De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DIE POOLSE JONGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DIE POOLSE JONGEN

Feuilleton

4 minuten leestijd

DOOR JAC. OVEREEM

Naar schatting was hij nog ongeveer een uur van de Pools-Duitse grens verwijderd.

Op een driesprong gekomen, wist hij werkelijk niet welke van de twee wegen hij hebben moest.

Hij bestudeerde de wandelkaart, maar die bestreek een te klein gebied. Hij was al veel en veel verder. De trein had hem een heel eind in de goede richting gebracht.

Hij besloot de linkse weg te nemen. De richting Oost en West, stond hem heel helder voor de geest, meende hij.

De zon zou bijna midden in het Westen ondergaan. Nu, midden in 't Westen lag Engeland. Dus waar de zon bij de grond kwam, daar moest hij zijn. Daar zou hij vader ontmoeten. Hij was enthousiast over deze ontdekking.

XII.

EEN ZWERVER VERDWAALD.

Mika had zo misschien ruim drie kwartier gelopen, toen hij gewaar werd dat hij veel te veel uit de koers was geraakt. Inplaats dat hij de zon recht voor zich, boven de bossen zag, bleef deze aan z'n rechterkant.

De jeugdige zwerver stond even stil, om zich opnieuw te oriënteren. Als hij zo doorging, kwam hij in Oostenrijk terecht. En de bedoeling was Berlijn. Was hij maar eenmaal in West-Berlijn, dan had hij de grootste moeilijkheden achter de rug.

Dit was nog een dagenlange reis.

Maar nu was hij vast en zeker op een verkeerde weg. Terugkeren lokte hem óok niet aan. Dan maar 't eerste wegje, rechtsaf, inslaan. Dat was 't enige wat er nog op zat.

Het duurde niet lang of er kwam zo'n zijweg rechtsaf.

Mika draalde niet en sloeg deze in.

Hij moest vooruit, langs onbekende wegen, maar vóór alles, de vrijheid tegemoet.

Tegen wat inspanning zag hij niet op.

Hij was liever tien dagen buiten aan 't dwalen, dan tien dagen in een Russische gevangenis.

Maar toen hij aan de mogelijkheid van verdwalen dacht, besefte hij opeens dat hij al verdwaald was. De weg, die hij nu een kwartier gevolg had, liep dood in het ruige veld.

Een hele tijd had hij onder een hoge houtwal gewandeld en nu lag daar de vlakte voor hem. Een stuk ongerepte natuur; heide, plassen en vliegdennen.

Mika was blij, dat hij de zon weer voor zich zag. Hij volgde zijn voornemen, om zijn pad te zoeken, waar de zon de kim moest naderen.

Recht toe, recht aan.

't Was echter niet de gemakkelijkste weg om te begaan. Hoe recht hij z'n weg meende te vervolgen, de weg naar Berlijn was hij kwijt. Waar hij nu ging, was geen weg. Maar hij vorderde en eindelijk kwam hij aan het einde van het vlakke land.

Hij kwam voor een sparrenbos. In geen jaren was er iets aan gedaan. Het zou veel bezwaren opleveren er door heen te dringen.

Mika keek er langs heen. Beide einden bleven ver uit 't gezicht.

Stoer stapte Mika als 'n jonge, struikrover het bos in. Hij kwam vooruit. Maar de zon had hij niet meer tot leidsman. Dat zou een hele toer zijn, om nu de rechte koers te kunnen houden.

Nu en dan stonden de bomen niet zo dicht opeen. Dat gaf wel enige verademing.

Maar de zon zag Mika niet meer.

Hij beet zich op de lippen en sprak zichzelf moed in. Je komt er! Steeds maar volhouden! Terug kun je niet.

Opeens stiet hij op een open plek. Hij bleef staan. Wat was hier te doen geweest ? Het zand was nog vers omgewoeld. Hij herkende de afdrukken van reeën. Maar ze waren groter. Hier hadden herten gevochten. Daar lag zelfs bloed. Donker, geronnen bloed.

Mika stond even stil en luisterde.

Hij hoorde, niet ver van hem vandaan, een rochelend geluid.

Een ogenblik bekroop hem bange vrees. Hij greep naar zijn dolk.

Wilde varkens konden zeer gevaarlijk zijn. Vooral wanneer ze jongen hadden. Maar dit was niet het rochelen van een varken. Het moest van een hert zijn. Wellicht hadden er een paar edelherten gevochten en had de zwakste het moeten afleggen. Dat gebeurde wel meer.

Mika besloot op het geluid af te gaan. Het werd dringender, benauwder.

Hij drong zich tussen de takken door. En daar lag een prachtig edelhert.

(Wordt vervolgd).

45

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DIE POOLSE JONGEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's