TOEGANG TOT DE VADER
Want door Hem hebben wij beiden de toegang door enen Geest tot den Vader. Efeze 2:18
In Psalm 24 wordt door de psalmdichter David de vraag gesteld: „Wie zal klimmen op de berg des Heeren, en wie zal staan in de plaats Zijner heiligheid? " Deze vraag wordt niet bij alle mensen aangetroffen. Zij wordt slechts geboren in het hart van de zondaar bij het gezicht op eigen onheiligheid en 's Heren heiligheid. Dan wordt het gevoeld, dat zo dikwijls de toegang tot God gevraagd wordt in het gebed of in de belijdenis van overtreding en schuld, dat het niet zo eenvoudig is tot Hem te naderen en bij Hem te verkeren. , , Wie zal klimmen op de berg des Heeren en wie zal staan in de plaats Zijner heiligheid? "
Dat werd onder Israël ook zichtbaar voorgesteld in het heilige der heiligen. Voor de gewone Israëliet was het onmogelijk tot deze plaats te naderen. Alleen de heilige kon met de heilige God verkeren.
En nu laat David zien, dat de heiligheid, welke nodig was om tot de heilige God te naderen niet slechts een Levietische was, bestaande uit verschillende wassingen, maar een ware heiligheid, zowel in de daden als in het hart van de mens.
Wie? En dan laat hij het antwoord volgen : , , Die rein van handen en zuiver van hart is, die zijn ziel niet opheft tot ijdelheid en die niet bedriegelijk zweert."
Ik vraag u : bij wie is zulks te vinden? De rijke jongeling betuigt tegenover de Heere, dat hij al de geboden van der jeugd aan onderhouden heeft. Doch hoe te prijzen voor de tijd, de gehele Schrift laat zien, dat de Héere ziet op het hart. De buitenkant van ons bestaan kan mooi zijn als de gepleisterde graven, maar wie zijn hart leert kennen, noemt het een vuile bron van wanbedrijven.
Hoe is het voor zulk een mens mogelijk tot God te naderen en met Hem' te verkeren ? Wie is er heilig ?
Dat zegt nu de apostel Paulus tot de gemeente van Efeze : „Want door Hem hebben wij beiden de toegang door enen Geest tot den Vader."
„Door Hem", zegt hij. Hier spreekt hij van de Christus. Door Jezus Christus.
Dit getuigt èn van de liefde des Vaders, doch ook van de liefde des Zoons.
Of is het te peilen, hoe groot de liefde des Vaders geweest is, dat Hij Zijn Zoon zond in deze wereld ?
Of is het te peilen, hoe groot de liefde van Christus was, dat Hij de heerlijkheid, die Hij bij de Vader had, prijs gaf, dat Hij zich wilde vernederen door te komen in het vlees, door te lijden de ganse tijd Zijns levens, doch inzonderheid aan het kruis ? Is het te peilen, dat Hij Zich vernederd heeft tot in de dood op het vloekhout van Golgotha?
De diepte onzer ellende is groot, maar de diepte van de liefde des Vaders en des Zoons is niet te peilen.
En waartoe kwam Christus nu in deze wereld ? Toch, om aan het recht Gods te voldoen en de schuld te boeten met Zijn bloed. Hij kwam om het mogelijk te maken, dat een zondaar in en door Hem kon bestaan voor een heilig God.
Hoe zijt gij rechtvaardig voor God? Alleen door een waar geloof in Jezus Christus.
„Want door Hem hebben wij de toegang tot de Vader".
Door Hem!
Voor velen is de Naam van Jezus Christus niet anders dan een klank. Sommigen stellen zich ook gerust met Zijn Naam te kennen. Maar Paulus zegt: „door Hem".
Daar moet het om te doen zijn. „Geef mij Jezus of ik sterf." -
Is het u, lieve lezer(es), ook om Hèm te doen ? Wee u, wanneer uw hart niet naar Hem uitgaat. Buiten Hem is er geen leven, maar een eeuwig zielsverderf. Wie de Zoon heeft, heeft het leven, en wie Hem niet heeft, heeft het leven niet. Met alles, waarmiede een mens zich gerust stelt buiten Hem, zal er een eeuwig omkomen zijn. Wie Hem mist, mist alles, maar wie Hem door het geloof mag kennen, vindt in Hem alles.
Christus is voor Zijn volk niet alleen de deur, welke toegang geeft tot de allerhoogste majesteit, maar Christus is Zijn volk in de hemel ten goede. Christus is daar een voorspraak en voorbidder aan de rechterhand Gods.
