DE NAVOLGING VAN CHRISTUS I
CONTACT VAN HERV. GEREF. STUDENTEN
(Buiten verantwoordelijkheid der Redactie)
De heer Noordegraaf, voorzitter van het Gereformeerd Theologisch Studentengezelschap Voetius te Utrecht, hield op de laatste, de 56e, dies de volgende rede over : „De navolging van Christus".
Velen onzer leden, die belang stellen in het werk van onze studenten, die zich voorbereiden voor het predikambt, dat zij in getrouwheid aan Schrift en Belijdenis begeren te vervullen, zullen het op prijs stellen van deze rede kennis te nemen.
Daarom vroeg ik de heer Noordegraaf zijn referaat af te staan voor De Waarheidsvriend. Hij was zo vriendelijk aanhalingen in vreemde talen over te zetten in het Nederlands en aan vreemde woorden het Hollands tussen haakjes toe te voegen. Thans laten wij de lezing volgen. S.
Inleiding.
Wanneer wij de vraag stellen naar de inhoud van de navolging van Christus, dan gaat het maar niet om een vraagstuk van betrekkelijk geringe betekenis, dat slechts in een bepaalde tijd van de geschiedenis der kerk actueel geweest is en dus alleen maar mag rekenen op de belangstelling van de kerkhistoricus ; neen, wij mogen gerust zeggen dat wij hier in aanraking komen met één van de kernvragen der christelijke ethiek : één van die vragen, die in de geschiedenis van kerk en theologie regelmatig aan de orde zijn.
In onze tijd is het de Duitse predikant Dietrich Bonhoeffer geweest, die de gedachte van de navolging met klem geponeerd heeft. In 1937 schreef hij het boek , , Nachfolge", waarin hij een scherpe aanklacht indiende tegen het Lutheranisme van zijn dagen. De rechtvaardiging van de zondaar is volgens Bonhoeffer geworden tot een rechtvaardiging van de zonde. De genade is goedkoop geworden. Met klem protesteert hij tegen deze , , billige Gnade", en tegen de vertekening van Luthers opvattingen.
In de vorige eeuw heeft Sören Kierkegaard alle nadruk gelegd op de geloofsdaad in de navolging van Christus. Deze navolging van de Man van Smarten betekent lijden, smaad en vervolging.
Maar wanneer wij spreken over , , navolging", zijn we toch wel geneigd het eerst te denken aan die periode van onze kerkgeschiedenis, waarin de imitatie gedachte vele levens beheerst heeft. De Middeleeuwen.
Nu is ons vraagstuk niet slechts belangrijk, maar ook uitermate gecompliceerd, omdat er in de geschiedenis der kerk vaak zeer verschillend gedacht en gesproken is over de navolging. Bovendien blijken er bij nadere bezinning verschillende vraagstukken op de achtergrond te staan: Christologie, Leer van de Heilige Geest, Rechtvaardigingsleer. Het zal ons in het vervolg blijken dat de verhouding rechtvaardiging—heiliging bepalend is voor de opvatting ten aanzien van de navolging. Ook brengt iedere tijd zijn eigen achtergrond em vooronderstellingen mee. Het philosophisch en theologisch gedachtenklimaat waarin Kierkegaard sprak, is anders dan dat van de middeleeuwse mysticus Bernhard van Clairvaux. Franciscus van Assisi en Dietrich Bonhoeffer kunnen niet zonder meer naast elkaar gesteld worden.
Maar er is meer. Wij spreken over „navolging". Een enkele maal is het woord „imitatie" gebruikt. In de Duitse Litteratuur komen wij de termen , , Nachfolge" en „Nachahmung" tegen. Ook het Nieuwe Testament kent twee woorden : „akolouthein" en „mimeisthai". De Latijnse vertaling, de Vulgata, geeft deze woorden weer door respect: „sequi" en „imitari". De vraag naar de inhoud van deze woorden en vertalingen is tevens een vraag naar eventuele nuance-verschillen. Zijn de genoemde termen in betekenis aan elkaar gelijk, of ligt juist in dit verschillend woordgebruik verschil in betekenis opgesloten. Deze vraag klemt te meer, waar wij inderdaad verschuivingen in het woordgebruik kunnen constateren.
In zijn commentaar op de Openbaring van Johannes, wijst Ernst Lohmeyer bij, de bespreking van Openb. 14 : 4 „Deze zijn het, die het Lam volgen, waar Hij ook heen gaat") op het woord van Augustinus : quid est sequi nisi imitari (wat is , , volgen" anders dan , , imitari") en Lohmeyer spreekt in dit verband van de gedachte der „imitatie agni" (de imitatie van het lam), die in de oude kerk grote betekenis gekregen heeft. Iets dergelijks laat zich ook bij Bernhard van Clairvaux aanwijzen.
Deze inleidende opmerkingen willen ons doen zien hoe wijd het terrein is, dat wij betreden, wanneer wij spreken over de navolging. Daarom is beperking noodzakelijk. Ik wil dan ook in aansluiting aan het hierboven gesignaleerde verschil in woordgebruik tussen het N. T. en de exegese van Oude Kerk en Middeleeuwen achtereenvolgens behandelen :
1. Navolging in het N.T.
2. Imitatie in de Oude Kerk en de Middeleeuwen.
3. De Reformatie en de navolging.
(Wordt vervolgd)..
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's