GENEESKUNDE EN GELOOFSGENEZING
Het tweede deel van het boekje van. ds. Martin te Geneve, handelt dan inzonderheid over zijn eigenlijke bedoeling : de dienst der genezing in de hedendaagse kerk.
De uitdrukking hedendaagse staat, zoals men begrijpt, tegenover de kerk in de dagen der apostelen en in de eerste eeuwen daaropvolgende.
Dit gedeelte van het boekje wordt verdeeld in 9 hoofdstukken : te weten :
1. Goddelijke genezing en medische wetenschap.
2. Zonde en ziekte.
3. De waarde van de ziekte.
4. Is de geloofsgenezing het werk van een persoon of het werk van de Kerk?
5. De genezing als geloofsprobleem.
6. Het gebed voor de genezing.
7. Sacramenten en tekenen.
8. De , , mislukkingen".
9. Het herstel van de dienst der genezing.
Men ziet, een aantal vragen en vraagstukken, die de moeite der bezinning waard zijn.
Goddelijke genezing en medische wetenschap !
Ds. Martin begint met de vraag : „Hoe verenigt u de idee van de genezing langs geestelijke weg met de pogingen, die er van medisch-wetenschappelijke zijde worden aangewend? "
De schrijver merkt dan op, dat van een tegenstelling tussen de Goddelijke genezing en de genezing langs medisch wetenschappelijke weg te spreken een dwaling is, die bij vele leden van onze gemeenten heeft wortel geschoten.
Hij wijt dat enerzijds aan genezers van allerlei soort, aan magnetiseurs en charlatans van allerlei slag. Het is duidelijk, zo betoogt hij, dat de medische wetenschap haar grenzen heeft. Daaruit volgt, dat eerlijke en oneerlijke genezers buiten de medische-wetenschap, gemakkelijk vele volgelingen vinden, die vlug klaar zijn met hun oordeel over de z.g. onmacht der officiële geneeskunde.
Wij zijn van oordeel, dat dit wel een beetje erg eenvoudig klinkt, maar er is een stuk waarheid in. Als men bij de arts geen baat vindt, gaat men naar de wonderdokter.
Daarbij komt volgens ds. Martin de zucht naar het wonderbaarlijke, het bijgeloof, dat een tegenstelling tussen medische wetenschap en geloofsgenezing poneert. Hij acht dit een verkeerde houding, omdat — want daarop komt zijn redenering neer — de medische wetenschap ook een aspect vertegenwoordigt van wat God de mens ter beschikking stelt.
Ook hierin is een moment van waarheid, hoewel wij van oordeel zijn dat de vraag, door ds. Martin toch niet juist is gesteld en dat drukt ook op de door hem voorgestelde conclusie.
De wetenschap, ook de medische wetenschap, een gave Gods.
Zeer zeker. Dat onderschrijven wij van harte en wij menen ook de Heilige Schrift achter ons te hebben in deze. Doch wetenschap en geloof, zo maar als aspecten van het geheel naast elkander te zetten, dat God tot onze beschikking heeft gesteld, zoals ds. Martin het uitdrukt (blz. 72), is wel wat kras. Want, zoal geen tegenstellingen, een principieel onderscheid is er tussen de twee genoemde gebieden zonder twijfel.
Medische wetenschap, ja, wetenschap in het algemeen en geloof, zijn beide genadegaven Gods. Wij hebben daarop trouwens reeds meerdere malen gewezen, doch ook als genadegaven zijn ze toch zeer verschillend, terwijl men van het geloof sprekende, teveel zegt, als men de uitdrukking , , ter beschikking stellen" gebruikt.
Alweer moeten wij aannemen, dat de Hollandse vertaling een zuivere weergave van de Franse tekst is. Zo niet, dan komt deze opmerking aan het adres van degene, die het boek vertaald heeft.
Van de gaven in wetenschap en kunst kan men met recht in zulk een vorm spreken. Zij worden aan de mensen, die zulke gaven ontvangen, geschonken, maar blijven tot deze personen niet beperkt, zij vinden navolging en toepassing voor allen, die er gebruik van maken. Men behoeft alleen maar aan de moderne ontwikkeling der techniek te denken, om daarvan een duidelijk voorbeeld te kunnen zien.
