De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Franciscus Ridderus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Franciscus Ridderus

6 minuten leestijd

II

Tot de werken van Ridderus, die men verreweg het vaakst aantreft, behoren zijn geschriften, die ons naar het gebied van de , , ascetiek" voeren (Vgl. Brakel Sr.) en die tot titel dragen Drieweeksche Voorbereydingh ofte tsamenspraak tusschen Maria, Martha en Lazarus. Daarin gaat hij in op klachten en bezwaren betreffend het Heilig Avondmaal, maar geeft er niet het laatste woord aan. Als we hem, en al eerder Teellinck en straks Udemans horen pleiten voor een vrijmoedig, eerbiedig gebruik van 't Heilig Avondmaal, dan stellen we met zorg vast, dat menigmaal in onze kring deze zaak veel lakser is aangevat. De genoemde auteurs weten 't heilige moeten en het heilige mogen kostelijk te verenigen en juist ook het bevel van Christus heeft bij hen een brede plaats, al blijft het mogen boven het moeten uitgaan.

We hopen eerlang Udemans' geschriftje over het H. Avondmaal wat breder weer te geven en gaan daarom nu aan dit belangrijke boekje verder voorbij. We geven dan hier meer aandacht aan Ridderus' tweede „ascetische" werk, n.l. Dagelijckse huys catechisatie. Het heeft een uitgebreider voortitel, n.l. Dagelijckse, maendelijckse en jaerlijckse-huys-oeffeninghe, vermeerdert met Huys gesangen.

Deze titel is wat uitvoerig, maar toch nog zeer sober. Een latere tijd zal zich uitsloven om nog veel uitvoeriger, pakkender, ja sensationele titels te bedenken. Vooral de Coccejanen hebben op dit gebied een droeve reputatie, maar de stroeve Voetianen zijn nogal eens door hen meegesleept in deze onedele wedloop.

Met het genoemde boekje wil Ridderus de „practijk der godzaligheid" dienen. Als we het boek openen, merken we, dat de titel nóg meer verbreed wordt, want dan volgt er nog, dat die huiscatechisatie bestaat in morgenoefeningen over de Artikelen des Christel, geloofs ; in middagoeffeningen over de plichten van het christelijk leven en in de avondoeffeningen over de geschiedenissen der H. Schrift. Het is zo ingesteld, dat alles in de tijd van een maand , , bequamelyck" is af te handelen, met een oefening voor iedere dag. Als motto kiest de auteur Psalm 55 vs. 18: Des avonds, des morgens en des middags zal ik klagen en getier maken en Hij zal mijn stem horen. Zoals bij Brakel Sr., voelt Ridderus zich gedrongen en gedragen door de Schrift. Men kan dit Schriftgebruik nogal eens schamper , , biblicisme" horen noemen, d.w.z. wettisch Schriftgebruik. Het is dan in alle geval een biblicisme, dat het zich niet gemakkelijk maakt en daarom wél respect verdient.

Ridderus begint dus de dag met een morgenoefening. Dat kan hij aan Brakel Sr. ontleend hebben, maar waarschijnlijker gaan beide op oudere voorbeelden terug en zeker zullen de Engelse Puriteinen hier invloed hebben uitgeoefend. Zo'n morgengodsdienstoefening, blijkbaar bedoeld om met alle huisgenoten te worden belegd, beslaat in het boek 5 a 6 compact gedrukte bladzijden. Steeds wordt besloten met een morgenzang en nooit met een Psalm.

Ligt hier dus al iets van een , , Gezangenkwestie" ? Vermoedelijk wel, en dan zien we hier bevestigd, dat de Vaderen de openbare Dienst des Woords en de huiselijke samenkomsten in dit opzicht scherp onderscheidden.

De oefening handelt over de artikelen des geloofs. Dat zijn niet de artikelen van de Apostolische Geloofsbelijdenis, maar de hoofdzaken van het geloof, naar ons gevoel in vele punten de gang van Calvijn's Institutie volgend.

Zo wordt de maand door gehandeld over: Theologie, Schrift, God, schepping, zonde, verkiezing, Christus, geloof, kerk, verbond, sacramenten, overheid en. laatste oordeel.

