De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DIE POOLSE JONGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DIE POOLSE JONGEN

Feuilleton

4 minuten leestijd

Hij vervolgde zijn weg. Hij. hoorde hoe de hofhond een onbestemd geblaf liet horen.

Het beest had zeker nog iets lucht van hem gekregen, waarvan hij blijk wilde geven.

Mika zag, hoe de nevel langzaam van het bouwland optrok. Er kwamen weer vergezichten. Zelfs werd hij in de verte een torenspits gewaar. Maar de dorpen interesseerden hem niet. En de mensen ook niet. Hij was het avontuur in Breslau nog niet vergeten. Integendeel, hij vond dat dorp nu angstig dichtbij.

Het liefst scharrelde hij de binnenwegen langs, toch maar zo recht mogelijk op het doel af. De koers leek hem wel goed. De zon rees, recht voor hem, langzaam omhoog.

Dan ga je naar het Oosten!

Een klein eindje had hij gelopen, toen hij langs een aardappelveld kwam. Hij liep naar een struik, die reeds begon te verdorren en trok het loof eraf.

Een paar flinke aardappels kwamen tegelijk mee naar boven. Hij keek om zich heen. Niemand bespiedde hem. Hij graaide in de grond. Meerdere aardappels kwamen er te voorschijn. Snel borg hij ze in z'n tas. Van één struik had hij er al méér dan genoeg.

Vlug stapte hij weer door.

In gewone omstandigheden zou het nooit in zijn gedachten zijn opgekomen te doen, wat hij nu deed. Het was hem ook niet te doen om het bezit, maar om de honger te verdrijven.

Hij was werkelijk opgetogen over z'n vrachtje. Het liep erg moeilijk op het ongelijke land, vooral viel dit op, als men graag voort wilde maken.

Hij drong door de houtwal heen en belandde weer op de eenzame landweg.

Nu moest hij uitkijken naar een rustig afgelegen plekje, waar hij z'n maaltijd zou kunnen voorbereiden.

Hij was maar alleen. De aardappels zouden spoedig geschild zijn en een vuurtje aanleggen was een kwestie van weinig tijd. Hij pakte zijn dolkmes, diepte een aardappel uit de tas en begon, al voortwandelend, te schillen. Dat ging heel goed. Hij had thuis meermalen voor z'n moeder de aardappels geschild, en in het najaar appelen moeten drogen.

In korte tijd had hij de aardappelen geschild. Nu moest hij uitkijken naar een geschikt plekje om een vuurtje aan te leggen. Het moest wel een eenzaam oord zijn, waar hij dit deed, want het zou zeker spoedig de aandacht trekken. Als een boswachter hem betrapte, ging hij onherroepelijk naar de officiële politie.

Weer passeerde hij een paar kleine boerderijen.

De mensen keken hem na, zover ze konden.

— Zeker een kleine vluchteling, mompelden, ze. Het was ook duidelijk te zien, dat hij niet van het eerste, het beste dorp afkomstig was.

Toen Mika een goede 10 minuten gelopen had en nergens huizen of mensen bespeurde, ging hij een kleine bossage in en keek even rond naar een beekje. En ja hoor, dwars door het bosje liep een smalle, vrij diepe sloot.

Hij bukte zich, waste de aardappelen en deed ze meteen in de pan.

Véél smaak zou er niet aan zijn, bij gebrek aan vet, maar het was voorlopig al heel mooi zo. Een beetje bruin gebakken en dan zou 't wel gaan.

Hij. sneed ze aan dunne plakjes. De hele braadpan was er mee belegd. Nu nog een vuur.

Hij verzamelde een arm vol dunne takjes en wat droge grashalmen.

Toen hij het materiaal zo'n beetje bij: elkaar had, zocht hij een geschikte plek, waar hij het vuur kon aanleggen.

Een stukje grond, waar het gevaar voor spreiding van het vuur tot een minimum beperkt bleef.

Ook dat werd spoedig gevonden.

Mika sjouwde z'n materiaal er heen en even later knetterde er een vrolijk vuurtje onder de braadpan.

Geduldig zat hij er op z'n knieën bij en luisterde naar het sissende geluid.

Op een holletje ging hij even later wat dik hout zoeken, want de voorraad brandstof was spoediger op, dan hij verwacht had.

Toen hij terug kwam man bij het vuur. o, schrik. ..., stond er een man bij het vuur.

Wat zou hij doen?

Vluchten was al te laat.

Zich op genade of ongenade overgeven?

Het was een man, met een groen pak aan en een dito hoed op het hoofd.

Mika naderde en hield zich moedig.

Hij glimlachte vriendelijk en zei: — Goeie-dag, meneer!

De boswachter hield zich nors.

Toch werd Mika in zijn ogen iets gewaar, dat hem moed gaf op de goede afloop.

Toen de man begon te spreken, verstond Mika er totaal niets van. Dat was het ellendige van de situatie. Hij kon zich niet verdedigen of iets van zijn moeilijkheden vertellen.

Hij beduidde met z'n hand vol hout, of hij het op het vuur mocht leggen.

En wonder boven wonder, de boswachter knikte. Het gevaar was geweken.

55

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DIE POOLSE JONGEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's