Kroniek
De vergaderingen, die de Generale Synode onzer kerk in haar jongste zitting heeft gewijd aan de voorstellen om alle ambten open te stellen voor de vrouw, zijn bewogen en spanningsvol geweest. Wij behoeven over een en ander dienaangaande hier niet meer te reppen. Ds. Tukker heeft de lezers van ons blad zeer gediend met zijn vlugge berichtgeving.
Toen de bevelhebber van het Franse garnizoen bij het wegtrekken uit Utrecht, — het was na de bezetting in het rampjaar 1672 —, de sleutels der stad teruggaf, moet hij gezegd hebben : „Bidt God, dat we niet terugkomen".
Door de Synodale beslissing van de vorige week is, wat velen met ons een ramp voor de kerk zouden geacht hebben afgewend. Maar de zaak zelve komt terug.
De opdracht aan de commissie ad hoc houdt in, de zaak dieper en breder te bestuderen, om voorstellen, daaruit gegroeid, voorjaar 1957 de Synode voor te leggen. Is de opzet hier: „reculer pour mieux sauter", vrij vertaald : , , toegeven om straks meer te eisen ? " Dan zou van een en ander kunnen gelden: , , uitstel van executie". Of is de nieuwe opdracht ingegeven met de bedoeling, de voorstanders der verworpen voorstellen nog enigszins te contenteren?
Wat daarvan ook zij, een vrij grote Synodemeerderheid heeft het gewenst geacht de materie nogmaals aan diepgaande studie en bezinning te onderwerpen en tevens breeduit oecumenisch contact op te nemen.
De wens van ds. Kooistra, om overleg te plegen met kerkgemeenschappen van gereformeerde denominatie hier te lande, zal in dit contact met de oecumene wel verdisconteerd worden. Het is intussen voor onze predikanten en kerkeraadsleden zaak de raad van ds. Tukker in zijn artikel van 15 Dec. j.l. gegeven om terdege van de problemen rond deze aangelegenheid studie te maken, ter harte te nemen. Wij onderstrepen dit gaarne, omdat er aangaande studiebereidheid in onze kringen, behoudens moedgevende uitzonderingen, nog wel het een en ander te verbeteren valt. Het is wel nodig beslagen ten ijs te komen. Bij dit alles worde nimmer vergeten het gebed, dat God verhindere, wat, naar het inzicht in de Heilige Schrift ons gegeven, als een ramp gezien wordt. Een en ander is in de stijl van het oud-vaderlandse : „Vreest God en houdt uw kruid droog".
De Synode heeft in haar jongste zitting meer behandeld dan de voorstellen inzake openstelling der ambten voor de vrouw. Ze weet tempo aan te brengen en de tijd te benutten. Daarvoor zij haar lof toegebracht, evenals het moderamen, dat zichzelf niet spaart, maar zelfs nachtelijke uren gebruikt in het belang van de goede gang van de arbeid.
Bij de voortzetting van de behandeling van de correcties der Kerkorde is, naar de N. R. C. van 17 Dec. j.l. vermeldt , .uitvoerig" gehandeld over „de ongeschikte predikant". Zo luidde het nogal opvallend opschrift boven het genoemde artikel. De aangelegenheid, hier in geding, werd in het dagblad als volgt weergegeven:
Uitvoerig heeft de Synode gesproken over een nieuw geredigeerd artiliel vari ord. 13 over het pastoraat, art. 30, waarin de behandeling van predilcanten, die kennelijk ongeschikt blijken voor hun ambt, wordt aangegeven. Het kan voorkomen, dat een predikant, tegen wie geen bezwaren kunnen worden ingebracht wat belijdenis, levenswandel of leringen betreft, toch ongeschikt moet worden geacht, hetzij in zijn gemeente, hetzij in het algemeen als predikant. Is deze predikant niet bereid uit zichzelf ontslag te nemen, dan kan het breed moderamen van een provinciale kerkvergadering, na hem ter vergadering te hebben gehoord, maatregelen nemen. De predikant kan, als hij zich naar die aanwijzingen niet wil voegen, in hoger beroep gaan bij het breed moderamen van de Generale Synode. Daar wordt hij eveneens gehoord; ditmaal kan hij een verdediger meebrengen. Besluit het breed moderamen hem van het ambt te ontheffen, dan wordt hem een wachtgeld toegekend, aflopend gedurende vier jaar. Deze termijn is genomen met het oog op de herscholing, en verwacht, dat in geval van mislukking van de omscholing na vier jaar van geval tot geval maatregelen ter hulpverlening zullen worden genomen.
