OM DE CHRISTELIJKE SCHOOL
Rond Pasen werden ook dit jaar de grote vergaderingen gehouden van de chr. onderwijzers organisatie.
We gaan een even luisteren, wat daar verhandeld werd.
De Unie „Een school met de Bijbel" besprak de schoolverhoudingen naar buiten en naar binnen. Wat het eerste betreft, was er verzet tegen de zogenaamde derde weg. Velen in den lande, met name de voorstanders van de dialectische theologie, menen dat het christelijk onderwijs vastgelopen is in het slop van de antithese : christelijk—neutraal. En nu zouden we ons midden in ons volk, in de wereld moeten werpen om tot een nieuw schooltype te komen, het type van de andere, de derde weg, die ons volk weer tot eenheid moet voeren.
Men vergeet dan echter één ding, n.l. dat de ouders, die bij de doop het jawoord hebben uitgesproken, staan voor de keuze van de school. Dat is het kernpunt ! We kunnen niet de ouders het advies geven, om de school, waar de Heilige Schrift het hele onderwijs beheerst, voorbij te gaan en de andere te kiezen, waar, uitgezonderd misschien een uur godsdienstonderwijs, de neutraliteit de scepter zwaait.
Wat de verhoudingen naar binnen betreft werd er op gewezen, dat terwijl het openbaar onderwijs enige jaren geleden 27 % van het onderwijs omvatte, dit nu is gestegen tot 32 %, zodat het bijzonder onderwijs (protestants en katholiek) 5% heeft verloren. De oorzaken werden genoemd:
a. bij de hervormde groep optredende veroudering;
b. het ook bij de r.k. en geref. teruglopende geboortecijfer;
c. het hoge emigratiecijfer bij de gereformeerden ;
d. zeer belangrijk werd ook geacht de achteruitgang in mentaliteit; de chr. school kan niet meer zo sterk als vroeger steunen op het christelijk gezin;
e. voorts is er de uiterst verwarde toestand der geesten, die de keuze sterk bemoeilijkt;
f. ook de gespletenheid van het chr. onderwijs is een ernstig gevaar. Meer samenwerking zou een betere indruk maken en een krachtige houding betekenen tegenover het neutraal onderwijs. Als lichtpunt werd genoemd, dat op vele plaatsen weer meer belangstelling komt voor de christelijke school. Het aantal locale comités is de laatste jaren met enige honderden vermeerderd. (Er zijn er nu 1000). De unie-collecte over 1955 is ongeveer f 10.000.— groter dan in 1954.
Op de vergadering van de schoolraad voor de scholen met de bijbel adviseerde de voorziter dr. G. P, van Itterzon tot , , Gewoon aan het werk gaan."
Ernstig moeten we ons afvragen, of we wel met volle hand zaaien, of we beseffen, dat we met heilige dingen bezig zijn, of ouders en leerkrachten zich met volle toewijding aan het werk geven, of bestuur en ouders wel voldoende aandacht schenken aan het onderwijzend personeel. Niet uit bedilzucht of stille controle, maar door meeleven, meeopvoeden, meebidden.
Verder werd er op gewezen, dat het voortgezet-, met name ook het nijverheidsonderwijs van groot belang is. Dit werd vooral met name genoemd, omdat het christelijk nijverheidsonderwijs slechts 9% van het totaal omvat. Dit betekent een grote achterstand.
Op deze vergadering werd ook gerefereerd over onderwijsvernieuwing. Daarvoor moet zijn : richting, (uit)rusting, ruimte, roeping. Zijn al de 2200 scholen, die bij het chr. paed. studiecentrum zijn aangesloten, ook werkelijk actief? Er moet samenwerking zijn in de klas, in de school, tussen bestuur en personeel, tussen verschillende scholen en met instanties buiten het onderwijs. Daardoor moeten we echter het eigen karakter der school niet verliezen. Bijzondere nadruk werd er gelegd op de roeping voor ouders, bestuursleden en onderwijzers persoonlijk.
De jaarvergadering van de Herv. raad voor kerk en school stond in het teken van de vraag naar humaniteit en verkondiging rondom de school. Een forum van vijf leden zou dit onderwerp behandelen.
De discussie liep hoofdzakelijk tussen prof. Waterink en prof. van Niftrik.
Prof. Waterink ziet als taak van de school: het opleiden van de mens tot zijn levensbestemming. De opvoeding moet dan zijn naar de Schriften. Niet alleen tijdens een uurtje godsdienstonderwijs, maar bij elke les is er sprake van verkondiging, omdat op alle terreinen het Licht valt alleen vanuit Christus. Daarvoor moeten er werkelijk chr. leerkrachten zijn, en is de school met niet chr. leerkrachten onaanvaardbaar.
Prof. Van Niftrik meent, dat er meer ruimte gehouden moet worden voor de gedachte, dat de heerschappij van Christus verder reikt dan de kring van subjectieve belijders. Inderdaad, zegt prof. Waterink, God is niet gebonden aan de chr. school, de vrijmacht Gods reikt inderdaad overal, maar het Woord Gods wijst de ouders toch een bepaalde weg. Leer de jongen de eerste beginselen naar de eis zijns wegs. En vertel de loffelijkheden des Heeren en Zijne sterkte. Dat moet men doen in het gezin en in de school.
De derde van het forum, prof. Van Houte meende, dat, al staan we als christenen in de school naast elkander, we er nog lang niet zijn. Er is een groot verschil van inzicht wie Christus is en hoe Hij gebracht moet worden. Overigens ziet hij twee lijnen, de verticale der verantwoordelijkheid en de horizontale der solidariteit.
Het vierde lid De Konihg pleitte voor de practische zijde. De intellectuele kant van het onderwijs wordt te veel bevorderd. De onderwijsmethode moet geheel veranderd. Daartoe moet intensief worden geëxperimenteerd ook als eis van humaniteit.
Zag prof. Van Niftrik de humaniteit met betrekking tot de school voornamelijk in de algemene structuur, die voor de wedergeborene en de niet-wedergeborene gelijk is, omdat de scheppingsordinantiën voor alle gelijk zijn, prof. Waterink was van oordeel, dat ware humaniteit is gelegen in het herstel van de mens in Christus, naar het evenbeeld desgenen, Die hem gemaakt heeft. Bij de humaniteit is derhalve de verlossing primair. De vraag naar humaniteit is in zijn diepste grond een vraag naar bekering en wedergeboorte.
Zonder dat is geen ware humaniteit mogelijk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's