VERKIEZING EN VERBORGENHEID
Het vierde hoofdstuk van prof. Berkouwers boek handelt over verkiezing en verborgenheid. Veelmeer omdat deze twee in de geschiedenis van kerk en theologie zo vaak verbonden worden dan wel, omdat het onderwerp verkiezing dit zelf vordert.
Het is toch voor zich zelf duidelijk, dat wij over verkiezing in het geheel niet zouden kunnen spreken indien zij verborgen ware.
, , Bovenal" zegt Berkouwer terecht, ais de verkiezing Gods inderdaad , , verborgen" zou zijn, kan men dan nog wel in rustig vertrouwen zich houden aan, zich verlaten op de openbaring Gods voor tijd en eeuwigheid ? En is het dan nog wel mogelijk te spreken van de troost der verkiezing? (blz. 112).
Prof. Berkouwer gaat verder door op die verborgenheid, en haalt daarbij ook de verborgen God (Deus absconditus) aan, in de grond der zaak alleen, omdat de theologen dat doen, doch de gang van zijn betoog kan er op wijzen, dat de Schriftuurlijke leer der verkiezing zulks niet vraagt.
Wij zijn van mening, dat de dogmatiek van zulke onzuiverheden moet worden gereinigd en herinnerd moet worden aan een zuiver Schriftuurlijke methode, welke haar past, zoals die ook door het geloof der Schriften .wordt bevolen.
Wij bedoelen hiermede geen onaangename opmerking aan het adres van deze geachte auteur, want hij wijst telkens weer op deze dingen, maar naar ons gevoel schenkt hij een al te grote aandacht aan dergelijke omzwevingen der mensen, die zich met de dingen des geloofs bezighouden en zich door de Schrift niet laten onderrichten, of met haar onderwijs niet tevreden zijn.
Wat die verborgenheid b.v. aangaat, is het voor een ieder, die iets van de Goddelijke verkiezing door het geloof in de Christus der Schriften verstaat, duidelijk, wat Calvijn daarover schrijft in zijn , , Onderwijzing" (Boek III hoofdstuk 24, I.V.V.).
„Maar niet zonder keuze maakt God de verkiezing, die Hij anders in zich verborgen houdt, eerst door de roeping openbaar, die men daarom in eigenlijke zin zijn betuiging mag noemen". „Want, die Hij tevoren gekend heeft, deze heeft Hij ook geroepen; die Hij geroepen heeft, deze heeft Hij ook gerechtvaardigd, opdat Hij hen eens verheerlijke". (Rom. 8:29).
De verkiezing is dus volgens Calvijn verborgen voor het ongeloof, en zij wordt openbaar in het geloof. De roeping immers wordt door Calvijn betuiging der verkiezing genoemd.
Alleen zal men hierbij hebben op te merken, wat Calvijn verstaat onder roeping. Hij onderscheidt n.l. een algemene roeping, een roeping, welke tot allen uitgaat tot wie het Woord wordt gepredikt van een bijzondere roepingv Deze algemene roeping wordt ook wel uitwendige roeping genaamd. Wij geven echter de voorkeur aan de onderscheiding algemeen en bijzonder, welke niet alleen op de roeping wordt toegepast, maar b.v. ook op de openbaring, op de verkiezing, op de genade, waardoor alzo geen nodeloze ingewikkeldheden ontstaan.
Onder de bijzondere roeping verstaat Calvijn dan de roeping, die niet alleen gelegen is in de prediking des Woords, maar ook in de verlichting des Geestes. (Vgl. Inst. III, 24. 2. Sizoo, II, blz 520). Calvijn zelf spreekt ook van inwendige roeping.
Deze roeping noemt Calvijn dus een betuiging, waarin de verkiezing openbaar wordt. , , Hoewel de Heere de Zijnen, door hen te verkiezen, reeds als kinderen aangenomen heeft, zien wij toch, dat ze tot de bezitting van een zo groot goed niet komen, dan doordat ze geroepen worden; aan de andere kant, dat ze, na geroepen te zijn, reeds een zekere mededeling van hun verkiezing genieten". Inst. III, 24. 1, Sizoo II, blz. 517).