, , Trouw" berichtte, dat dit voorstel werd aangenomen.
Nu is iets dergelijks niet, althans niet wat het wezenlijke hierin betreft, fonkel nieuw. In de tijd kort na de reformatie hier in ons land heeft de classis in dergelijke situaties wel meermalen ingegrepen en predikanten verplaatst. In hoeverre dat een zekere inbreuk in de rechten der gemeenten was, kan ik niet beoordelen. Wel is bekend, dat de classes onder de oude kerkorden, in aangelegenheden van beroeping heel wat zeggenschap hadden. Ze zijn in de Kerkorde, waaronder wij thans leven, wel wat uit haar degradatie hersteld, maar de rechten, welke ze voorheen als , , grondvergaderingen" hadden, hebben ze niet herkregen. Dat is nog altijd te betreuren. Indien ze in de vroegere rechten hersteld waren, zouden de , , mutaties", gelijk , , Trouw" de materie, waarover het in bovenaangeduide wijzigingen gaat, onder haar ressorteren. Dat ware o.i. verkieselijker dan daarvoor een synodale commissie (alias raad) in 't leven te roepen. Er kan wel eens een tijd komen, dat de kerk radeloos door een overmaat van , , Raden" gaat worden. Bovendien kan in vele gevallen de classis, — ze staat uit den aard der zaak zoveel dichter bij de gemeente en de predikant tussen wie het niet botert, tijdiger ingrijpen.
Ook behoefden er dan geen , , nood"kreten van predikanten per brief of hoe dan ook ter kennis van de bevoegde instanties te komen. Indien de classes in dezen bevoegdheid hadden, zou een en ander waarschijnlijk organischer verlopen.
Maar de , , grond vergaderingen" hebben nu eenmaal haar vroegere rechten niet ten volle terug ontvangen, en het laat zich bij de huidige situatie niet aanzien, dat er dergelijke , , herzieningen" komen, waaruit een volledig rechtsherstel zal resulteren.
De Synode heeft in haar vergaderingen van Vrijdag en Zaterdag j.l. nog verschillende zaken van meer of minder urgentie behandeld.
Besloten werd, — zulks op verzoek van de Hervormde vrouwendienst — , , om deze dienst de plaats van een instituut te geven". , , Zulk een instituut", zo voegt het verslag uit de N.R.C, er oriënterenderwijs aan toe, „zoals bij ordinantie is geregeld, wordt in het leven geroepen ten behoeve van de kerk in haar geheel. Een dezer instituten is Kerk en Wereld".
Verder is meegedeeld, „dat in 1956 een belangrijk rapport zal moeten worden behandeld n.l. de „Handreiking voor het gesprek der richtingen". De Synode benoemde een commissie van rapport onder voorzitterschap van ds. C. M. Luteijn" (N.R.C.). Bedoeld is wel ds. Luteijn uit Groningen. Hebben wij in bedoeld rapport het resultaat van de arbeid der , , Commissie ter bestudering van het richtingsvraagstuk", waarvan het Herv. Weekblad „De Gereformeerde Kerk" indertijd melding maakte, een commissie, die in 1951 werd ingesteld? Of het werkelijk zal leiden tot handreiking der richtingen ? We wachten met veel belangstelling het verslag van de „Handreiking voor het gesprek der richtingen" af.
De praeses van de Synode dezes jaars, ds. Wesseldijk, zal in 1956 niet meer als Synodelid terugkeren. Dat betekent een gevoelig verlies. Niemand is onmisbaar, het is waar. Maar praesides van formaat zijn er niet dik gezaaid. En zulk een praeses was ds. Wesseldijk. Daar kunnen we het allen over eens zijn.