Hier zou men kunnen zeggen : ter beschikking gesteld, gelijk dat ook het geval is met wat wij plegen te noemen de , , natuurlijke" gaven en vermogens van verstand, hart, en met de schepselen, over welke God ons heerschappij heeft gegeven. (Ps. 8 : 7 v.v.).
Te onzer beschikking gesteld, en dus ten gebruike. Maar juist daarom valt het gebruik, dat wij van al deze gaven Gods maken, onder het oordeel van Gods wet. Wij kunnen misbruik maken van alles, wat God geeft, en wij kunnen het met een goed geweten voor God gebruiken in de vreze Gods.
Wij grijpen deze gelegenheid aan om daarop zo uitvoerig in te gaan, omdat er zoveel misverstand heerst in dit verband, niet alleen bij anderen, maar óok onder ons gereformeerde volk.
Al te gemakkelijk veroordelen sommigen vindingen van de moderne wetenschap en toepassigen in de techniek als duivels en uit de duivel.
Nu is het wel zeker, dat de duivel van een en ander gebruik maakt om zich te sterken in zijn verloren strijd om een rijk naar zijn smaak op te richten en aan de almachtige God Zijn Rijk te ontwringen.
Let.wèl, wij onderstellen, dat de duivel gebruik maakt van de moderne middelen, een duivels gebruik, tegen God en tegen de door God voorgenomen bestemming van de mens gericht. Maar — daarom is de gave Gods in wetenschap en kunst niet duivels en men moet voorzichtig zijn met van duivelse vindingen te spreken.
Wel kan de mens — dank zij de gaven van ontdekking en onderzoek — duivelse machines maken, d.w.z. machines, waarmede hij uitvoering geeft aan duivelse gedachten en werken. Immers de duivel is de vader der leugen en een mensenmoorder van de beginne.
Nog algemener gesteld, de mens, die een zondaar is, kan de gaven Gods en de vermogens, welke hem geschonken en gelaten zijn, in dienst der zonde stellen. En dat doen wij in onze verzondigde natuur, als God het niet genadig verhoedt.
, , Die de zonde doet, is uit de duivel, want de duivel zondigt van den beginne". (1 Joh. 3 : 8). Wie over de werken des duivels spreekt, spreekt over de zonde, niet alleen van de duivel, maar ook over de zonde van de mens.
En hierin is het Evangelie, dat de Zoon van God is geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou. (Vgl. 1 Joh. 3:8).
Derhalve moeten wij onderscheid maken tussen de gaven Gods en het gebruik, dat wij er van maken. Dat kan een duivels gebruik zijn, waardoor de gave Gods wordt ontheiligd en tot een vloek gemaakt.
Intussen is het niet in strijd met de Heilige Schrift, als wij zeggen, dat God de Heere ons die gaven ter beschikking heeft gesteld, altijd onder beding van tot Zijn dienst!
Dat kan men echter van het geloof niet zo maar in één adem zeggen. Het geloof is een gave Gods.
Het is wel, doch het geloof is een bijzondere gave. Het is een genadegave Gods, waardoor Hij de Zijnen deelgenoot maakt van de zaligheid Gods in Christus, deelgenoot van de hemelse goederen, door Christus verworven. Doch die goederen staan niet „ter beschikking". Zij zijn een erfdeel in de hemelen bij God bewaard. Gods kinderen hebben niets te beschikken over die goederen, doch in het geloof genieten zij een voorsmaak van de heerlijkheid, welke is weggelegd voor degenen, die Hem vrezen.
De gaven van wetenschap en kunst en de gaven des geloofs staan niet op één lijn.
Men heeft in de laatste jaren veel critiek kunnen horen op de leer ener algemene genade van dr. Kuyper. Eerlijk gezegd, niet zonder grond. Toch is er in de leer ener algemene genade wel een en ander, dat men beter ter harte behoorde te nemen. Uiteraard zijn de grootste bezwaren gekomen van een kant, waar men de bijbelse leer der uitverkiezende genade óf verwerpt, óf van haar kracht zoekt te beroven. Algemene en bijzondere genade stellen een antithese tussen kerk en wereld, tussen geloof en ongeloof. Christen en niet-Christen. Wie zulk een antithese weigeren te erkennen, vinden daarin dus gerede aanleiding om ook een leer van algemene genade af te wijzen.
