De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Godefridus Udemans II

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Godefridus Udemans II

6 minuten leestijd

Hoewel ook het , , zwaard" hem vertrouwd was, zien we Udemans' voorliefde toch uitgaan naar de , , troffel". Dat bewijzen de twee boekjes, die daarna verschijnen: Practijcke, dat is werckelycke oeffeninge van de christelyke hooftdeugden, gheloove, hoope ende liefde, en: Merktekenen van geloof, hoop en liefde tegenover de verworpelingen. Hier komt hij tot zijn kracht: heel het christenleven moet praktijk der godzaligheid zijn en dan niet eigenmachtig, maar naar het goddelijk richtsnoer van geloof, hoop en liefde. Daarbij geeft dan Udemans kenmerken van geloof en genade. Terugziende op Taffin stellen we vast, dat hij hierin niets nieuws propageert, maar kostbaar erfgoed naar voren haalt.

De Nadere Reformatie is Calvijns van gehalte en over hem heen ook wel augustiniaans te noemen- De tegenstelling zonde en genade, door Augustinus zo diep opgevat, keert hier onverzwakt weer. En ook zijn opvatting van de mensheid als van een massa perditionis (één stuk verlorenheid), waaruit de verkiezende God zich genadig een kerk vergadert tot het eeuwige leven, heeft hier een hartelijk amen gewekt. Daarmee is de achtergrond en ondergrond van Calvinisme en Piëtisme bepaald. De mensen, die naar kenmerken grijpen, om te weten of zij tot die kerk der verkiezing behoren, doen dat niet uit liefhebberij voor psychologisch mensonderzoek, maar uit hoge, harde noodzaak. Het spreekt werkelijk niet vanzelf, dat wij daartoe horen, het is een mysterie, dat beven doet. En zoals deze Piëtisten in alles Calvijn diep verstaan hebben, zo ook in zijn behandeling van het stuk der verkiezing en verwerping. Calvijn stelt dat niet als iets, vanwaar hij begint te redeneren. Maar het is iets, waartoe hij opklimt, als hij in wereld en kerk verkorenen en verworpenen ontmoet. En dan heeft hij de mens ook niet naar zichzelf verwezen, alsof het goud van geloof en verkiezing wordt omhoog gebracht uit onze zieleschachten, door ons nijver boren in hard gesteente, maar hij verkondigt Christus, als de spiegel van verkiezing en verwerping. Verloren mensen worden bij Hem „aansluiting" en rijken gaan blind aan Hem voorbij.

Men heeft de Piëtisten wel eens verweten, dat ze te weinig over de verkiezing Gods spreken. Dat is een misverstand. Het leeft bij hen allen en is, ook onuitgesproken, abc des geloofs. Maar ze gaan niet uit van een vooropgezette verkiezingsidee, maar klimmen er toe op, als tot een laatste grond, vanuit de praktijk van geloof, hoop en liefde. Dat is typisch on-remonstrants. Die stellen het zo, dat de mens, van wien God vooruitziet, dat hij geloven zal, verkoren is. De Contra Remonstranten omgekeerd: de verkiezing geschiedt uit louter genade, zonder enig aanzien der mensen. Maar ze wordt alleen door geloof, door verbreking des harten, door ontdekking aan onze zonde en zo door toevluchtnemen tot de Heere Jezus Christus bekend. De schoolse gereformeerde theologie, die zo redeneren en concluderen kan, doet goed, hier op deze bijbelse, Augustiniaans-Calvijnse school in de leer te gaan. Want hier wordt een uitnemender weg gewezen.

In dit kader hebben dan de kenmerken der genade hun plaats. We zagen bij Brakel Sr., hoe gezond-bijbels en sober hij die kenmerken hield.

Udemans doet het niet anders, ten blijke, hoezeer we nog in de grote tijd van het Piëtisme staan. De natijd zal veel meer belangstelling voor de christen aan de dag leggen, maar dan veel meer losgemaakt van Christus. En het klassieke Piëtisme vraagt immers altijd weer : Wat is toch een christen, los van Christus ? Een niets !

Merkwaardig is een aantal van Udemans' volgende boekjes. Voetius gaf de raad, dat men in het. geestelijk mediteren zijn uitgangspunt zou nemen uit de beschouwing van de werken Gods in wereld en natuur. Hij vond in W. Teellinck in dat opzicht veel te prijzen, d.w.z. in de wijze waarop die, beginnend bij natuur en geschiedenis, weet te leiden naar de genade.

Dat doet Udemans ook. We zouden van hem kunnen zeggen, dat hij de nieuwe politiek en economie in geestelijk licht zet. Zo schrijft hij boekjes als : Geestelijk compas; Coopmansjacht - , Geestelijk loer van het koopmanschip; Hemels belegh, dat is geestelijke manier van oorlogen.

Deze wijze van doen houdt een „vergeestelijken" in, dat echter toch niet ontaardt in een van alles alles maken. Want Udemans kent aan politiek en economisch leven een (betrekkelijk) recht toe. Alleen maar: hun grond en koers moet op de ere Gods en het heil der zielen zijn gericht. Daarmee staan zè en anders komen ze alleen ten val.

Gaan we op deze titels af, dan verstaan we, dat er volgens Udemans in het christenleven gang, groei moet zitten. Dat drukt hij evenzeer uit in zijn boek : Leeder (ladder) Jacobs. We denken daarbij wel aanstonds aan het boek van oude Brakel: De trappen des geestelijken levens. Zoals ook die niet bedoelde, dat het geloofsleven zachtjes en zoetjes voortgaat van trap tot trap, maar door strijden, vallen, terugvallen heen. Zo ook Udemans. In ons land heeft Kohlbrugge op waardige wijze gewaarschuwd tegen een harmonisch trapsgewijs verlopende heiliging, 'zoals die in de vleugel van het Réveil, waar we da Costa aantreffen wordt voorgestaan. Na hem heeft zijn geestverwant J. L. Bernhardi op een dwaze wijze geraasd tegen het , , monster" van de trapsgewijze heiligmaking. We moeten hem en vele Kohlbruggianen ten laste leggen, dat ze zo tegen een caricatuur van het Piëtisme vechten, waarvan ze de ware gedaante niet kennen. Zij hebben van de heiliging een zo andere, o.i. abstracte voorstelling, dat ze zich maar niet kunnen voorstellen, hoe de Piëtisten het zich daarmee veel zuurder maken en hun leven gevuld zien met de strijd, om het heil, waarvan ze weten dat het in Christus , , voorwerpelijk" vastligt, nochthans ook persoonlijk-bevindelijk, in geloof te smaken. Zo bedoelt ook Udemans het en daarom betreuren we, dat zijn werken zo schaars zijn. Hoewel we daar, een beetje moedeloos en wat geprikkeld, aan moeten toevoegen : Maar ook al lagen ze voor het grijpen: wie zou ze dan lezen ? Het is een ander ding: de graven der profeten te vereren en: uit de Geest der profeten te leven.

Om tot dat laatste toch maar weer op te wekken, laten we de geprikkeldheid rusten en geven we aan de moedeloosheid niet het laatste woord. We besteden nog een derde artikel aan deze waardevolle figuur uit het verleden, die in zijn zendingsliefde naar buiten en in zijn bouwen aan de breuken van Sions muren van binnen, spreken blijft, hoe lang ook al gestorven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Godefridus Udemans II

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's