, , Want door Hem hebben wij beiden toegang." Beiden, zegt Paulus, dat ziet n.l. hierop, het geldt niet slechts de Jood, maar ook de heiden. Alle geslachten der aarde zullen in Hem gezegend worden. Eerst de Jood, ook de Griek.
Welk een wonder. Degenen, die dus eertijds verre waren, zowel onder de Joden als de heidenen, worden dus zalig door het bloed van Jezus Christus.
Christus brengt dus de Jood en de heiden tot elkaar, bovenal brengt Hij beiden tot God. In Hem vinden zij de deur en de voorbidder.
Op één ding hebben wij nu nog te letten, dat de apostel er nu nog tussen voegt deze woorden: door énen Geest.
, , Want door Hem hebben wij beiden de toegang door énen Geest tot den Vader."
Door énen Geest dus. Wat wil dat nu zeggen? Laten wij dit nog mogen toelichten.
Wanneer wij nagaan wat Christus gedaan heeft aan het kruis en wat Hij doet aan de rechterhand Gods in de hemel, dan doet Hij dat alles vóór Zijn volk.
Doch nu moet er ook in het hart van de mens iets geschieden. Dat is nodig zowel voor de Jood, als de heiden. Daarop doelt nu de apostel, wanneer hij zegt: , , door énen Geest". Door de Heilige Geest komt de Heere n.l. de zondaar te overtuigen van zijn zonde en schuld. De Heilige Geest trekt de zondaar voor de spiegel van de Wet des Heeren. Dat heeft Christus ook voorzegd van de Heilige Geest: , , Die, gekomen zijnde, zal de wereld overtuigen van zonde, gerechtigheid en oordeel."
En dan werkt de Heilige Geest door middel van het Woord.
Maar naast de ontdekkende werking van de Heilige Geest, is daar ook de vertroostende genade van de Heilige Geest. De Heilige Geest maakt door het Woord Christus beminnelijk en dierbaar voor een arm en in zichzelf verloren zondaar. Hij geeft de vrijmoedigheid in het hart om door Christus tot God te gaan. Want de Heere God is wel de Hoge en Verhevene, maar tegelijk is Hij ook degene. Die laag ziet. Hij woont in het verhevene en heilige, nochtans wil Hij wonen bij dien, die van een verbrijzelde geest en een verbroken hart is.
De Heilige Geest dringt dan ook de zondaar tot het bidden om genade. Geeft er vrijmoedigheid toe. De Heilige Geest bidt voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.
De Heilige Geest overtuigt dus de zondaar van zijn schuld, maar werkt tevens vrijmoedigheid in het hart om tot God te gaan, biddende van Hem genade om Jezus' wil.
Diezelfde Geest neemt nu uit de volheid, welke is in Christus, om dit uit te delen. , , Hij zal het uit het Mijne nemen en u verkondigen." De Heilige Geest spreekt dus niet van Zichzelf, geeft ook niets van Zichzelf, maar spreekt van Christufe en geeft van Christus.
Ja, wat meer is, die Geest getuigt met onze geest, dat wij verzoend zijn met God in Christus en dat wij kinderen Gods zijn. Dat mocht Paulus kennen. Hij spreekt over God de Vader.
Is zulks niet groot!
Een Vader in de hemel. Een Zaligmaker en Voorbidder daar ten goede. En een Trooster in ons hart, Dat te weten is meer dan een klank van woorden, maar dit is zalige werkelijkheid. Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt Zich de Heere over degenen, die Hem vrezen.
Door énen geest! Dat is dus de Heilige Geest. Dat is de Geest der aaniueiming tot kinderen. Want door Hem hebben wij beiden de toegang door énea Geest tot den Vader.
Is dat dan altijd even levendig bij Gods volk ? , zo wordt gevraagd. Helaas niet altijd. Want de allerheiligsten hebben, zolang zij in dit leven zijn, maar een beginsel der ware gehoorzaamheid. Gods kinderen kunnen wel niet afvallen, maar wel vallen. En in plaats van dan de vertroostende genade des Heiligen Geestes te ervaren, worden zij ontdekt en vermiaand. Vandaar ook dat David bidt: , , Neem Uw Heilige Geest niet van mij."
Wijkt dan Gods Geest van het volk van God? Dat zij verre, maar de vertroostingen worden gemist.
O Vader, dat Uw liefd' ons blijk'. O Zoon, maak ons Uw beeld gelijk. O Geest, zend Uwe troost ons neer. Drieënig God, U zij al d' eer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's