daarvoor zat hij nu hier.
No. 39
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's