Psalmgezang
III
Theologisch gezien kan niemand beweren, dat de Heilige Geest ons in deze liturgische bundel in verlegenheid gelaten heeft. Op zeer schone en levende wijze gaat de Psalmbundel met Gods gemeente af in de diepte van zondeschuld en nood. En op niet minder schone en verheven wijze rijst de Psalmbundel met de gemeente van Christus op naar de hoogten van verlossing en lofzegging. Als de gemeente maar , , leeft", dan vindt zij in de Psalmen haar leven bezongen, en ik moet zeggen op een geheel enige wijze. Hier is waarlijk het zingend getuigenis van de Heilige Geest, wat altijd het getuigenis, van welke geest ook, te boven gaat.
Hoe levender het leven des geloofs is, hoe dichter het bij het Woord zal leven ook in zijn lied. Zo is het te verstaat dat één van de kerkvaders, en op zijn spoor ook dr. A. Kuyper, gezegd heeft, dat Gods volk leeft bij de Psalmen. Het is dan ook geen verarming, als Gods gemeente zich aan het Schriftgebonden lied zoekt te houden. Wèl getuigt het van innerlijke verarming, als men dit min of meer verlaat. Het loslaten van het liturgisch getuigenis van de Heilige Geest kan op tweeërlei manier plaats vinden; n.l. door de bundel te verkleinen tot een bloemlezing uit de Psalmen, en door de Psalmbundel te vervangen door het vrije lied.
Het maken van een bloemlezing komt o.a. ook in onze kringen vrij algemeen voor. Zij, die zich drijven laten, zogenaamd, op de leiding van de Heilige Geest, zij die zich tot de prediking, en dan vanzelf ook tot het liturgisch deel van de dienst, niet willen voorbereiden, zullen vervallen in hun lieder keus tot dat, wat zij in hun geheugen met zich dragen. Met dit beroep op de leiding van de Heilige Geest, zonder studie en voorbereiding tot de preek en tot de liturgie, is het wel wonderlijk, dat men meestal blijft hangen in het algemeen bekende. Hiermee wordt geen recht gedaan aan de gave van de Heilige Geest in de Psalmbundel in haar geheel.
Een andere verschraling, die onder ons veel voorkomt, is deze, als men niet toekomt aan de verlossing die in Christus Jezus is. In het lied zal men dan voorkeur geven aan de liederen uit de diepte. Inderdaad zijn er predikanten en gemeenten die het , , gesteld zijn in de ruimte" en meer nog het hallel als grote lichtzinnigheid brandmerken. De psalmen, die van daaruit gedicht zijn, werken intussen van de H. Geest zelf, worden dan óók maar terzijde gesteld. Wij willen met de lofpsalmen de liederen „de profundis" niet terzijde schuiven, maar ook omgekeerd het Woord Gods in het gezang der gemeente niet op zogenaamd rechtzinnige wijze laten critiseren. Er zijn geen lichte psalmen en zware psalmen, er zijn alleen maar ware psalmen.
Er is tenslotte ook de bloemlezing, die ontstaat uit nonchalance bij de voorbereiding. Als na het schrijven van de preek nog even een liturgie wordt samengesteld, soms zelfs het briefje voor organist of koster vast van te voren of ter helfte van het vervaardigen van de preek wordt samengesteld, dan wordt aan de dienst des Woords en aan de gemeente liturgisch onrecht gedaan. De dienst des Woords en de gemeente hebben er recht op, dat uit de rijkdom van deze liederbundel oude en nieuwe schatten worden gehaald en geboden. De verzorging van de liturgie vraagt tijd, vraagt zorg en vraagt studie. Waar die besteed worden, komen die de gemeente ten goede. Het zal de ervaring van menig predikant zijn, dat de gemeente, die wekelijks ook liturgisch uit de schat des Woords bediend wordt, zelden of nooit zal vragen naar het vrije lied. Er is hier waarlijk genoeg. Als dr. Berkhof de Gereformeerde Bonders verweet, dat zij een armelijke liturgie hebben, dan kan hij niet bedoeld hebben te zeggen dat de liturgische bundel van het Psalter armelijk is. Men wachte zich evenzeer voor het louter zoeken van nieuwe schatten uit de Psalmbundel. In dat geval verlegt zich slechts de bekendheid van bepaalde liederen. Dan wordt het bekende onbekend en het onbekende bekend. Het moeten zijn nieuwe èn oude schatten.
Dit, het lied der gemeente, is het antwoord op de preek en doorgaans ook wat de gemeente in gemakkelijk te onthouden dichtvorm van de preek mee neemt naar huis, naar het werk en naar de week. Voorwaar geen onbelangrijke zaak!
Men kan het liturgisch getuigenis van de H. Geest ook loslaten door er een ander liturgisch gegeven naast en voor in de plaats te stellen. Dit komt veelvuldig voor in de andere groepen van onze kerk. Over andere kerken spreken wij hier niet. Het gaat ons om een Hervormde zaak. 't Kan ons bedroeven, dat het Psalmgebruik zo wegkwijnt. Daarmee raakt men de directe bodem van de Schrift onder zijn liturgie zo kwijt. En dat is erg. Naar de mate dat de leerdiensten met de Catechismus nagelaten worden — en dat is vrij algemeen bij de andere groepen — naar die mate moet de gemeente steun zoeken in de liturgie. En als die niet rechtstreeks steunt op Gods Woord, zelf woord Gods is, dan, tast de gemeente in het onzekere rond. Als de preek het niet meer doet en als de liturgie het doen moet, laat dan de liturgie het tenminste nog doen. Wat weet een groot deel van de Hervormde Gemeenten nog van de stukken der leer af. Men hoort zé nauwelijks meer preken, want de preek mag vooralniet te dogmatisch zijn, psychologisch en sociologisch moet ze afgestemd zijn, rnaar men zingt ze niet meer ook. Men heeft in de Gezangen de tijd niet, om eens tot de diepte van zonde en zondeval af te dalen en om daar uit te roepen en daarin te worstelen als in Psalm 51. Nauwelijks is een woord over zonde en schuld gezongen of men heeft de troost al bij de hand. En dan is die troost zo zoetelijk en week. En het nadert zo de algemene verzoening. Het is alles zo weinig fors, zo weinig gespierd. Men durft er zo niet een enkele maal een vloek-gezang onder te hebben. Laat men toch zijn Gereformeerde naam (die draagt onze kerk toch ? ) niet schamen en laat men wederkeren tot het loutere woord Gods, ook in zijn liturgie. En waar Christus Zelf zo in de Psalmen geleefd heeft, daar zal men Hem, Hem zelf, niet beter vinden dan in de Psalmen. En om Hem moet het toch gaan in de kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's