De middagoefening (na het middagmaal? ) bouwt voort op de 's morgens gelegde fundamenten. Nu wordt, goed piëtistisch (maar ook goed bijbels-gereformeerd) gehandeld over de hoofdstukken, de voornaamste plichten van het christelijk leven. Daar horen we uit, hoe Wet en Evangelie, door de H. Geest, het leven op gang brengen en op gang houden. Nu wordt gesproken over dingen als : onherboren zijn, wedergeboorte, geloof, beroep, huwelijk, de kerkedienst, plagen en zegeningen. Voor dogmatisme is dus heel geen gevaar : het leven wordt niet vergeten, zomin uiterlijk als innerlijk.

De avond wordt besloten met een avondoefening. Die verhandelt de bijbelse geschiedenis die daartoe ook weer in 31 delen wordt gedeeld, 20 uit het Oude Testament, 11 uit het Nieuwe. Dat zijn voor ons gevoel wel erg grote stukken en veel details heeft Ridderus niet kunnen geven. Maar het kan dan toch nuttig zijn, de werkelijke , , geest en hoofdzaak" kort en bondig in te prenten !

Vergelijking met Brakel Sr. doet ons zien, dat bij Ridderus het gevoel, ook de liefde niet zo'n brede plaats innemen. Toch is hij werkelijk niet wettisch, maar fris en gezond. Zoals hij geloof en leven samenvat, zo ook Wet en Evangelie. Ridderus doet daarin meer denken aan Brakel Jr. en aan Comrie, dan aan de Van Lodensteyn en Verschuur. Laten we zeggen: gelukkig ! Want elk christen heeft een eenzijdigheid, die hem leert leven uit de gemeenschap der heiligen, om elkaar aan te vullen en nodig te hebben. Dat maakt de Hervorming boeiend: verscheidenheid van gaven hoeft de éne Geest niet uit te sluiten. Dat maakt ook de Nadere Reformatie interessant: vele kleuren, één licht.

We moeten daarmee van onze auteur afscheid nemen. We hebben hem in veel kunnen prijzen; een enkel woord van critiek kan daarbij op zijn plaats zijn. We spraken al over de huisgezangen, die Ridderus gebruikt. Die zijn van eigen maaksel, want bij de vele kundigheden, die Ridderus sieren, komt nog ten overvloede, dat hij tenslotte ook nog dichter poogt te zijn. We zeggen: poogt, want hierin ligt niet zijn grootste kracht. Van Lodensteyn's „Uitspanningen" winnen het verre van hem en ook Groenewegen's veel gezongen Lofzangen Israels, waaionder de Heere woont, hoeveel bescheidener van inspiratie dan Van Lodensteyn's poëzie, stellen Ridderus in de schaduw. Ridderus is een der eerste der dominees-dichters, die vooral in de 19e eeuw velen hebben bekoord (Beets, ter Haar, de Génestet), totdat vooral de , .Tachtigers" hen als rijmelaars hardhandig de hof der muzen hebben uitgedreven. De eerlijkheid gebiedt te erkennen, dat hun dichterlijke gaven inderdaad wel verre ten achter bleven bij hun vlotte rijmvaardigheid. Onze tijd poogt die twee erg scherp te onderscheiden en scheidt ze, vooral bij de „experimentelen" wel heel erg.

Als dichter heeft Ridderus nogal wat ergernis gegeven, door een vergeestelijkt bruiloftslied te vervaardigen bij gelegenheid van het huwelijk van een collega. Wij missen daarin inderdaad veel van de kiesheid, die de Puritein zo siert. Maar Ridderus' tijd was in deze erg openhartig, denk maar aan de smakeloosheid in Jacob Cats' Troüwringh. En als we opmerken, dat het allegoriseren (vergeestelijken) van de Schrift aan Ridderus vreemd is, dan vinden we geen reden, dit éne onnozele huwelijksdicht, dat als spel en verpozing bedoeld was, zó zwaar te laten wegen.

Alles samen : een veelzijdig, belangrijk, gaaf man, in wien Calvinisme en Piëtisme weer eens óp zeer gelukkige wijze zijn verbonden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Franciscus Ridderus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's