De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

NIET OP GELIJKE WIJZE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

NIET OP GELIJKE WIJZE

10 minuten leestijd

Wij hebben een en andermaal over de verkiezing gehandeld naar aanleiding van het jongste werk van prof. Berkouwer in zijn Dogmatische studiën. Thans een enkele opmerking over de verwerping uitgaande van hoofdstuk VI van zijn boek getiteld: Verkiezing en verwerping.

Het leerstuk over de goddelijke verkiezing heeft ten allen tijde weerstand ondervonden in en buiten de kerkelijke saamleving, maar zo mogelijk nog heftiger is men gekant tegen de leer der verwerping.

Met name Remonstrantse geesten, maar ook de Lutheranen hebben van meetaf bezwaren geopperd tegen de leer der praedestinatie of voorbeschikking. Deze leer is voor velen een ergernis en dit is waarlijk niet zo onverklaarbaar. Immers het karakteriseert de zonde, dat de mens als God wil zijn. Dat is nu juist het grote onderscheid tussen de door God gegeven bestemming van de mens en wat de geest dezer wereld begeert. Daarin ligt de onuitwisbare antithese, welke zich door heel het leven in de levensbeschouwingen manifesteert en die een scheur door de wereld trekt.

Gods Rijk of het rijk van de mens. Waarachtige vreze Gods en gehoorzaamheid aan Zijn Woord, of de autonomie van de mens.

Op die antithese zit ook de ergernis van het kruis vast. Immers als God God is, de God van gerechtigheid, en de Schepper van hemel en aarde, zoals de Kerk der eeuwen belijdt, dan kan de mens niet straffeloos Zijn gebod negeren en in ongehoorzaamheid zijn eigen weg gaan. Dan vervolgt hem het strenge, oordeel Gods, hetwelk door de lankmoedigheid Gods veelal niet onmiddellijk wordt uitgevoerd, maar de dag der wrake komt.

Niemand zal ontkennen, dat de mens, ondanks zijn zonde en ondanks ook de genade, die in deze bedeling regent over bozen en goeden, iets van die gerechtigheid Gods gewaar wordt, zoals ook de Schrift zelf betuigt, (vgl. Rom. 1 : 18 v.v. Rom. 2 : 14 v.). In de sprake van hét geweten wordt iets van de gerechtigheid Gods openbaar en daarin ook iets van de genoemde tegenstelling tussen onze bestemming en onze zonde.

Hét Kruis van Golgotha spreekt van deze beide. Van de toorn Gods over de zonde. Van de eis Zijner gerechtigheid.

Is niet de Zoon, de Middelaar Gods en der mensen, daar in de plaats getreden van de mens voor de rechterstoel der hemelse Gerechtigheid ? Als Hem de benauwdheden en angstige kwellingen van de dood eens zondigen mensen aangrijpen en de verschrikkingen van de wrede — wij zouden zeggen : onmenselijk wrede kruisdood — Hem aangrijpen, rijst de bede in Zijn ziel: , , Vader, indien het mogelijk is, laat deze drmkbeker van Mij voorbijgaan". , .Indien het mogelijk is", en onmiddellijk volgt dan : Niet Mijn wil, maar Uw wil geschiede.

De eerste mens handelde naar de boze begeerte, die in zijn hart was gekomen : niet Gods wil, maar mijn wil. De Christus volbrengt de wil des V«aders tot in de smadelijke dood des kruises.

Daarom spreekt het Kruis de mens aan met beschuldiging en oordeel en dat is de ergernis van het Kruis.

Dat is echter niet de enige prediking van het Kruis, de aanschouwing van het strenge oordeel Gods over de ongehoorzaamheid. Juist, omdat de aanschouwer en de hoorder van dit strenge oordeel Gods, die de schuldige is, daar niet aan het vloekhout hangt, maar de Onschuldige, die het Lam Gods genoemd wordt, predikt dat Kruis van plaatsvervangend lijden en sterven, en daarom van een weg ter ontkoming in de Onschuldige, een weg van genade in Hem, die gehoorzaamheid bracht en het oordeel droeg voor de overtreders.

Deze prediking der goddelijke genade neemt de ergernis van het Kruis niet weg. Want dat is juist het bezwaar. De mens wil niet van genade leven. Hij wil niet afhankelijk zijn. Hij wil zichzelf zijn, zijn eigen weg gaan, zijn eigen geschiedenis maken en zijn eigen rijk oprichten.