Wat Calvijn in de aangehaalde citaten zegt, kan tevens duidelijk maken, dat verborgenheid in de bedoelde zin niet in tegenstelling staat met openbaring. De verkiezing behoort niet zonder meer tot de verborgen dingen in onderscheiding van de geopenbaarde dingen.
Indien dat zo ware, zou immers de verkiezing niet tot het „kerugma" der kerk behoren, zoals Berkouwer het uitdrukt, (blz. 113).
Hij bedoelt daarmede, dat de verkiezing dan niet tot de prediking zou behoren van het Woord. Immers de verborgen dingen zijn voor de Heere, onze God, en de geopenbaarde dingen zijn voor ons en onze kinderen. (Deut. 29 VS. 29).
Hoe juist dit argument ook is, zal het tot velen niet spreken, die liever nooit de verkiezing gepredikt willen hebben, omdat zij zich aan de verderfelijke dwaling prijsgeven, waartegen Calvijn zo nadrukkelijk waarschuwt. Want zonder twijfel, hij, die van geen verkiezing weten wil, maakt zich zelf een geloof buiten de Heilige Schrift om, of, twijfelende aan zijn verkiezing, kwelt hij zijn ziel met naspeuringen buiten de weg om, pogende „door te breken tot in de geheime schuilhoeken van de Goddelijke wijsheid en tot de uiterste eeuwigheid door te dringen, opdat hij begrijpe, wat voor Gods rechterstoel aangaande hem besloten is". (Vgl. Inst. III, 24, 4, Sizoo II, blz. 522).
Deze. poging noemt Calvijn des te dodelijker, omdat wij bijna allen tot geen enkele andere méér geneigd zijn. Want zelden wordt iemand aangetroffen, wiens gemoed niet somtijds door deze gedachte getroffen wordt : Vanwaar komt voor u de zaligheid anders dan uit Gods verkiezing ? Verder: welke openbaring hebt gij van uw verkiezing ? En wanneer deze gedachte eenmaal bij iemand kracht gekregen heeft, dan martelt zij óf de ellendige mens voortdurend met vreselijke kwellingen, óf zij maakt hem geheel en al verbijsterd. „Ik zou waarlijk met geen zekerder argument willen bewijzen, hoe verkeerd dergelijke mensen zich de predestinatie voorstellen, dan juist met die ervaring". (Calvijn, Inst. III, 24. 4, Sizoo II, blz. 522-23).
Een ieder zal toestemmen, hoe bereid wij zijn om ons aan dergelijke vragen en gedachten gevangen te geven. Zij besluipen ons en Calvijn noemt het een gevaarlijke verzoeking van Satan, wanneer hij de mensen verontrust met twijfel aan hun verkiezing en verleidt door de begeerte om , , haar buiten de weg" na te speuren.
Verborgen is de verkiezing in zoverre het boek des levens niet als een register van namen en personen geopenbaard is. Toch is de Christus bezig Zijn gemeente te bouwen en degenen, wier namen geschreven staan in het boek des levens, te vergaderen tot Zijn Koninkrijk.
Gods verkiezing wordt openbaar in het werk van de Middelaar en de toevergadering tot de gemeente, die zalig wordt. De verkiezing Gods wordt openbaar in de prediking des Woords en de werking van Woord en Geest in de harten der gelovigen. Door het geloof hebben wij deel aan de verkiezing. Vandaar dan ook, dat Calvijn de roeping openbaring of betuiging der verkiezing noemt.
En nog eens : verborgen is de verkiezing Gods bij de ongelovigen en die volharden in hun onbekeerlijke wandel.
Het is met de verborgenheid der verkiezing precies gelijk als met de verborgenheid van de weg des heils en met de verborgenheid van de dingen, die des Geestes Gods zijn.
