DIE POOLSE JONGEN
Feuilleton
DOOR JAC. OVEREEM
— Maar, opperde Mika zijn bezwaren, 'hoe komt u met die slede door het bos ?
Dat hoeft niet. Iets verder loopt een breed pad door het bos. Ik dacht eigenlijk, dat je dat af was komen lopen.
Mika keek het oude boertje aan.
— Een bospad! En ik heb me door 't bos gewurmd als een kat.
— Misschien ben je wel vlak langs het pad op komen lopen.
— Maar gaat u 't bospad op. Ik moet het oude spoor volgen, waar ik langs -gekomen ben. Ik fluit u wel.
Mika holde 't bos in. Het oude spoor was nog duidelijk te zien.
Vijf minuten later stuitte hij op het hert. Het beest voelde nog warm aan. Mika legde z'n vingers in de mond en blies zo hard hij kon.
Een schelle toon gilde door het bos.
Toen ging hij meteen dwars door het bos, in de richting van het wegje.
Even stond hij stil. Hij hoorde het boertje praten tegen z'n paard.
Lag het pad inderdaad maar zó kort in de buurt? Jammer, dat hij het gemist had ! Hij had zich zoveel gemakkelijker kunnen voortbewegen.
Enfin, daarover niet getreurd.
Ha, zei het boertje, dat valt mee! Ik heb de slede maar ginds gelaten. Hier heb je het touw. Sla dat maar met een lus om de hals.
Toen ze bij het dode edelhert kwamen, uitte het boertje zijn verbazing over de kolossale omvang.
— Wat een kanjer ! Daar zal bruintje de handen vol aan hebben.
Mika sloeg de lus van het touw om de hals van het hert. Het uiteinde van het touw bevestigde hij aan het trekhout van het paard.
Het legde aan.
— Kom bruin, zei hij, nou is 't menens !
Het was een hevig gemanoevreer, maar 't ging. Telkens moest het boertje de leidsels vóór een boom heenwerpen om ze voorbij de boom weer vast te grijpen, anders zou hij zelf tegen een boom opgesmakt worden.
Daar was de slede en meteen het boswegje.
Ze hielden elk een paar poten vast en haalden het hert eenmaal over. Toen lag het op de slede.
— Hè, hè, daar moesten we wel ons best voor doen, hijgde het boertje.
— Maar erop liggen doet ie en mee gaat ie, lachte Mika, die weer helemaal uit de reis gelicht was.
Toen hij langzaam het tafereel volgde, zag hij iets van het boeiende leven. Hoe jammer, dat altijd weer die donkere dreiging in de wereld zoveel moois verstikte.
Hij kon hier thuis zijn. Dit kon zijn kleine wereld zijn. Elke dag weer iets nieuws, iets moois genieten en aanschouwen.
Hij vergat z'n moeheid.
De heerlijke boslucht werkte nu pas sterker op hem in. Hij ademde met volle teugen, langzaam en diep.
Het boertje zwaaide af naar rechts.
Mika maakte wat haast. Hij was een eind achter gekomen.
De hemel daarboven was diep , blauw en eindeloos hoog.
Het boertje had spoedig zijn paard uitgespannen en het dier in het land gebracht.
Toen Mika het werfje op kwam stappen, stonden de boer en zijn vrouw te beraadslagen.
De achterdeuren van de deel openzetten en met vereende kracht elkaar even helpen.
Het karwei viel erg mee. Het boertje was nog niet versleten.
Mika sleepte de slede weer naar buiten. Onderwijl bekeek hij z'n dolk eens en gaf die aan het boertje.
Deze ging zachtjes met de duim over de snede.
— Vlijmscherp ! merkte hij op,
— Dat kan uitkomen, lachte Mika. Een ogenblik later lag het boertje op z'n knieën bij het dode hert, maakte van voor naar achter een diepe snede in de huid en begon een achterpoot van de huid te ontdoen.
Mika zag wel, dat hij dit niet voor de eerste keer deed. Sjonge, wat ging hem dat handig af. 't Was net of hij zo'n poot er zó maar uitpeuterde.
— Kom jongen, neem jij wat rust, zei de boerin op bezorgde toon. Ze werd gewaar hoe vermoeid Mika er uitzag
— Graag, antwoordde Mika en volgde haar naar de keuken.
— Ga in vaders zorg zitten. Ik zal een kom sterke koffie voor je inschenken. Prachtig, zo'n kolossaal hert, joh, praatte ze geïnteresseerd.
— Ja, toevallig dat ik jullie nu ontmoette.
Hij pakte de grote kom van de tafel en dronk haar achter elkaar leeg.
Toen ging hij achterover in de stoel liggen en probeerde wat uit te rusten.
Hij voelde zich heel vertrouwd in dit huis. Hij had er wel eens als kind geboren kunnen zijn. Er was niets beklemmends of iets dat hem hinderde.
Toen de boerin even naar de deel was geweest om naar het werk van haar man te kijken en weer in de keuken terugkwam, sliep hij als een os.
Er bewoog geen vezel van z'n hele lichaam.
De boerin keek er naar en zei bij zichzelf:
— Wat een prachtige jongen. Ik wou dat ik hem had.
47
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's