Dat is heel sterk en opmerkelijk het beeld van de moderne mens, die dank zij de vindingen van zijn vernuft en de geweldige ontplooiing van zijn macht, droomde van de nabije komst van zijn rijk. Ondanks de teleurstellingen van twee wereldoorlogen en ondanks ook de vrees en verschrikking voor zijn nieuwste vorderingen in de kennis der natuur /^n haar technische toepassingen, welke hem waarschuwend onderrichten omtrent de grenzen van zijn heerschappij, geeft de moderne mens weinig blijk van bekering en verandering van gezindheid.

De. openbaring van het welbehagen Gods om de gevallen mens een toegang te openen, gelijk die in en door de Christus geopend is, is niet zonder uitwerking gebleven op de vijandige houding van de mens tegen God.

Het is wel zo, dat de onverschilligheid van zovelen aangaande het Evangelie des Kruises, sonunigen doet onderstellen, dat de prediking een verloren zaak dient.

Toch is dat een grote vergissing. Want de Heere God heeft altijd gezorgd dat er in de wereld mensen waren, die Zijn Woord bewaarden en in Hem geloofden. Dat kan meer of minder talrijk zijn en meer of minder plaats en invloed hebben in het leven der volkeren, de Kerk des Heeren is wel eens zee^- weinig talrijk, maar gedachtig aan het Woord Gods tot Elia, doen wij verstandig met te geloven, dat er altijd nog meer zijn dan wij vermoeden. Juist, omdat het niet is desgenen, die loopt, maar des ontfermenden Gods.

Deze omstandigheden nu tekenen een oorzaak van nieuwe ergernis onder de mensen.

In de eerste plaats is door Gods tussentreden met Zijn openbaring na de zondeval, de tegenstelling der ongehoorzaamheid onmiddellijk in de mensheid gaan spreken. Immers geloof en ongeloof heeft een scheur in de wereld getrokken, waarop de Heilige Schrift ons ook wijst in de geschiedenis van Kaïn en Abel. Die scheur is doorgegaan tussen Israël en de heidenwereld, en later tekent zich die even globaal af tussen christen en niet-christen, kerk en wereld.

En nu komt de ergernis, welke deze antithese wekt en welke zich onder meer ook daarin openbaart, dat men van kerkelijke en niet-kerkelijke zijde bezig is deze weg te redeneren, ook door de prediking van een nieuw-modisch christelijk geloof en een daaraan dienstbaar gemaakt pastoraat.

Het kritische punt ligt in de beantwoording van de vraag, hoe het toch komt, dat de één gelooft en de ander niet. Men gevoelt ook wel, dat die vraag niet op één lijn staat met b.v. de keuze van de kleur van zijn kleed. De één kiest een grijze, de ander een blauwe jas, en een derde neemt de kleur, welke de mode beveelt, ook al staat die hem niet.

Het is met het geloof anders dan met zulk een keuze. Daarbij komt weer de grote kwestie aan de orde : vroomheid, vreze Gods, eerbied voor Zijn Woord, of onverschilligheid voor dat alles.

Het algemeen religieus gevoel spreekt ook een woordje mee. Als God de Schepper is, dan zijn wij ook in alles van Hem afhankelijk. Ook in het geloof. Want immers als God God is, kan de wereld niet aan het toeval overgelaten zijn.

De praedestinatie treedt in het geding. God maakt uit, aan wie Hij Zijn genade wil bewijzen en Hij heeft dat uitgemaakt. In Hem, in Welken wij ook een erfdeel geworden zijn, wij, die tevoren verordineerd waren naar het voornemen Desgenen, die alle dingen werkt naar de raad van Zijn wil. (Efeze 1 : 11).

Dat is voor velen onuitstaanbaar, een ergernis en een aanleiding om degenen, die zulke dingen leren, te haten, met name Calvijn en zijn aanhangers. Dat vindt men zelfs in kringen, die de mond vol hebben van christelijke liefde.

Of zij de leer van Calvijn goed hebben begrepen, is een tweede, en dan nog, of zij de Schrift nauwkeurig op dit punt hebben onderzocht.

