KRON IEK
18 April in Utrecht : Bestaansrecht ram. de Gereformeerde Bond. — Flitsen en indrukken. — De 30ste diësherdenking der Utrechtse Academie. — Rotterdam Bisschop-stad. — Opmerkelijke toespraak, — Niet om de macht ? — Een ruiterstandbeeld. — Judas' oproep.
Wij waren in Utrecht. In de Dom. 18 april j.l. Het was er koud, ondanks de velen, in het eeuwenoude kerkgebouw saamgestroomd uit vele delen des lands. Maar het was er goed. Die oude domkerk werkt op zichzelf al verheffend. De wijding der eeuwen hangt tussen gewelven en spitsbogen. De herinnering aan de geslachten der vaderen, die hier hun God en Zaligmaker roemden verdiept de emotie. En als dan onder begeleiding van het machtige orgel, bespeeld door een meesterhand, de psalm der dankbaarheid de hoge ruimten vult en omhoog stijgt, wordt de emotie tot ontroering.
Ja, het was goed die dag in de domkerk te zijn. Niet het minst om te beluisteren de herdenkingsrede van onze voorzitter, de rede, die de magister deed kennen, om haar klaarheid, haar waarheid, haar welsprekend pleidooi voor 't recht van de Geref. Bond, gezien de kerkelijke situatie, gegeven 't feit, dat het ideaal bij zijn naar voren treden 50 jaar terug, nog niet verwezenlijkt was, en de vrijheid, die de Herv. Gereformeerde groep in het kerkelijk leven begeert voor haar belijden en bewaren der waarheid nog ontbreekt.
Ook in Tivoli, in de middagvergadering was het goed.
Het was er niet koud, integendeel. Het karakter van die samenkomst was uiteraard anders dan van de morgenvergadering. Maar niet minder weldadig Sterkend was al dadelijk het woord van Generaal Duymaer van Twist, de enig overgeblevene der stichters, de negentigjarige, die God het gaf zijn bewogen woord te spreken. Het contact van de alleroudste generatie moge inspirerend werken op de jongere generatie van thans. Voorts deed ook de waardering van de regering, vertolkt in het woord van Utrechts burgemeester, haar hoogtepunt bereikend in de onderscheiding van de Ie penningmeester, ds. J. Vermaas te Veenendaal, ons goed, alsmede zoveel andere woorden van meeleven en gelukwens. Wij betreuren het, dat bij alle waarderende woorden namens de deputaten der Gereformeerde en der Christelijk Gereformeerde kerken gesproken, met geen woord werd gerept van de eis der vereniging, ook kerkelijk, van de gereformeerde gezindte. Natuurlijk kunnen wij er niet aan denken, een meer of minder gedetailleerd verslag te geven. Dat komt alles wel. De Kroniek geeft alleen enkele indrukken en flitsen. Alleen nog deze opmerking. We misten een woord namens de G. Z. B., of school hij onder de Bonden, namens welke ds. A. Vroegindeweij sprak? Het kan. Doch hij is niet te zien als , , kind", gelijk de spreker de Bonden betitelde. Hij is immers de oudere broeder van de G. B., als deze een treffende realisering van de oude spreuk, van Maurits, bij diens treden in de plaats van de Vader des Vaderlands gesproken in verwachting en hope:
„tandem fit surculus arbor, d.i. eindelijk eens wordt het twijgje een boom".
Bijeenkomsten als de onze van 18 april werden er meerdere gehouden in die oude domkerk in de loop der eeuwen. Ook samenkomsten, welke men mag betitelen met het woord: illuster. Domkerk en Academie hebben immers nauw verband met elkander. Prof. Quispel repte er van op de middagvergadering in Tivoli.
Illustre samenkomsten waren er ook ter gelegenheid van het 64ste lustrum der Utrechtse Universiteit, van 11—14 april j.l. Die lustrumviering was niet precies op de datum der stichting van de Alma Mater. Die viel op de 16e maart. In een apart ter gelegenheid van dit lustrum uitgegeven bij blad van de , , Nieuwe Amsterdamsche Courant Algemeen Handelsblad" memoreert de Rector-magnificus prof. dr. Chr. J. Raven, nog hoe op die datum in dé Dom de Universiteit werd „ingewijd", nadat drie dagen tevoren op dezelfde plaats prof. Voetius had gesproken , , van de nuttigheijdt der Academiën ende scholen, mitsgaders der wetenschappen ende consten, die in deselve gheleert werden".
