De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

9 minuten leestijd

Mogen wij de premier van de Sowjet- Unie geloven, dan kan de mensheid met meer hoop en verwachting 't jaar 1956, aan welks begin wij staan, tegemoet gaan, dan zij 1955 is ingetreden.

Nikolai Boelganin heeft namelijk Donderdag 29 December j.l. ter gelegenheid van de bijeenkomst der beide huizen van de Opperste Sowjet-Unie een rede gehouden, waarin hij o.m. heeft gezegd: , , dit jaar zal in de geschiedenis geboekstaafd worden als het definitieve keerpunt met betrekking tot de vermindering der internationale spanningen". (N. Rott. Crt.).

Gerekend naar het tijdstip — ongeveer althans, want de Russische kalender valt iets later dan de onze —, zouden we kunnen spreken van de , , Kerstboodschap" van Boelganin.

Kerstredevoeringen van staatshoofden zijn wel meer voor het grootste deel gewijd aan politiek, getuige de , , Kerstrede" van Koningin Elizabeth van Engeland, waarop juist om deze reden uit kerkelijke kringen nogal kritiek kwam.

Maar ik meen, dat de Sowjet-Unie krachtens haar principiën Kerstmis als algemeen christelijke feestdag niet kent. En daarom kunnen we moeilijk de rede van haar premier als , , Kerstboodschap" betitelen. Afgezien echter van dit feit, is ze ook in haar strekking niet van een zodanig karakter, tenminste afgaande op de reportages. Want wel wordt gezegd, dat de vriendschappelijke betrekkingen tussen de Sowjet-Unie en India, Birma, Afghanistan, een grote bijdrage tot de vrede vormen en wordt gerept van , , vreedzame coëxistentie", maar dan wordt aangehaald het woord van Lenin : , , er zal een tijd komen, dat de millioenenvolken van Azië een actieve factor in de wereldgeschiedenis zullen gaan vormen". En afgestemd op dat citaat, heet het: , , Als deze landen achterlijk zijn, dan ligt de schuld niet bij de volkeren van Azië, doch bij de kolonialisten, die hen meedogenloos hebben uitgemergeld en hun slechts ar-, moede en lijden hebben gebracht".

Hier wordt o.i. de , , klassenstrijd" gepredikt, met bijzondere toepassing op Engeland. Dat duidt allerminst op een vredelievende gezindheid jegens het Westen. Dit is uit een en ander wel duidelijk : de Russische premier poogt, , , glimlachend" naar het Oosten, de millioenenvolken van Azië in actie te bren-. gen, indien ze het al niet zouden zijn.

Waarom over dit politieke aspect hier gesproken? Heeft het zin in een kroniek, die vooral kerkelijk heeft te zijn? Toch wél. In het bovengenoemde is de kerk betrokken, al wordt met geen woord over haar gesproken. , , De grote strijd in de wereldgeschiedenis" zo heeft meen ik Goethe eens gezegd, , , gaat tussen geloof en ongeloof". Dat is, indien men wil, de antithese, al is dit woord in wat Goethe zei, ook niet genoemd. Dat klemt temeer, omdat het in heel de Russische actie, waarvan het communisme de dynamiek is, gaat om de doorwerking van een geloofsovertuiging. In het communisme werkt religie, een religie, die zich welbewust inzet tegen het Kruis. Wij wisten dat wel. Maar men wordt er weer eens met de neus opgedrukt, als men het leest van een zijde, waarvan het nu niet direct verwacht wordt. In.de rubriek: , , De toestand", in de N.R, Crt. van 2 Jan. 1956 staat het uitvoerig aldus ongeveer beschreven.

De kerk is bij het wereldgebeuren ten nauwste betrokken. Zij is , , ingescheept in het wereldwoelen". Als die dynamiek van het communisme de Oosterse volken gaat stimuleren — en ze zal het niet nalaten, waar ze er maar de kans toe krijgt —, wat zal dat voor de Zending in het algemeen, en voor onze Zending in Celebes in 't bijzonder, voor gevolgen hebben? Ze zal geenszins de Zending ongemoeid laten en de vraag klemt, of er in de kerken, of er in de Zendingsactie, welke opkwam uit onze Herv. Geref. kring, de dynamiek, de drijving des Geestes is, die zich pal stelt tegenover de agressie van het communisme. In de kerk uit de Apostolische tijd was die dynamiek des Geestes. Is ze bij ons ? In ons persoonlijk leven ?

