VAN KERSTFEEST EN VREDE
Prof. Dr J. Severijn
Het is geen toevalligheid, dat de viering van het Kerstfeest in de laatste sombere dagen van het wegstervend jaar valt.
Het is eigenlijk zo heel menselijk — niet, dat men het grote gebeuren van Bethlehem gedenkt en ernst maakt met de boodschap der engelen en met het woord, dat geschied is bovenal. .. . Dat is eigenlijk helemaal niet menselijk, want de prediking van de geboren Koning der Joden is niet naar de mens en het wonder van de vleeswording des Woords zou hij het liefst tot een sprookje willen maken. Een sprookje als een aantrekkelijke inkleding van lieflijke gedachten van zelfvertroosting en van vreugdevolle hope temidden van de somberheid onder het wolkenfloers van een bedekte December-hemel.
De mens verlangt naar licht en vrolijkheid, naar de voorjaarszon die nieuw leven uit de verstorven aarde opwekt — en daarom ontsteekt hij duizenden lampen, richt kerstbomen op, illumineert de straten en pleinen in de stad, maakt de warenhuizen tot lichtpaleizen en verheugt zich in het licht, dat hij zelf ontstoken heeft.
Omdat het zo menselijk is, is het zo oud en zo begrijpelijk, het verlangen naar de nieuwe lente in koude en donkere wintertijd. Zou dit verlangen nog niet altijd een grote rol spelen in al het gedoe rondom het feest van Christus' geboorte ? En is dit dan in de grond der zaak wat anders dan een modernisering van de voorjaarsvuren, die het heidense voorgeslacht placht te ontsteken ?
Vrede op aarde, in mensen een welbehagen.
Weer zo'n menselijk verlangen. Vrede op aarde ! Dat is ook een droom. Een stil en gerust leven, zonder dreiging van dood en gevaar, zonder ellende en moeite. Welk een ideaal!
Is dat niet het aantrekkelijke van de engelenzang ? Vrede op aarde. Daar behoeft niets te veranderen, als de mens maar vrede heeft om voorts rustig zich zelf uit te leven.
Vrede op aarde ! Welk een Evangelie naar het hart van de mens ! In mensen een welbehagen. God heeft een welbehagen in de mensheid Wat praten die vrome mensen nog over zonde ?
En als daar nu eens gelezen moet worden — en dat is wel zo —: Vrede op aarde voor mensen des welbehagens ?
Dan begint dat woord vrede ook anders te spreken en verdwijnt heel die goedkope glans van het Evangelie.
Wij laten zo gaarne het licht vallen op het algemene, het universele van het Kerstfeest. En dat is er in. Het gaat tenslotte heel de wereld aan, wat er in Bethlehem is geschied, als een levende profetie niet alleen van de herschepping ener gevallen wereld, welke met de vleeswording der Woords ook in vervulling begon te gaan.
Maar de ervaring des Evangelies van Christus als een kracht Gods tot zaligheid is een persoonlijke zaak, een genade Gods aan de mensen van Zijn goddelijk welbehagen.
Dat persoonlijke opent ons oog voor de distantie tussen het geloofsgeheimenis van de gemeenschap met de Eniggeborene des Vaders, vol van genade en waarheid, een voorsmaak van de eeuwige vrede en de profane vreugde van het Kerstfeest.
Dat wordt dan ook heel duidelijk door de Christus zelf geleerd, als Hij tot Zijn discipelen spreekt:
Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u, niet gelijkerwijs de wereld hem geeft, geef Ik hem u. Uw hart worde niet ontroerd en zij niet versaagd. (Joh. 14 vers 27).
Niet gelijkerwijs de wereld ! Daar is onderscheid tussen de vrede, die men van de wereld verwacht, en die, welke de Christus geeft.
Het is intussen een wonder, dat er in deze wereld wel eens vrede is. Want de mens vecht om levensbehoud en maakt de oorlog en hij schuwt de gevaren van de oorlog uit zucht voor zelfbehoud.
Desniettemin verstaat hij niet, dat hij midden in de dood ligt. Hoe zou hij dan het woord van de Christus verstaan : Want zo wie zijn leven zal willen behouden, die zal hetzelve verliezen, maar zo wie zijn leven verliezen wil om Mijnentwil, die zal hetzelve vinden. (Ma'tth. 16 vers 25).
Ons leven verliezen om Zijnentwil. Dat is toch het eigenlijke geheimenis. Afsterven aan onszelf en opstaan in Hem, die is de Opstanding en het Leven. Om dat voor ons, gevallen mensen, mogelijk te maken, heeft Hij ons vlees en bloed aangenomen. Dat is Kerstfeest.
Dus niet de vrede, zoals de wereld die geeft. En wat geeft de wereld aan vrede ? Wat er nog aan vrede woont, is ook nog een gave van Gods genade in Christus, welke in zoverre aan allen ten goede komt.
En toch is er in die hunkering der wereld naar licht en naar vrede, iets heel algemeen-menselijks. Maar daarom ook gaat de roep des Evangelies hem niet helemaal voorbij. Hij wil althans een paar dagen zoiets van een pauze in de snelle jacht van ons leven, een paar dagen vrede en rust. Het is te oppervlakkig, maar het wijst op de diepste behoefte van ons hart.
Maar wees voorzichtig, want als het niet verder komt dan een ogenblik verwijlen bij de symboliek van glorende lampjes en geurig sparregroen, zal het ons nog veroordelen, dat wij de weg des vredes niet gezocht hebben.
De Heere Christus wil de Zijnen aan alle valse vredesgedachten ontdekken door een waarschuv/ing, die ons , , vredeop-aarde-zingen" tot zwijgen schijnt te willen brengen.
Meent gij, dat Ik gekomen ben, om vrede te geven op de aarde ?
Neen, zeg Ik u, maar veeleer deeldheid. (Lucas 12 vers 51).
Het lijkt wel, of Hij Zijn discipelen tot de orde wil roepen, ja, het lijkt niet alleen, maar het is gewisselijk zo.
Dat mogen wij wel ter harte nemen en allen, die zich opmaken om Kerstfeest te vieren en de engelenzang op hun lippen te nemen.
Ik ben gekomen om vuur op de aarde te werpen. (Lukas 12 vers 49).
Het Evangelie des Heeren is als vuur, werkt als vuur, louterend en verterend, maar daarom ook verdelend.
Zekerlijk ziet de Heere op de uitstorting van de Heilige Geest, en op de werking van Zijn Woord en Geest, die verdeeldheid teweeg brengt zelfs in huis^ gezin en familie. Een werking van Woord en Geest, die scheiding maakt tussen de oude mens en de nieuwe, tussen die van Christus zijn en van de wereld, tussen de kinderen des Lichts en kinderen der duisternis.
Dat moet gij nu eigenlijk met Kerstmis niet zeggen. Onze kerststemming wordt door zulke harde redenen bedorven, hoor ik iemand tegenwerpen, die altijd klaagt over de verdeeldheid in de kerk. Wij waren nu juist zo verblijd om gemeenschappelijk , , Vrede op aarde" te kunnen zingen.
U houde mij ten goede, want ik heb alleen maar nagezegd, wat Christus zelf zegt, omdat dit woord mij, dezer dagen zo bezig hield.
En ik geloof toch, dat dit Woord ons ook en vooral wat te zeggen heeft, als wij de komst van de Christus in deze wereld gedenken. Hij waarschuwt immers tegen valse vredesverwachtingen, welke men aan Zijn komst in de wereld verbinden wil ?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1955
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's