TOEKOMSTMOGELIJKHEDEN AFGESTUDEERDEN VAN IN HET BEDRIJFSLEVEN VAN MIDDELBARE SCHOLEN
Enige maanden geleden is een conferentie belegd door de stichting Contactcentrum Bedrijfsleven-Onderwijs voor rectoren en directeuren van middelbare scholen en vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven. Deze conferentie mocht zich in een grote belangstelling verheugen. Dezer dagen zijn de inleidingen, die toen gehouden werden in druk verschenen. Deze bevatten allen zeer waardevol materiaal, maar een is er bij, die ook voor ruimere kring dan onderwijsmensen van groot belang is. Het is de inleiding van drs. A. C. J. Rottier over het onderwerp, dat hierboven staat afgedrukt. Het is onmiddellijk duidelijk, dat dit onderwerp ook voor ouders met opgroeiende kinderen van groot belang is. Zonder tekort te willen doen aan de voortreffelijke kwaliteiten van de andere inleidingen, moet toch wel worden opgemerkt, dat in het bijzonder deze inleiding de mensen uit het onderwijs bijzonder aansprak. Daarom wil ik de hoofdgedachten uit deze inleiding hier beknopt weergeven.
De belangstelling, die het bedrijfsleven de laatste jaren toont voor het onderwijs moet niet gezien worden als een gevolg van de toevallig heersende hoogconjunctuur, maar als een structurele wijziging, die samenhangt met de verandering van het economisch gezicht van ons land.
Hoe ziet het bedrijfsleven er uit ?
De uitgebreidheid kan blijken uit de officiële indeling van het Centraal Bureau voor de Statistiek, dat in totaal 15 bedrijfstakken kent met als de meest bekende en omvangrijke de metaalnijverheid, textiel, bouwnijverheid, voeding- /en genotmiddelenindustrie, mijnbouw ; 15 bedrijfstakken waar in totaal 2, 2 millioen Nederlanders werkzaam zijn, dat is iets minder dan de helft van de Nederlandse beroepsbevolking.
Aldus gezien omvat het bedrijfsleven een 175000 ondernemingen die naar werkzaamheid en grootte sterk uiteenlopen maar waarbij steeds kenmerkend is: ondernemingsgeest, winststreven, durf, initiatief, dynamiek, streven naar rationalisatie, efficiency, mechanisatie en dergelijke elementen.
Wat de in het bedrijf uitgeoefende functies aangaat, zouden we naar gelang de hoogte van het niveau een indeling kunnen maken in een drietal categorieën, n.l. een leidinggevende groep, een mediale groep en een uitvoerende groep.
De leidinggevende groep bepaalt de koers van de onderneming, het is de groep van de ondernemers.
De uitvoerende groep is de groep der arbeiders.
Daartussen in staat de mediale groep. Onder een mediale groep wordt hier verstaan het verrichten van die arbeid, welke de schakel moet vormen tussen de hoogste leiding en de eenvoudige uitvoering.
Van deze drie soorten fimcties is de mediale functie bij uitstek het terrein voor de middelbaar afgestudeerde en onze belangstelling dus hierop richtend valt het op dat in de laatste vijftig jaar de wijzigingen in het bedrijfsleven zeer ingrijpende veranderingen in die middelbare functies hebben gebracht.
Enerzijds zijn vroeger mediale functies verdwenen of afgezakt tot arbeidersfunctie. Zo is 'n belangrijk deel van de administratieve arbeid gemechaniseerd en geautomatiseerd. De administratie van vele bedrijven is hierdoor voor een deel machinewerk geworden. Degenen, die dit werk doen moeten eigenlijk als kantoorarbeiders beschouwd worden.
Diezelfde mechanisatie heeft een sterke en nieuwe behoefte doen opkomen aan een groot aantal hoogwaardige specialisten.
In vele bedrijven is de oude meestersknecht verdwenen, maar in zijn plaats is gekomen de technische beambte, van wie wordt verwacht, dat hijzelf regelt, beslissingen neemt en een doelgerichte leiding uitoefent binnen de aan hun zorg toevertrouwde eenheden.
Tegenover de afbraak van het aantal middelbare functies heeft dus een nieuwe groei gestaan van zo'n omvang, dat in totaal de mogelijkheden aanzienlijk, groter zijn geworden. Dit is het best te illustreren aan de hand van de situatie bij de Staatsmijnen waar op iedere 1000 arbeiders in 1938 82 beambten werkzaam waren tegen momenteel 117 (in 17 jaar dus een toeneming met 40%).
