De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DIE POOISE JONGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DIE POOISE JONGEN

Feuilleton

4 minuten leestijd

Hij zag dat ze bezig was ook in de tas enkele boterhammen te stoppen. Het viel hem op, hoe de zorg zich manifesteerde in de magere handen. Dat er goedheid straalde in haar bedrijvigheid.

Een hartelijke verbondenheid met deze mensen doorvonkte hem. Hij was blij en dankbaar hen te hebben ontmoet.

Weer was Mika ouder geworden, toen hij opstond en ze hem. de tas met brood gaf.

— Mag ik u hartelijk bedanken, zei hij, en keek haar diep in de ogen.

De vrouw werd wat verlegen. Wat een flinke kerel al, dacht ze. Die handdruk is van een man. En hij is maar een knaap.

— Geen dank, zei ze. Ik wens je voorspoed!

Mika verliet de kleine boerenwoning.

Nog eenmaal wuifde hij naar de vrouw, die in de zijdeur stond.

Daar ging hij weer, met de tas over de schouder, naar onbekende streken, naar zijn nieuwe vaderland.

XIII.

HET IJZEREN GORDIJN.

Mika had al danig aan den lijve ondervonden, wat het betekent, in het web van de russische politie verstrikt te raken, maar wat eigenlijk de gevaren in volle omvang beduidden, daarvan kon hij zich geen voorstelling maken.

Eén ding had hij mee; zijn jeugd. Men zocht achter zijn leeftijd niet, wat er in werkelijkheid achter school. Dat men hem in Breslau pakte, was eigenlijk maar een ongemotiveerde handeling. Toen was de communistische politie slechts wat geïrriteerd geweest door zijn belangstelling voor zijn schone vaderland. Dat jeugdig nationalisme moest de kop worden ingedrukt.

Neen, Mika was zich in de verste verte niet bewust, wat hem aan dreiging boven het hoofd hing.

Het ijzeren gordijn, hij was er niet ver meer vandaan. Maar de ingewikkeldheid van dit gordijn, de ondoordringbaarheid ervan, was hem onbekend. O ja, hij had er genoeg verhalen over gehoord, maar daarom had hij nog geen juiste voorstelling van de bouw en instelling van zulk een versperring.

Dit was zeker, dat hij de uiterste voorzichtigheid moest betrachten. En bovendien, was hij er eenmaal door, dan waren de gevaren evenmin van de lucht, in de russische zone van Duitsland waren de speurhonden talrijk en werd praktisch iedereen geschaduwd.

Hoe meer Mika er over dacht, des te meer dorstte hij naar de vrijheid. Dat daar voor gestreden en geleden werd, was goed te verstaan. Het leven onder de knoet van een godloze dictatuur is geen leven, maar een tragisch en voortdurend óndergaan. Dat is wegglijden in een leven van zinloosheid.

Mika had z'n ogen goed de kost gegeven, vooral toen hij het er eeimiaal op had staan, naar Engeland te vluchten. Hij was jaloers op z'n vader en gunde hem tegelijkertijd zijn grote voorrechten.

Hij was dankbaar voor al de dingen, die hij tot nu toe had mogen ontvangen. Als hij zijn tas van de schouder laat glijden en hij vindt er de kostelijke boterhammen van de boerin, dan stroomt een blij gevoel door hem heen.

Toen Mika de zon hoger zag rijzen en hij eens ging doordenken over de afgelegde tocht, werd hij plotseling heel erg moe. Dat was een goede gelegenheid om eens uit te rusten en de kaart weer eens te bestuderen.

Hij ging aan de kant van de weg in de houtwal zitten en spreidde de kaart voor zich uit.

Maar hoe hij speurde en zocht, hij kon niet bekijken, waar hij nu eigenlijk zo ongeveer moest zijn.

Na twintig minuten te hebben gerust, pakte hij z'n broodtas, wierp deze over de schouder en zette de reis voort.

Hij was nauwelijks het landwegje afgewandeld, of een vreemd gevoel, kwam over hem.

Hij moest toch schijnbaar iets bijzonders zijn gewaar geworden, maar wat dat dan zijn kon, wist hij niet.

Onwillekeurig liep hij een stapje harder.

Zou hij soms in de buurt van het ijzeren gordijn zijn aangeland ? Dan was het zaak, deksels uit te kijken.

Hij hoorde roepen.

Even stond hij stil.

Recht vóór hem strekte zich een bosje uit. Het was maar een smalle strook kreupelhout.

No. 50

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DIE POOISE JONGEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's