Al is het ook, dat Calvijn o.i. de redeneringen van dr. Kuyper niet in alle delen voor zijn rekening zou genomen hebben, de grondslagen voor een leer der algemene genade zijn aan Calvijn niet onbekend.
Hij leert een algemene en een bijzondere verkiezing en — in overeenstemming daarmede — een algemene en een bijzondere genade. De algemene verkiezing betreft b.v. het volk Israël, dat temidden der volkeren is verkoren om drager van de Godsopenbaring te zijn. Een bijzondere verkiezing echter richt zich op de Israëliet, die tot de zaligmakende kennis dier openbaring wordt verwaardigd.
Beide werken uit het welbehagen Gods en beide schenken gaven uit de kruisverdiensten van de Middelaar Gods en der mensen, de Heere Jezus Christus, maar toch is er groot onderscheid, zoals men ziet.
Wehiu, zo zouden wij de gaven van wetenschap en kunst, welke God zelfs aan goddelozen schenkt, onder de algemene genade willen rekenen. De Heere God heeft deze wereld na de zondeval niet prijsgegeven, hoewel zij onder de vloek der zonde kwam, maar Hij deed het licht der genade over haar opgaan.
Hoewel de dood de bezoldiging is der zonde, heeft God toch die wereld niet aan de dood overgegeven. Zijn gerechtigheid Iaat niet toe, dat de schepping haar bestemming zou missen en de Raad Gods zou worden gebroken.
Zo schonk Hij tegen de gevolgen der zonde in, nog middelen tot onderhouding van dit aardse leven en gaven van wetenschap en kunst om het leven mogelijk te maken, ja ook, om de nood te lenigen. Zo zien wij ook de gave der geneeskunde in datzelfde licht.
En dat wij daarvan gebruik mogen maken, wie zou daaraan twijfelen, die bij de Heilige Schrift wil leven?
De Heere zegt ook in verband met deze dingen niet te vergeefs, dat, die gezond zijn, de medicijnmeester niet van node hebben, maar die ziek zijn.
Wij zijn het dan ook met ds. Martin wel eens, dat de Christgelovige niet staat voor het dilemma : de dokter voor de heidenen en geloofsgenezing voor de Christenen : m. a. w. een Christen gaat niet naar de dokter.
Zó is het zeker niet. En wij zijn het ook met de geachte schrijver eens, dat er veel bijgeloof in het spel komt door misverstand en overgeestelijkheid. Ds. Martin noemt de z.g. , , Pinksterbeweging" en „Christian Science", (blz. 72).
Wie zijn toevlucht neemt tot een arts, geeft daarin nog geen bewijs van ongeloof. Hij kan in het geloof naar een arts gaan.
Te meer — en hiermede komen wij tot het punt, waarin wij het niet eens zijn met ds. Martin — omdat genezing door het geloof ons maar niet zo , , ter beschikking" staat.
Wij kunnen in onze nood de toevlucht zoeken in het gebed tot God, die een Heere is over leven en dood. Wij kunnen de voorbede verzoeken der gemeente dat kan en dat is goed. Zulke gebeden worden dikwijls verhoord en werken vaak, ook zonder naar onze begeerte verhoord te worden, grote zegen — maar geloofsgenezing staat niet ter onzer beschikking.
Het is en blijft een vrije genadegave Gods en ook, als Hij iemand de gave der gezondmaking schenkt, is dat een vrije genadedaad Gods.
Daarom kan van een dienst der genezing van de kerk eigenlijk niet gesproken worden. Het is een zaak van bijzondere genade Gods, aan een persoon geschonken.
Wanneer in de gemeente iemand is, die zulk een gave heeft ontvangen, zal het wel goed zijn, dat de gemeente waakt tegen bijgeloof en misbruik, maar dan gaat het om de handhaving van de kerkelijke tucht. De kerk oordele over de echtheid der gave, in onderscheiding van van schijn en bedrog.
De kerk kan ook de dienst der gebeden beoefenen in verband met zulk een gave der genezing in haar midden en men zou ook zonder dat zulk een gave in de gemeente is, gebedsdiensten voor de zieken der gemeente kunnen houden.
Daarvan kan men ook verwachting hebben, want vernieuwing der ziel en genezing des lichaams hebben zeker wat met elkander te maken, zo waarlijk als zonde en dood wat met elkander te maken hebben.
Dat wordt ook betuigd door de genezingsdaden van de Heere Jezus Christus.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's