Een ander voorbeeld wordt ontleend aan een vergelijkende studie tussen twee grote staalfabrieken n 1. The Inland Steel Company of Chicago en de Dortmund Hörder Hüttenunion in het Ruhrgebied. Het totaal aantal werknemers in beide fabrieken is nagenoeg gelijk, n.l. rond 18000. Daarentegen is de productie van Chicago rond tweemaal groter dan die in Dortmund, hetgeen zijn voornaamste verklaring vindt in de hogere graad van mechanisatie. Deze hogere ontwikkeling van Chicago manifesteert zich in de opbouw van het personeel in de volgende markante verschillen :
„ Chicago heeft drie maal meer middelbare functionarissen dan Dortmund. Chicago heeft tien maal meer stafspecialisten in dienst.
Hieruit blijkt al evenzeer, hoezeer de rationalisatie en mechanisatie gepaard is gegaan met een relatief sterk toenemen van het aantal en het niveau van de medewerkers van middelbare en hogere ontwikkeling ten opzichte van de arbeiders.
Deze behoefte van de industrie is aangewezen op afgestudeerden van het middelbaar onderwijs. Gedurende de laatste jaren behaalden gemiddeld rond 6000 jongemannen een middelbaar eindexamen. Indien we rekening houden met de 60%, die verder studeren, dan kunnen we globaal ramen, dat jaarlijks ca. 2400 jongelieden met een middelbare opleiding beschikbaar komen voor het bedrijfsleven. Dit aantal is amper voldoende, zo niet duidelijk te gering, om in de toenemende behoefte te voorzien die alleen al ontstaat door het jaarlijks accres van 50.000 loontrekkers in de industrie.
Om het eens bondig samen te vatten : kwantitatief is de afzet van de middelbaar afgestudeerde meer dan verzekerd !
Wat nu de geestelijke bagage van de afgestudeerde betreft kunnen wij om practische, redenen onderscheid maken tussen:
1. direct in het bedrijf toepasbare kennis ;
2. een meer algemene kennis die tot basis kan dienen voor een op bedrijfsfuncties gerichte, voortgezette opleiding en die de bezitters van nut is bij het zich thuisvoelen en bewegen in kringen van meer ontwikkelden;
3. een aantal mentale eigenschappen, die met kennis slechts ten dele of zijdelings iets uitstaande hebben. Deze laatste eigenschappen bepalen in hoofdzaak de , , houding" of , , instelling" van de jonge man. Ze manifesteren zich onder meer in de structuur van zijn denken en in zijn omgangsvormen, in zijn aanpassingsvermogen en zijn belangstelling voor het werk, in zijn werklust en zijn leergierigheid.
Een meer algemene vorming en een correcte levenshouding worden door het bedrijf op prijs gesteld, zodat de jonge man die ze bezit, aanmerkelijk meer kansen heeft dan zij die ze missen.
De volgende eigenschappen vormen de maatstaf, die in het bedrijfsleven geldt voor plaatsing, beoordeling en promotie. Eigenschappen als geschiktheid tot zelfstandig werken, opmerkzaamheid en initiatief, betrouwbaarheid en persoonlijkheid, kunnen leiding geven, verantwoordelijkheid en contactvermogen spelen bij de vervulling van middelbare functies wel degelijk een rol. Het zijn n.l. eisen, die practisch in elk systeem van werkclassificatie voorkomen en het beantwoorden hieraan is met name in de mijnindustrie bepalend voor de stratificatie van de functies en wat belangrijker is ; voor de hoogte van het salaris.
Wij zien, dat bij de Staatsmijnen van de 45000 werknemers er rond 4500 een mediale functie bekleden en hiervan heeft nog geen 20 % een middelbare opleiding gehad. Hiermede zijn zonder meer de kansen geïllustreerd, die er reeds op dit ogenblik voor middelbaar afgestudeerden liggen, want de ontwikkeling gaat duidelijk in een richting, waarin voor de meeste mediale functies een middelbare opleiding als minimumeis wordt gesteld.
Het globale gemiddelde inkomen, dat met dit soort functies samengaat, kan gerust op 8 a 9 mille per jaar gesteld worden.
Voorts is er nog een grote groep, die in de hogere en hoogste bedrijfsregionen terecht komt. Bij vele grote en middelbare bedrijven hebben meer dan de helft van de hooggeplaatste medewerkers alleen een middelbare opleiding of technisch middelbare opleiding gevolgd. Dit beeld van nu reeds grijpbare toekomstmogelijkheden voor middelbaar afgestudeerden, kan voor wat de verdere toekomst aangaat, alleen nog maar rooskleuriger worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's