De Provinciale Kerkvergadering van Zuid-Holland heeft evenals het vorig jaar ook nu weer een , , herderlijk schrijven" in de kerkprovincie rondgezonden. Het stuk is in eindredactie vastgesteld op de vergadering 13 October j.l. De bladen hebben er reeds een samenvatting van gepubliceerd. Van bevriende zijde werd het ons toegezonden. Wij hebben nu alzo het stuk voor ons. Het is gedateerd: „Advent 1955". Daaruit kunnen we wel afleiden, dat het mede als adventsboodschap is Ibedoeld.
Het is natuurlijk hier de plaats niet om over dit „tweede herderlijk schrijven" uitvoerig te handelen of daarvan een critische beoordeling te geven. Maar een enkele oriënterende opmerking kan toch wel dienen.
Het onderwerp betreft de „minderheidsgroepen" in vele gemeenten der kerkprovincie. Of die „minderheidsgroepen" in dit ressort talrijker zijn dan in andere kerkprovincies, is ons niet met zekerheid bekend. We zijn geneigd dit wel aan te nemen, gezien de zorg en bemoeienis van de provinciale kerkvergadering in dezen. Die zorg gaat zelfs zo ver, dat in uitzicht gesteld worden „speciale maatregelen te treffen, voorzover zij mogelijk zijn binnen het kader van ordinantie 11 (ordinantie voor het opzicht), in het bijzonder hoofdstuk I, II en III (en zo nodig hoofdstuk IV)".
Dit is nogal straf. Het doet denken aan , .sancties", vooral omdat op blz. 7 o.m. te lezen staat: „Het zal goed zijn, dat door de georganiseerde minderheidsgroepen en haar voorgangers steeds wordt bedacht, dat zij ook met de mogelijkheid rekening hebben te houden, dat een predikant, emeritus-predikant, proponent of voorganger, die zulk een groep hulpdiensten verleent, vanwege de provinciale kerkvergadering van Zuid-iHolIand door haar breed moderamen bij de desbetreffende commissies voor het opzicht zou kunnen worden aangeklaagd als schuldig aan het stichten van verwarring in een gemeente, Waar hij niet is geroepen".
Bij het lezen van deze woorden en meer uitlatingen van dezelfde strekking in dit stuk, dachten we aan wat Tollens in zijn „overwintering op Nova-Zembla" zo ongeveer voor Heemskerck dichtte:
, , Hij rekende d' uitkomst niet maar telde het doel alleen".
Evenwel, bij dit alles moet ons toch één vraag van het hart: Is het doel waarom het moet gaan. in dit stuk duidelijk aangegeven? De kerkvergadering haalt, sprekend over haar , , verontrusting", , , 1 Corinthiërs 10-13" aan. Kan dat hier gelden ? Daar is toch waarlijk geen sprake van leergeschillen ? En daarover gaat het, naar wij menen, zo al niet bij alle, dan toch wel bij meerdere , , minderheidsgroeperingen". Hieraan sluit aan de vraag, eigenlijk in de "vorige begrepen: Welke norm dient aangelegd? 'Het schrijven spreekt van , , de Bijbel, van Christus als de Waarheid" (blz. 6). Maar van de Belijdenis der kerk vond ik niet gerept, althans niet met zovele woorden. Men kan opmerken, dat die in Art. X is vermeld, en dat naar dit Art. is verwezen in dat stuk. Dit is zeer zeker waar, maar we weten allen, hoe verschillend de interpretatie daarvan is. En daarom hadden we de Belijdenis der kerk zo gaarne vermeld gezien.
Maar genoeg. De goede bedoelingen van dit , , stoute stuk", dat de vergadering „ving aan te wagen" (Tollens vrij geciteerd) willen we niet betwijfelen.
Waarderen kunnen we ook de vermaning : , , Voert daartoe niet alleen het gesprek met elkaar, maar bidt en zingt ook met elkaar", ook al is dit laatste in de zaak van het , , gesprek" misschien wel nieuw. Niemand kan er echter op tegen hebben. Alleen zij hierbij wel bedacht "wat de kerkgeschiedenis leert, dat dissentierende stromingen voor de propaganda van hun met de leer der kerk strijdende gevoelens nogal gebruik maakten van het (vrije) lied.
