De Apocriefe Boeken
De inhoud. (Vervolg).
Het boek „Jezus Sirach".
Dit is wel het oudste onder de apocriefe boeken en waarschijnlijk zal dit omvangrijke geschrift ontstaan zijn ongeveer driehonderd jaar vóór Christus. Hoewel het oorspronkelijk in de Hebreeuwse taal geschreven is, is het lange tijd alleen maar in Griekse vertaling bekend geweest. Echter werden de laatste vijftig jaar telkens Hebreeuwse stukken van dit boek terug gevonden, o.a. in de puinhopen van een synagoge te Kaïro. Het boek wordt vaak aangehaald onder de naam , , Spreuken van Jezus", de zoon van Sirach", overeenkomstig de zelfaanduiding van het boek in hoofdst. 50 : 27. Het is een dichterlijk boek, in de trant van het bijbelboek „Spreuken van Salomo" en is om zijn inhoud steeds in hoge achting geweest, zowel bij de Joden als bij de Christenen. Tenminste de Christenen van vroeger. Want in de geschriften van onze vaderen komt men nogal eens een aanhaling uit dit apocriefe boek tegen, terwijl in onze dagen heel wat mensen van het bestaan van dit boek niet afweten. Trouwens, lezen we nog wel wat? Hebben wij of gunnen wij ons daarvoor nog tijd?
Van de schrijver weten wij niet veel.
Vermoedens zijn er wel. Zo hield Hugo de Groot hem voor een arts, anderen voor een priester. Zeker is slechts, dat hij in Jeruzalem woonde en waarschijnlijk een Schriftgeleerde was, die veel kennis had van de boeken van het Oude Testament. De zeer begaafde en bestudeerde schrijver moet, een rijke levenservaring gehad hebben en een man geweest zijn van godvruchtige levenswandel.
Het boek „Baruch".
We kennen uit de bijbel de vriend en medewerker van de profeet Jeremia : Baruch. (Jer. 36). Dit apocriefe boek wil geschreven zijn door deze Baruch, maar daar het onstaan moet zijn in de tweede eeuw vóór Christus, is de titel dus vals : een ondergeschoven geschrift.
Het boekje wil aan de Joden het besef bijbrengen, dat het ongeluk van het volk in de ballingschap te wijten was aan het verlaten der goddelijke wijsheid. Het roept tot bekering op en spreekt van vertroosting. Het eindigt met een , , brief van Jeremia", afschrift van een brief, die deze profeet gezonden zou hebben aan de gevankelijk weggevoerden.
De aanhangsels aan het boek Esther.
Hier wordt verteld over de droom van Mordechai, over de ontdekking van het complot tegen het leven van de koning Ahasveros. Verder wordt de brief vermeld, die de koning uitvaardigde om de Joden te doen vermoorden. Dan lezen we over het gebed van Mordechai en van Esther. Uitvoerig wordt Esther's gaan naar de koning beschreven, waarop dan de intrekking volgt van het bevel tot uitroeiing der Joden.
De aanhangsels aan Daniël.
Dit boek bevat uitwerkingen van de bijbelse gegevens in het canonieke boek „Daniël": het gebed van Daniel's vriend Azarja met een allerverschrikkelijkste beschrijving van het vuur van de oven, waarvan de vlam 49 el hoog was. Vervolgens het gezang van de drie vrienden in de oven. Nebukadnezar hoort hen zingen en zijn schrik wordt verhaald.
Daarna komt het verhaal van Suzanna en de historie van het beeld van Bel en de draak. Suzanna was de echtgenote van een Joodse balling, die twee Joodse oudsten tevergeefs getracht hadden te verleiden en die dan door hen vals beschuldigd werd van ontrouw. Daniel's wijsheid wist hier uitkomst te brengen. De historie van Bel enz. is een verhaal, waarin staat, dat de priesters van de Babylonische afgod Bel zelf de spijzen opaten, die aan het beeld werden voorgezet en waarvan zij beweerden, dat Bel ze verorberde. Daniël bracht het bedrog aan het licht.
