LIEVER DAN......
EN DIT IS HET OORDEEL, DAT HET LICHT IN DE WERELD GEKOMEN IS, EN DE MENSEN HEBBEN DE DUISTERNIS LIEVER GEHAD DAN HET LICHT; WANT HUNNE WERKEN WAREN BOOS. JOHANNES 3 VERS 19
, Gedekt door het duister van de nacht, is Nicodemus tot de Heere Jezus gekomen om te spreken over het Koninkrijk der Hemelen. Nicodemus meende, dat hij een voorname plaats in dat Koninkrijk bekleedde, maar de Heere Jezus zegt hem : , , Tenzij dat iemand wederom gehoren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien", laat staan ingaan. De wedergeboorte is een daad Gods. Daarin is de mens geheel en al lijdelijk. , , Het is niet desgenen die wil, noch desgenen, die loopt, maar des ontfermenden Gods". (Rom. 9). l
Heel het werk der zaligheid gaat van God uit.
Hij heeft in Zijn ondoorgrondelijke wijsheid de weg uitgedacht, langs welke een verloren zondaar het eigendom kan worden van Hem en Hij het eigendom van de zondaar. Hij heeft in Zijn ontfermende liefde Zijn Zoon gegeven , , opdat een iegelijk, die in Hem gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe".
Dat wil evenwel niet zeggen, dat de mens niet verantwoordelijk zou zijn voor zijn ongeloof.
De Heere doet ons geen onrecht, wanneer Hij van ons dezelfde gaven eist, die Hij eenmaal in de staat der rechtheid ons heeft geschonken. Maar nog veel meer staan wij verantwoordelijk, nu de Heere Jezus in de wereld gekomen is om zondaren zalig te maken en het verlorene te zoeken. In Christus wordt ons het leven en de zaligheid aangeboden. Het Licht der wereld is verschenen.
En zie, daar gaat het hier om, om onze houding en verhouding tegenover Christus.
De Vader eist, in Hem te geloven. „Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet geloofd heeft in de Naam des eniggeboren Zoons van God". Door niet te geloven in Hem, zal het oordeel der verdoemenis ons te zwaarder treffen.
Neen, Christus is niet gekomen om te veroordelen, maar om te behouden, maar toch is het oordeel het onvermijdelijke gevolg van Zijn komst op aarde.
En dit is het oordeel, Eigenlijk staat er: is de , , crisis" —de scheiding. En die scheiding beweegt zich om Zijn verschijning. Hij maakt scheiding tussen mensen en mensen, ja, de mens werkt zelf het oordeel moedwillig uit door niet te geloven, door te blijven in de duisternis.
In deze tekst staat een moeilijkheid. Hebt u het al opgemerkt? Dat is het woord , , liever". De mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht. Hebben die mensen dan het licht óók nog lief gehad ?
Ja, maar tot op zekere hoogte. Als 't donker was in hun leven, wanneer er ziekte was, wanneer melaatsheid iedereen verre van hen hield, dan hadden ze Hem wel lief. Wanneer ze honger hadden, wilden ze wel van Hem gespijzigd worden. Wanneer Hij licht verspreidde in him donker en kommervol bestaan, dan zochten ze Hem op. Als Jezus alleen maar gekomen was met het licht van tijdelijke zegeningen, dan hadden ze Hem wel lief gehad.
Zeker, ze hadden ook de prediking van het Evangelie wel lief. Ze wilden wel horen naar Hem. Ze wilden wel geboeid en bekoord worden door Zijn machtige woorden, maar ze moesten overigens kunnen blijven, die ze waren, om het oude leven der zonde voort te zetten.
Ze wilden wel horen naar het woord van genade en vergeving, maar ze hadden het niet liever, ze hadden er hun zondig bestaan niet voor, over. Ze wilden niet breken met de zonde.
En hoe is het met ons, lezers ?
We hebben de Waarheid wel lief. We gaan graag naar de kerk. We willen wel geboeid en bekoord worden door een goede preek. Maar hebben we het Licht wel liever ? Als de kracht der zonde op ons aankomt, is dan de keus voor het licht niet moeilijk ? Als de Zondag voorbij is en het leven van door de week weer geleefd wordt blijkt het dan niet, dat we de duisternis liever hebben van nature ?
Als het moeilijk is in ons leven, ziekte en dood komt — o, dan hebben we het licht wel lief. We willen wel bevrijd worden van de schuld der zonde, maar willen we ook ontdaan worden van de kracht der zonde ?
Waarom hadden ze Hem toch niet liever? Waarom wilden ze niet treden in het licht van Zijn genade tot hun eeuwig behoud?
, , Want hun werken waren boos".
Daar ligt de oorzaak van onze afkerigheid. Van nature willen we niet ontdekt worden aan onze verlorenheid, willen we niet gezet worden in het licht van Gods heilige wet, die ons veroordeelt en schuldig stelt. Die wet, die met elk gebod ons doemvonnis uitspreekt, want dan worden we schuldig bevonden, dan wordt het openbaar, dat we de vorst der duisternis zijn toegevallen, en dat we onbekwaam zijn tot enig goed en geneigd tot alle kwaad.
Christus zegt, dat de mens de duisternis liever heeft dan het licht omdat zijn werken boos zijn. Daarom haat hij het licht.
Ach, gaat daarin niet voort, want in die haat tegen het licht komen we in de eeuwige duisternis terecht. Denk toch aan uw kostbare en onsterfelijke ziel. Eens zal het oordeel voltrokken worden en zullen we gesteld worden in het licht van Gods heiligheid.
Hier geniet u nog het licht der zon, het licht van tijdelijke zegeningen, maar dat zal in de buitenste duisternis gemist worden.
Nog roept Hij het ons toe : Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop.
We zijn weer genaderd aan het begin van de lijdensweken. Hij heeft Zich als het licht der wereld willen laten veroordelen, om het licht van Gods genade te verwerven en te ontsteken in duistere zondaarsharten. Hij heeft willen hangen in de duisternis op Golgotha, verlaten van Zijn God en Vader, opdat over u de Zon der gerechtigheid zou mogen opgaan. Hij wil met het licht van Gods Woord en de lieve bearbeiding van de Heilige Geest uw duistere harten verlichten om u te ontdekken aan de boosheid en verdorvenheid van uw bestaan.
Hij kan u van ongewillig gewillig maken. Hij kan u bekend maken met uw zonde en ellende. Hij kan u het geloof schenken. Hij kan uw hart met Zijn liefde vervullen, zodat u de zonde leert haten en laten.
Neem toch tot Hem uw toevlucht. Leg het Hem maar voor: Heere, ik wil de duisternis niet verlaten, maar breekt Gij de kracht dèr zonde in mij ; leer mij het belijden, dat ik Uw gramschap dubbel waardig ben, doe mij de straf aanvaarden, dat ik de eeuwige duisternis verdiend heb.
O, het Licht dat in de wereld gekomen is kan u bevrijden van de macht en de werken der duisternis. Door Zijn genade is het mogelijk kinderen des lichts te worden.
Dan gaat u het licht liever krijgen. Hij wordt u dierbaar in Zijn lijden en sterven, in Zijn vernedering en verhoging.
Dan begeert u niets liever dan meer en meer aan de duisternis van uw verdorven bestaan ontdekt te worden om het meer en meer in verwondering uit te roepen : Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst heeft lief gehad.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's