Donderdag 5 Jan. j.l. is ds. Balke, voorheen predikant bij de Herv. Gem. van Schoonrewoerd, afgevaardigd. Uit bijzondere relatie met de fam. Balke, heeft ds. L. Kievit, van Woerden, de bevestigingspredikatie gehouden. We verblijden ons, dat eindelijk het visum voor ds. Balke is afgekomen en hij zal gaan. Onze gebeden mogen hem en de zijnen vergezellen. En God in de hemel doe zijn werk in het Toradja-land dienen om het Koninkrijk van de Zoon Zijner liefde uit te breiden en Zijn kerk te bouwen.

Dr. Goslinga heeft óok dringend hulp nodig. God geve, dat dr. Van Riessen spoedig het visum bekome, om dan eveneens naar Celebes te trekken. En dan het verjaringsgeschenk, dat Dr. Goslinga vroeg ? Daarvoor is geen visum nodig, maar wèl ons offer. Zullen we niet vergeten hem 22 Febr. e.k. te verblijden ?

Ja, u ziet het, naar ik hoop, er is wel degelijk verband tussen wat ik over de politieke beroeringen in het Oosten vermeldde, en de kerk. Wij hebben het verband te zien, gelijk een reeds ontslapen kind Gods het zag. Hij vroeg, als de krant kwam, dat hem allereerst werd voorgelezen — hij was reeds blind — het , , buitenlands overzicht". Hij wilde weten, zei hij dan steeds : , , hoe God de wereld regeert". Daarin was nog iets van de Geestdrift van voorheen. Ja, God regeert de wereld, maar.... , , door de gebeden Zijner kinderen" !

*** Wij hebben nu wel de kerk en het kerkelijke in het gezichtspunt gekregen. Nog een enkele opmerking over de jongste vergaderingen van de Generale Synode onzer kerk. Er is in die zitting, zo las ik in , , Het Hervormd Weekblad de Gereformeerde Kerk", ook gehandeld over de zielszorg voor de dominees, het , , pastoraat voor de pastores", gelijk de eind-redacteur (H. G. G.) als opschrift boven zijn artikel plaatst. Er zal daarover, naar ik las, een „herderlijk schrijven" komen. We zullen dan wel uitvoeriger kunnen lezen, wat de Synode, geadviseerd door , , de Raad voor de Herderlijke Zorg", precies wil.

De herderlijke brief zal aan de predikanten gezonden worden. De schrijver van bedoeld artikel zou het betreuren, indien hij ook niet aan de kerkeraden gezonden en ter kennis van de gemeenten werd gebracht. Wij zijn het daarmee volkomen eens. Vooral vergete men niet de ouderlingen, die de roeping hebben ook over de predikanten zielszorg uit te oefenen. Ook daarop wijst het artikel. En de schrijver memoreert, hoeveel hij in zijn ambtstijd aan verschillende ouderlingen voor zijn geestelijk leven heeft te danken gehad. Wie, die 't eveneens ondervonden in dagen, waarin Gods weg met hen vol beproevingen was, zullen hem niet bijvallen?

De ouden spraken van „de tweede academie" voor de predikanten, doelend op het contact met de gemeente Gods. Hoevele ouderlingen zijn daarin niet als „zielszorgers" geweest. Maar dan wijst de eind-redacteur op „de Opperste Herder", de „grote Herder", om met het Hebreen 13 te zeggen. Ik geloof, dat 4s. G. hier wel de kern raakt van wat in dit verband gezegd moet worden. De predikanten worden in deze tijden in zovele dingen ingeschakeld. En ze geven zich soms al te willig.