Van een grote draak, die men voor een god hield, bewees Daniël, dat hij geen god was. Hij nam pek, vet en haren, kookte ze tot een vla en wierp die de draak in de muil. Na het opeten er van, barstte de draak.
Deze toevoegselen moeten dateren uit de laatste eeuw vóór Christus.
Het gebed van Manasse.
Een aantrekkelijk onderwerp, waarvan we begrijpen, dat men ook in de oude tijden nieuwsgierig was naar hetgeen de koning Manasse gebeden heeft, toen hij in de gevangenis tot bekering kwam. Het gebed begint met Gods grootheid te eren, laat daarna de schuldbelijdenis en de bede om vergeving horen en gaat dan over in een lofprijzing.
We weten niet wanneer het ontstaan is. Voor het eerst komt het voor in de geschriften van de tweede en derde eeuw onzer jaartelling, maar waarschijnlijk is het veel ouder.
De boeken der Maccabeeën.
De namen luiden: eerste, tweede en derde boek der Maccabeeën. Het eerste der hier genoemde boeken blijkt een historie-bron van grote waarde te wezen. Het behelst de geschiedenis van het Joodse volk in de jaren 175 tot 135 voor Christus : een bange tijd, waarin de wetsgetrouwe Joden aan de hevige vervolgingen onder keizer Antiochus Epiphanes blootgesteld waren. Daarna wordt de Maccabese opstand beschreven en de strijd tegen de Syrische overheersing onder de priester Mattathias en zijn zonen Judas, Jonathan en Simon. De naam Maccabeeër was eerst alleen een bijnaam, van deze Judas, maar later ging deze eigenaardige naam over op het gehele geslacht van Mattathias en zijn zonen, de vrijheidshelden der verdrukte Joden in de donkere tijd tussen Maleachi's dagen en de komst van Christus. De naam Maccabeeër wordt gewoonlijk afgeleid van een woord maccabi, dat betekent: de man met de hamer. De verhalen zijn boeiend, zoals van een vrijheidsstrijd gewoonlijk. De Joden werden in hun heiligste gevoelens gekrenkt en de vlam van de opstand laaide hoog op. De onbekende schrijver stelde zijn boek waarschijnlijk op in het Hebreeuws of Aramees. Slechts een Griekse vertaling is hiervan over. Hij leefde omstreeks een eeuw voor Christus en heeft klaarblijkelijk nog gebruik krmnen maken van verhalen van ooggetuigen en aantekeningen uit de tijd der gebeurtenissen zelf. Dit maakt dit boek uitermate belangrijk.
Het tweede boek der Maccabeeën is geen vervolg van het eerste, zoals men geneigd is te denken. Integendeel, het beschrijft dezelfde dingen en is daarin beknopter dan het eerste. Er zal een groter historisch geschrift geweest zijn, waarvan dit tweede boek der Maccabeeën dan een uittreksel is. De schrijver van dat grotere werk moet eveneens geleefd hebben kort na de eigenlijke Maccabese tijd.
Het derde boek der Maccabeeën is voor de historie van geen waarde. Het bevat een heel wonderlijk verhaal. De Egyptische koning Ptolemaeus Philopator wil bij een bezoek aan Jeruzalem het inwendige van de tempel betreden. De Joden vermanen en smeken hem dit niet te doen, maar tevergeefs. Het gebed van de hogepriester Simon, bewerkt evenwel, dat deze koning weldra verlamd en stom ter aarde ligt. Naar buiten gebracht, herstelt hij zich en neemt later te Alexandrië wraak door de daar woonachtige Joden, die zich niet tot afgodendienst laten dwingen, in de renbaan door dol gemaakte olifanten te laten vertrappen. De Joden worden op hun gebed wonderlijk gered en daartegenover worden de soldaten van de koning vertrapt. Deze verandert onder de indruk hiervan in een vriend van de Joden en gaat hen nu vorstelijk onthalen en begunstigen.
Hiermee hebben wij de inhoud van de apocriefe boeken in het kort weergegeven. De volgende maal hopen we een beschouwing over hun geloofwaardigheid en verder over de canoniciteit te geven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's