KERKNIEUWS
Ds. G. Boer nam afscheid van Gouda.
In een ijskoude, maar toch totaal bezette St. Janskerk, heeft ds. G. Boer zondagmiddag 19 februari '56 afscheid genomen van de Hervormde Gemeente te Gouda, die hij zes en een half jaar mocht dienen als Dienaar des Woords.
De tekst voor deze laatste bediening des Woords was Hand. 20 VS. 32, genomen uit het voorgelezen schriftgedeelte Handel. 20 VS. 17—37. In dit Schriftgedeelte neemt de apostel Paulus op reis naar Jeruzalem afscheid van de ouderlingen van Epheze. Hierbij blikt Paulus terug op zijn 3-jarig verblijf in Epheze. Tot vermaan geeft hij nu aan de ouderlingen een verslag van zijn werkzaamheid aldaar.
Nu is het heel gevaarlijk — aldus ds. Boer — om dit gedeelte bij een afscheid te behandelen, 't Gevaar voor zelfverheffing is groot. Bij Paulus, vergeleken, ben ik nauwelijks de titel „Dienaar des Woords" waard. Maar Paulus steekt zichzelf hier niet in de hoogte. Hij spreekt over de volmacht, die hij van Christus zelf gekregen heeft. Hij was slechts dienaar van Jezus Christus. Daarom heeft hij veel te lijden gehad. Dat gaat altijd samen. Zo weet ik, dat het Woord dat ik in deze afgelopen 6 jaar gebracht heb, niet mijn woord, maar Gods Woord was. Aansluitend bij sommige woorden van Paulus, geeft ds. Boer nu een verantwoording van zijn ambtswerk, die alleen vanuit de situatie, zoals ze zich in kerkelijk opzicht in Gouda voordoet, te begrijpen is. Ik ben mij bewust van mijn persoonlijke gebreken ; deze zijn bij God bekend, maar ambtelijk mag ik, net als Paulus, voor Gods aangezicht verklaren, dat ik u èn het geloof èn de bekering gepredikt heb. (vs. 21). Velen maken dit los van elkaar en hebben deze prediking niet gewild. Maar het is het volle Woord Gods (vs. 27) dat ik verkondigd heb, al meenden velen, die er aanstoot aan namen, dat ik de wijsheid in pacht had. Maar slechts de raad Gods heb ik verkondigd. Een indringende oordeelsprediking, maar ook een uitlokkend Evangelie. Bij het afscheid bestormen mij vele vragen en de zielen van de gemeente komen op mij af, net als bij Paulus, maar met hem kan ik nu verklaren dat ik vrij ben van uw bloed. (vs. 26).
Zo vermaant de scheidende predikant naar aanleiding van vs. 28 ook de ambtsdragers, vooral die van zijn wijkgemeente, die een ontzaglijke verantwoording op de schouders gelegd wordt in de moeilijke vacaturetijd, die volgt.
Na deze noodzakelijke verantwoording komt ds. Boer tot zijn tekst: „En nu, broeders, ik beveel u Gode en het Woord Zijner genade, die machtig is u op te bouwen en u een erfdeel te geven onder al de geheiligden". De Koning der Kerk is het, die mij van u naar Lunteren geroepen heeft. Aan deze God kan ik u die achterblijft alleen maar toevertrouwen. Maar dan zijt gij ook het beste bewaard. Want deze God is geen abstracte hersenschim, maar het is de levende God, die krachten geeft. God is wel hoog en verheven, maar Hij daalt met Zijn Woord neer tot de mensen. God openbaart Zich in Zijn Woord, dat Hij uitwerkt in de harten tot opbouwing in het geloof. Houdt op dit Woord, dat als dynamiet zo krachtig is, aan, aldus ds. Boer, en de God van dit Woord zal u leren, kracht geven en ondersteunen, niet alleen in het persoonlijk leven, ook in uw gezin, uw arbeid en het gemeenteleven. Verwacht het alleen daarvan en niet van. menselijk verstand en berekening. Het is het enige fundament, waarop u bouwen kunt. Zo wacht u de erfenis. Al het andere zal vergaan. Zoek het alleen bij God en het Woord van Zijn genade, aldus ds. Boer.
Na de predikatie sprak ds. Boer nog het stadsbestuur, de kerkvoogdij, het personeel der kerk, , de consulent ds. Van Eijk van Benthuizen, de centrale kerkeraad en de gemeente toe. Het moeilijkst viel hem 't afscheid van zijn eigen wijkkerkeraad, waarmede de verstandhouding altijd zeer goed is geweest.
Vervolgens werd ds. Boer toegesproken door de vertegenwoordiger van de classis, ds. Wieman te Oudewater : „de classis betreurt uw heengaan zeer, omdat zij uw gloedvolle raadgevingen zal moeten missen". Namens de centrale kerkeraad sprak ds. J. J. Koning te Gouda zijn scheidende collega toe. Ouderling J. Mijderwijk sprak namens de kerkeraad. De gemeente zong ds. Boer Psalm 121 vs. 4 toe. Velen hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt om nog persoonlijk van ds. Boer in de consistorie afscheid te nemen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's