Kerkelijke activiteiten, en dan met name binnen de grenzen onzer kerk, hebben ons in deze kroniek nogal bezig gehouden. Dat kon moeilijk anders. Onze kerk is ons toch het naast ? Of was het een zekere verontrusting, welke ons er toe drong ? Och, misschien wel. Is < er geen reden voor?
Van verontrusting sprak ook ds. F. J. Pop in zijn Diesrede op de 10e vergadering van , , Kerk en Wereld". Wij werden getroffen door de volgende zinsnede :
„Voor velen van hen is Kerk en Wereld nog een laatste flikkering van het oorspronkelijke vuur, dat licht en warmte gal. Doch hoe lang nog ? Is het moment niet nabij, waarop zij ook Kerk en Wereld zullen rekenen tot de doden, die niets anders te doen hebben dan de doden te begraven ? De wika's zullen dan nog wel doorwerken en de opleiding zal nog wel verder gaan; de conferenties zullen nog wel bezocht worden en industrie en platteland zullen- nog wel de -volle aandacht hebben. Maar het léven zal er uit zijn en Kerk en Wereld zal niet meer zijn, dan een machine, een stichting van „werkklonters" en „denkklonters". Natuurlijk tot ontzetting van Tom Poes, die (een dier zijnde) behoort tot de schepping, welke zuchtend wacht op het openbaar worden der zonen Gods". *
(Woord en Dienst, 17 Dec. pag. 379).
Dit woord is wel tekenend. Wie het sprak, staat midden in de activiteiten der kerk en in de bewogenheid van het leven van heden, in zijn felle diepten en wilde bruising.
Deze maand — ik meen 11 December — werd in Den Haag de eerste moskee in Nederland „ingewijd". En zulks met al de devotie, welke het Mohammedanisme bij zulk een plechtigheid pleegt aan de dag te leggen. Is daartegen van de zijde der kerken een protest uitgegaan ? Het is mogelijk, al las ik er niet van. En van de overheid, of volksvertegenwoordiging ?
Onlangs schreef dr. Lekkerkerker in de Kroniek in , , Kerk en Theologie" in verband met het laatste herderlijk schrijven der Synode, het te betreuren, dat in het stuk over de overheid met geen woord gerept was over Art. 36 der N.G.B. , , Een vergeten hoofdstuk", zal men zeggen. Inderdaad. Maar mag het vergeten worden ? Heeft het niets meer te zeggen aan kerk en overheid in deze dagen, waarin , , paganiserende invloeden" — het woord is van dr A. Kuyper Sr — onrustbarend toenemen ? Mede daardoor bruist en kolkt het leven voort met in zich de gisting van verderf en ontbinding. , , Kunnen wij mensen heten, als waarheidsliefde, edelmoedigheid, barmhartigheid op de zwarte lijst worden geplaatst of. met een glimlach worden geduld? Gaat Christus komst ons nog wel aan, want Christus is obscuur in de humaniteit". (Noordmans. Gestalte en Geest, blz. 86).
Wij hebben het wonder van de Kerstnacht herdacht. Hebben- wij Christus ontdekt in Zijn schoonheid en zaligheid ? Is door Gods Geest de Heere Jezus gelegd diep in ons hart ? De herders , , maakten alom het woord bekend, dat hun van dit Kindeke gezegd was". En wij ? Christus staat ook nog midden in het verwordende en in verderf vervloeiende leven van deze tijd. Hij is de Rots der eeuwen. Alleen als wij met de hand des geloofs aan die Rots ons leerden vastklemmen, kunnen wij staan in de kolkende stromen en werken voor Hem. Dan ook kunnen wij gemoedigd in alle onrust en gisting van nu de jaarwisseling tegengaan.
Want zeker is het woord: , , Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde, en in der eeuwigheid". Semper idem!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 december 1955
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 december 1955
De Waarheidsvriend | 6 Pagina's