DIE POOLSE JONGEN
Feuilleton
DOOR JAC. OVEREEM
Zo, daar zat hij heel op z'n gemak Een paar minuten later vertrok de trein alweer. Mika dacht er aan, hoe deze nu door zou stomen tot een plaatsje bij de Oder. En daar moest hij met een veerpont de rivier oversteken.
Mika genoot volop van het bekoorlijke landschap. Hij had een groot gevoel voor schoonheid, vooral in de wijde natuur.
Het Poolse land was mooi. Tussen de heuvels lagen de weilanden, waar de koeien graasden of de bouwakkers waar de boeren hun aardappels rooiden.
De trein reed langs enkele gehuchten en heel in de verte blonk reeds het gl insterende eind van de Oder.
Dat ging heel wat vlugger, dan het getreuzel van Mika's wandelen.
— Op deze manier gaat 't wel 't beste ; maar het begin moet ook weer niet al te vlot van stapel lopen, dacht hij, anders word ik verwend.
Mika was zich goed bewust dat het geen plezierreisje worden zou. Maar nu genoot hij. De Oder kwam dichterbij.
— Het is een brede rivier, zo te zien, dacht Mika en ging voor het raampje zitten.
Ginds kwamen enkele schepen langzaam nader. Roeiboten lagen aan de kant van het water gemeerd.
De trein minderde vaart.
Daar was de overkapping van het station. Mika zette alles nog eens stevig in de tas en wierp hem om de schouder. Hij kamde een paar keer zijn zwarte haardos en liep naar de deur.
Met een ruk stond de trein stil.
Mika zocht z'n spoorkaartje en hield het de controle voor. Men pakte het van hem aan.
Buiten het station liep hij regelrecht naar de kade.
De veerpont was juist aangekomen. Dat was ook meer geluk, dan wijsheid. De mensen liepen over de blikke platen in de richting van het stadje.
Een kwartier bleef de veerpont liggen. Een man met een uniformpet op, inde het geld.
Mika hing over de reling. Hij keek op het woelige water. Er dansten papiertjes feilloos op en neer langs de boeg.
't Was verder een prachtig gezicht, de vele boten en bootjes in de verte, die elkaar met een fluitsignaal passeerden.
Op zo'n beurtschip zou Mika ook wel eens een tijdje willen werken. Het leek hem buitengewoon prettig, van stad tot stad te varen. Overal weer andere mensen te ontmoeten.
Enfin, als hij eens eenmaal gezond en wel bij z'n vader in Engeland mocht aankomen, was er nog tijd genoeg om een geschikt beroep te kiezen.
De hoop vlamde, als opnieuw gevoed, op in Mika's hart. Dat zou wat zijn ; vader zien, hem omhelzen, met hem praten en bij hem blijven.
Het grote verlangen bleef nog steeds aangroeien. Vóór zijn wens in vervulling zou gaan, zou hij nog veel moeten ontberen. Hij zou nog voor hete vuren komen te staan.
De veerpont liet de kade los. Ze dreven statig naar de overkant.
Mika was er 't eerst af. Hij holde de heuvel op. Voor hem lag de grote weg, die voerde in de richting van de Duitse grens.
Maar Mika vond het beter, deze weg niet te nemen. Hij had gehoord, dat er voortdurend controle was. En moest hier ook niet ergens het ijzeren gordijn zijn? Daar moest hij zich goed op instellen.
Het ijzeren gordijn zou wel de grootste moeilijkheid opleveren van heel de reis.
Hij sloeg al spoedig een zijweg in. Die voerde door de landelijke beemden van westelijk Polen.
Ondertussen had hij al één en andermaal zijn broodtas aangesproken. Nog twee boterhammen, dan zou zijn voorraad weer uitgeput zijn.
Hij wierp z'n tas om de schouder en haalde de landkaart voor de dag.
44
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1956
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1956
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's