Waarop al de offers zagen
III
De onvolkomenheid van de Oud- Testamentische tempeldienst kwam ook vooral daarin uit, dat de offers telkens weer herhaald moesten worden, dat het heilige der heiligen voor het volk gesloten bleef. De weg naar het heiligdom lag, ondanks al die offers, niet open. Het voorhangsel bleef scheiding maken. De Wet kwam telkens opnieuw met zijn eisen. Vandaar dat de geslachten door er een stroom van offers was, doch het nimmer bij het altaar weerklonk : „Het is volbracht!"
Zelfs op de grote Verzoendag, wanneer de Hogepriester inging om het hloed te sprengen op het Verzoendeksel, werd uit de mond van de weerkerende Hogepriester niet beluisterd : , , Het is volbracht!" Het voorhangsel sloot zich weer achter hem toe. Nog bleef de weg tot de troon van Gods genade versperd. Eerst in de volheid des tijds zou op Golgotha, wanneer de hemelse Hogepriester, Jezus Christus, Zijn offer zou gebracht hebben, het voorhangsel uit de tempel scheuren van boven naar beneden. Dan zou alles volkomen volbracht zijn. De offerdienst zou dan tot het verleden behoren, omdat Hij met éne offerande in eeuwigheid volmaken zou degenen, die geheiligd worden.
Nu echter, onder het Oude Verbond, moest de Hogepriester, jaar na jaar, na eerst voor zichzelf geofferd te hebben, weer bij vernieuwing ingaan in het heilige der heiligen. En na zijn dood volgde een andere Hogepriester hem op. Dit alles getuigde van de onvolkomenheid van de dienst der schaduwen.
Niettemin ging er toch een rijke sprake van uit, vol van beloften, getuigend van de zegen des Heeren.
Want wanneer daar de Hogepriester inging op de Grote Verzoeningsdag om verzoening te doen voor de zonden des volks, dan volgde daarop een ontroerend moment.
Immers, terwijl de hogepriester op het Verzoendeksel het bloed stortte wachtte in de voorhof het volk, wiens zonden de hogepriester ging verzoenen. En dan, bij diens terugkomst, sprak hij onder doodse stilte de hogepriesterlijke zegen uit :
De Heere zegene u en Hij behoede u - ,
De Heere doe Zijn Aangezicht over u lichten en Hij zij u genadig - ,
De Heere verheffe Zijn Aangezicht over u en geve u vrede.
Zo werd driemaal de Naam des Heeren op het verzamelde volk gelegd. En de zegen werd steeds rijker.
Want wanneer het weerklonk : , , De Heeie zegene u en Hij behoede u", dan moet hier gedacht worden aan tijdelijke, aardse zegeningen.
Doch bij het daarop volgende : , .De Heere doe Zijn Aangezicht over u lichten en Hij zij u genadig", wordt de zegen rijker. Hier is sprake van Gods gunst en genade. God, Die Zijn Aangezicht tengevolge van de zonde moet verbergen, ja, het volk de nek toekeren, wil doordat Hij het gebrachte offer in Christus aanziet, Zijn Aangezicht over het wachtende volk doen lichten. Inplaats van Zijn gramschap en toorn, betoont Hij Zijn welbehagen. En ofschoon het volk schuldig is, .buigt de Heere Zich in liefde en erbarmen tot hen over.
Maar dan wordt, wanneer de hoge priester voor de derde maal de Naam des Heeren op het volk legt, de zegen nog dieper, nog hoger. Want dan klinkt het: , , De. Heere verheffe Zijn Aangezicht over u en geve u vrede". In dit verheffen van Gods Aangezicht en het schenken van vrede, ligt immers opgesloten dat de Heere Zichzelf in liefde geeft met al de rijkdom van Zijn Wezen. En de rijke vrucht daarvan is vrede. Vrede, d.w.z. in beginsel herstelde gemeenschap.
Zo boog daar een verzoend volk onder de zegen des Heeren.
Hoe zullen hierbij in de ziel van de ware Israëliet de snaren getrild hebben en het in zijn hart hebben geleefd :
Welzalig hij, wiens zonden zijn vergeven, Die van de straf voor eeuwig is ontheven Wiens wangedrag, waardoor hij was bevlekt, Voor 't heilig oog des Heeren is bedekt. Welzalig is de mens, wie het mag [gebeuren, Dat God, naar recht, hem niet wil [schuldig keuren, Maar die in het vroom en ongeveinsd [gemoed. Geen snood bedrog, maar blank [oprechtheid voedt.
Zo ging dan de gelovige Israëliet huiswaarts, dragende de zegen des Heeren. In de tempel te Jeruzalem ging echter de offerdienst door. Wanneer dan week na week en maand na maand elkander weer opvolgden, kwam daar opnieuw in de tempel op de Sionsberg het ogenblik, dat de hogepriester zich moest opmaken om in het heilige der heiligen verzoening te gaan doen voor de zonden des volks. De verzoening, die hij een jaar te voren had aangebracht, was dus onvolkomen. Vandaar deze herhaling.
Onvolkomen.
Dit stempel stond als het ware gedrukt op de gehele Oud-Testamentische tempeldienst. Alles was slechts profetie van hetgeen komen zou. Profetie van de volkomen verzoening, welke door het offer van Christus zou verkregen worden. Zo zijn de vrome Israëlieten in het geloof op dit komende Offer en op deze eeuwige en hemelse Hogepriester gestorven, de beloften van Zijn komst niet verkregen hebbende.
Doch in de vruchten van Christus' offerande hebben ze mogen delen. Door genade zijn ze ingegaan in de hemelse tabernakel, in de hemelse tempel. Daar hebben ze eerst met de profeten, doch sinds 19 eeuwen ook met de apostelen en de gehele triumferende kerk, mogen bezingen de lengte en breedte, de hoogte en diepte van de liefde van Hem, op Wie al de offers zagen.
Groot en machtig velen waren hun zonden geweest.
Onvolkomen de gebrachte offers.
Doch bij Gods altaren hadden de beloften des Heeren weerklonken, die getuigden van een eeuwige verlossing, van een volkomen verzoening. Deze beloften Gods zijn in Christus Jezus vervuld, in Hem ja en amen.
In een volgend artikel over , , Een volkomen verzoening" hopen we nader stil te staan bij de bediening der verzoening, in het licht van het Nieuwe Verbond, in het licht van de Nieuwe Dag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 januari 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 januari 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's