Calvijn is voor velen de harde en boze man, die, n.b. de dubbele praedestinatie leert, het besluit der verkiezing en der verwerping.

Verkiezing, nu ja, daartegen kan men niet zoveel inbrengen, voorzover er nog enig besef van de zonde is, want men kan God toch niet ontzeggen, dat Hij Zijn genade geeft, dien Hij wil.

Een mens meet zo gaarne naar eigen maatstaf en dat speelt hierbij ook een rol. Maar daarom juist kan hij zo heel vlak redeneren, als hij in zijn onwetendheid over goddelijke dingen oordeelt. Zo ook als hij hoort van een besluit der verkiezing en verwerping, dan trekt hij daaruit de conclusie, dat de besluiten tot verkiezing en verwerping evenwijdig naast elkander staan. Zo wordt het ook menigmaal voorgesteld, alsof daarmede het laatste woord gesproken was. God heeft sommigen van tevoren geordineerd ten leven en anderen van te voren geordineerd ten dode.

Men ergert zich er aan, en men schuilt er achter weg om aan eigen verantwoordelijkheid te ontduiken. „Want als het dan zo is, kan ik er ook niets aan doen, dat ik niet geloof en een zondaar ben".

Anderen komen nog bruter uit door te beweren, dat God zulke besluiten niet neemt. Zij generaliseren de beloften des Evangelies naar eigen smaak en oordeel en bekommeren zich verder weinig om Gods geboden.

Men kan nu wel zo ongeveer raden, wat in dit nieuwe hoofdstuk door prof. Berkouwer behandeld wordt : zovele moeilijke vragen, waarvan wij enige hebben aangeraakt en aangekondigd.

Ik ben er zeker van, dat er onder ons ook ernstige zoekers en vragers zijn, die met moeilijkheden naar aanleiding van de leer der predestinatie te kampen hebben. Daarom kan het van belang zijn om bij een en ander stil te staan.

Van grote betekenis acht ik, dat prof. Berkouwer opkomt tegen die schijnbaar voor de hand liggende opvatting van het besluit der verkiezing en verwerping, alsof een besluit der verkiezing ten leven en een besluit der verwerping ten dode, zo vanuit het voornemen Gods evenwijdig liepen. Hij toont aan, dat dit èn bij Calvijn èn in de belijdenisgeschriften, inzonderheid in de Dordtse leerregels, niet wordt geleerd. Vandaar ons opschrift: Niet op gelijke wijze.

Verkiezing en verwerping liggen niet op gelijke wijze (deze uitdrukking is ontleend aan de Dordtse leerregels), in het besluit.

Klaar en duidelijk is de Heilige Schrift op dit punt, zodat het geen twijfel lijdt, of God heeft van te voren geordineerd, wie Hij tot Zijn kinderen in Christus heeft verkoren. (Vgl. Efeze 1).

Doch nergens staat, dat Hij op gelijke wijze heeft voorgenomen, wie Hij heeft verworpen. Immers zo dikwijls de Heilige Schrift over verwerpen spreekt, beroept zij zich niet op een eeuwig besluit der verwerping, maar op de straffende gerechtigheid Gods, die zonde en ongehoorzaamheid bezoekt.

De mensen vragen zo gaarne naar de oorzaak. Welnu, de oorzaak van de ware Godsvrucht, van het gelovig omhelzen van de weldaden Gods in Christus, de toeëigening van de beloften Gods, die in Christus ja en amen zijn, de afwassing der zonde, met andere woorden van het geloof, is zonder omhaal de verkiezende daad Gods.

Maar men kan niet zeggen, dat de verwerping de oorzaak van zonde en ongeloof is, want het staat andersom, zonde is oorzaak der verwerping.

Nadrukkelijk wordt door de Dordtse leerregels de leer afgewezen, die in de verwerping de oorzaak der zonde ziet.

Dan zou God zelf de oorzaak der zonde zijn.

Uit deze vergelijking blijkt zeer duidelijk dat verkiezing en verwerping niet evenwijdig liggen.

Daarmede is het laatste woord over deze kwestie nog niet gesproken, want wellicht is er een lezer, bij wie de vraag opkomt, of de zonde dan helemaal buiten God om in de wereld kon komen.

Ziedaar weer een punt.

Doch voor ditmaal genoeg.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

NIET OP GELIJKE WIJZE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's