Er is onlangs gesproken en geschreven over „nevenbetrekkingen" van de predikanten. De Synode heeft daarop in een schrijven de aandacht van de Provinciale Kerkvergaderingen nog weer gevestigd. Nu kunnen , .nevenbetrekkingen", behalve dat ze de betrokkenen soms voordeel brengen, dat hun, gezien de veelszins lage tractementen, van harte gegund moet worden, ook voordeel, geestelijk voordeel dan, voor de gemeenten afwerpen. Een „nevenbetrekking" kan b.v. de predikant nopen tot voortgezette en blijvende studie. Maar beperking is in het algemeen raadzaam. De „pastores" mogen zich niet voor elk karretje laten spannen. Er moet tijd zijn voor bezinning en voor het gezin, zo onderstreept ds. G. terecht. Het is een vaak van God gezegende remedie tegen overspanning — voor Schriftstudie en meditatie.

Er was een tijd, dat de gemeente 't als een ongeschreven recht aanvoelde, dat de Zaterdag voor de preek moet zijn en men dan de predikant zoveel mogelijk met rust liet. En niet zelden werd dan in de gezinnen en het persoonlijk gebed de predikant bijzonder herdacht. Over zielszorg van de predikant gesproken, zielszorg door de gemeente !

Caveant pastores, d.i. laten de, herders waken, dat ze minstens één dag per week zich afzonderen voor meditatie" en studie van de Schrift.

** Onlangs las ik van de Herv. predikant van Uitgeest, dat hij aan de Kroon het verzoek gericht had een besluit van B. en W. betreffende woningtoewijzing te vernietigen. Het werd als een bijzonderheid vermeld. En de schrijver had voor die predikant ook nog wel lof, tenminste dat kon men tussen de regels wel lezen. Het zij zo. Die actie is misschien wel nodig geweest. Maar overigens „schoenmaker, houd u bij uw leest!"

De pers heeft zich de laatste tijd nogal eens met de predikanten bemoeid. In het Dec. nr. van , , Bezinning" handelt C. Rijnsdorp handelt over : , , Een literator over de preek".

En prof. Brillenburg Wurth schreef in het Geref. Weekblad een artikel over , , Warmte", waarin ook de dominees een beurt kregen. Die aandacht, kritiek of hoe men het noemen wil, kan op zichzelf een eer zijn. Als men van de predikanten geen notitie neemt, is het nietbest. Maar als dan de bemoeienis maar niet het buitennissige van een predikant tot oorzaak heeft, doch zijn verkeren onder de mensen als Dienaar des Woords. Ik vind die titel — „minister", zei men oudtijds — nog wel de meest schriftuurlijke, ook al is de schrijver van het pas verschenen boek : , , De Hervormde kerkdienst" niet zo gebrand op de naam , , Dienst des Woords". Wijlen ds. J. J. Knap tekende steeds met v.d.m. En hij was het.

In , , Trouw" viel mijn oog op een overlijdensbericht van een bekend predikant. Ik laat de advertentie hier volgen:

God nam in Zijn welbehagen tot Zich

SIMON GERRIT DE GRAAF,

Emeritus Dienaar des Woords van de Gereformeerde Kerk te Amsterdam. Zo zegt de Here : de wijze roeme niet op zijn wijsheid en de sterke roeme niet op zijn kracht, de rijke roeme niet op zijn rijkdom, maar wie roemen wil roeme hierin, dat hij verstand heeft en Mij kent, dat Ik de Here ben, die goedertierenheid, recht en gerechtigheid op aarde doe ; want in zodanigen heb Ik behagen, luidt het Woord des Heren. Jeremia 9, vs. 23 en 24.

Hoe heeft hij ons de Schriften mogen ontsluiten, de majesteit en het recht des Heeren in Zijn verbond verkondigen, de zekerheid en de kracht der beloften prediken. God bestendige onder ons de zegen van zijn nagedachtenis.

Namens de kerkeraad, R, C. Harder, Praeses en J. E. Botterweg, Scriba.

Over eer gesproken! Als dit bij het sterven van een Dienaar des Woords mag gezegd worden, is het rijk. Dan is er na een leven van zorg en strijd, een ingaan in de vreugde des Heeren. Dan is sterven erven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's