Zij zijn verborgen voor degenen, die buiten staan, en in ongeloof voortleven, zodat zij met de bewegingen van hun natuurlijk verstand bezig zijn met dingen, die zij niet verstaan, als zij daarover een oordeel willen uitspreken.
Doch de zekerheid van onze verkiezing kan slechts gevonden worden in de uitnemende kennis van Christus en van de kracht van Zijn opstanding; m.a.w. in de weg van het waarachtig geloof, dat ons in de Heilige Schrift wordt voorgesteld.
Dat wil ook alweer niet zeggen dat de kracht der verkiezing afhankelijk wordt van het geloof aan het Evangelie, maar de verkiezing wordt in het geloof openbaar en bevestigd. Buiten het geloof om geen kennis der verkiezing.
Prof. Berkouwer, die ook de aandacht op deze stand van zaken heeft gevestigd (blz. 120 V.V.), raakt terloops aan de vragen over de verborgen en de geopenbaarde wil van God, een onderscheiding, die in de dogmatiek voorkomt. In dat verband handelt hij ook over de , , verborgen" God en de geopenbaarde God.
Hoe groot de plaats moge zijn, welke deze onderscheiding in de dogmatiek inneemt, gaan wij. er in dit verband niet nader op in. Wel kan er aanleiding zijn om over de uitdrukking verborgen God na te denken en na te gaan, óf en in hoeverre het Schriftuurlijke steun kan vinden van de „verborgen" God te spreken.
Prof. Berkouwer wijst er op, dat de Schrift menigmaal zo spreekt, dat wij geneigd zijn naar het woord verborgen te grijpen: God bewoont een ontoegankelijk licht. (1 Tim. 6 vs. 16). Hij woont in de donkerheid (1 Kon. 8 vs. 12 ; vgl. Ex. 20 VS. 21). Rondom Hem zijn wolken en donkerheid. (Deut. 4 vs. 11 ; Ps. 97 vs. 2).
Het merkwaardige is, dat al deze en dergelijke uitdrukkingen in de Heilige Schrift ons toch niet bij een onbekende God bepalen, tegenover een bekende God. Geen tegenstelling tussen een verborgen God en een geopenbaarde God, integendeel, het betreft altijd de éne zich zelf openbarende God. Het is God, die uit Zijn verborgenheid spreekt.
Prof, Berkouwer gaat uitvoerig op deze dingen in (vgl. blz. 132 v.v.), waarheen wij verwijzen voor degenen, die daarvan nader kennis willen nemen.
Als een bijzonder sprekend voorbeeld om aan te tonen, dat de verborgenheid Gods de werkelijkheid van Zijn openbaring geen ogenblik twijfelachtig maakt, maar veeleer het tegendeel, wijzen wij op het woord van Job 29 vs. 3—5 : „Toen Hij Zijn lamp deed schijnen over mijn hoofd, en ik bij Zijn licht de duisternis doorwandelde i gelijk als ik was in de dagen mijner jonkheid, toen Gods veiborgenheid over mijn tent was; toen de Almachtige nog met mij was".
Job prijst zich gelukkig in de dagen, toen de verborgenheid Gods over zijn tent was, niet als een onbekende God, van wien hij niets weten kon, een duistere macht, maar als een bekende God, die Zijn lamp deed schijnen over zijn hoofd, als de Almachtige, die bij hem was en over hem waakte.
Het verband is duidelijk. De verborgenheid Gods, waarvan de Schrift in deze plaatsen gewaagt, heeft niets met een heidense Deus absconditus te maken, of met een hersenschim der onwetenden. Het is de levende God, die zich alzo openbaart, opdat wij tegelijk worden ontdekt aan Zijn ondoorgrondelijke Majesteit en Hem vrezen.
Deze verborgenheid Gods is niet een object van ongeloof en onwetendheid, maar wordt in de gemeenschap Gods ontdekt als een dragende wolk Zijner barmhartigheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 maart 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 maart 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's