In datzelfde extra nummer troffen wij ook een artikel aan van de hand van prof. dr. W. C. van Unnik over: „Verbreding en verdieping der Theologische faculteit". Hij zegt daarin o.m., dat „kenmerkend voor de Utrechtse theologische faculteit steeds is geweest de nauwe samenhang tussen de theologische studie en de praktijk van het kerkelijk leven". En dan verder, dat „de nieuwe situatie, waarin de Ned. Herv. Kerk zich als Christus belijdende volkskerk wist te staan zich hier op academisch niveau weerspiegelde". In het vervolg noemt hij dan op welke mutaties de verbreding als gevolg had, o.a. „uitbreiding van het aantal docenten", , , verscheidenheid in modaliteit en herkomst der docenten", „verdiepte studie bij de studenten", , , oecumenisch contact", „meer specialisatie". Wij vonden dit alles heel interessant en belangrijk. Maar een enkele opmerking moge ons van het hart. Al het schone in de opsomming ons voorgehouden — een en ander is nog uitvoerig toegelicht ook, waarvoor dank! — betekent toch een aanmerkelijk voortschrijden op de weg der specialisering.
Dat proces is trouwens gaande over heel de wetenschappelijke linie. Bevordert zulks nu de verdieping van de studie bij de theologische studenten ? Zeker is het interessant en verdiepend voor degenen, die zich voor doctorale studie en promotie een bepaald onderdeel kiezen. Maar geeft het ons dominees, die bekwamer zijn voor het werk op de kansel en in de gemeente ? Is hier geen gevaar voor overal even aan nippen en voorts ? .... Jan de Wit had de spreuk: hoc ago, één ding doe ik. De klacht wordt gehoord, dat de preken der tegenwoordige dienaren des woords, de jongeren er bij inbegrepen, soms magertjes zijn, niet immer doorwrocht en uit de stof opgebouwd. Komt het ook, doordat de specialisering gevaarlijk is voor het: non multa sed multum, niet het vele, maar het gefundeerde ? Natuurlijk, de , , verbreding" kan , , verdieping" werken, doch wij hebben het oog op wat in doorsnee geschiedt. En bij armbloedige preken verarmt de gemeente, en ze is al niet rijk in kermis der Schrift.
Oyer illustre samenkomsten gesproken Er was er ook een in het monumentale stadhuis van Rotterdam, vrijdagmiddag 13 april j.l. De burgemeester had de samenkomst belegd ter begroeting van de eerst benoemde prelaat op de onlangs gestichte bisschopszetel van Rotterdam, mgr. M, A. Jansen. De eerste burger van de Maasstad sprak daarbij o.m. de volgende woorden, welke zijn overgenomen uit de N.R.Crt. van 14 april j.l. „Ik houd mij ervan overtuigd, dat u, monseigneur, het niet als een onhoffelijkheid mijnerzijds, maar als een uiting van realiteitszin zult beschouwen, wanneer ik constateer, dat uw komst niet voor de gehele bevolking van onze stad een reden tot vreugde is". De redactie noemde deze rede , , een realistisch getinte toespraak van de burgemeester". Niemand zal zulks ontkennen.
De nieuw benoemde functionaris, de dag daarvóór in zijn diocese geïnstalleerd, was heel paraat in zijn beantwoording en zeide dankbaar te zijn, , , voor de woorden van de burgemeester, die waren ingegeven door hartelijkheid en realiteitszin". En dan voorts : , , Ik kom hier om het evangelie, de blijde boodschap van Christus, verder te verkondigen", wat nog breder werd uiteengezet in de volgende passage : , , Ik zou wel zeer onwerkelijk zijn, wanneer ik zelf niet zou weten, dat mijn komst hier niet voor allen een reden tot vreugde zal zijn. Laat ik, vooral tegenover hen, in de volheid van mijn diepste geloof dit getuigen, dat de kerk, die ik vertegenwoordig, geen machtskerk wil zijn, maar een kerk, die de blijde boodschap van Christus verkondigen wil".
De Evangelische Maatschappij heeft dinsdagavond 17 april, onder presidium van ds. Korevaar, een drukbezochte vergadering gehouden, waarin sprak ds. Meijboom, directeur van het Protestants Convent te Utrecht. De spreker zeide o.m., dat , , de katholieke kerk in Rotterdam weinig vooruitgang toont". Hij noemde Rotterdam , , een bisdom der steden", „ongeveer de helft van de katholieken in dit dioces woont in Den Haag en Rotterdam. Er is afval en onkerkelijkheid, die de katholieke kerk heeft onderkend. Het is dus niet zo vreemd, dat men een bisdom plaatst op een strategisch zeer belangrijke plaats". Ds. M. zeide verder nog, ten aanzien van de uitdrukking van mgr. Jansen, „dat de r.k. kerk geen machtskerk is, maar dat men katholiek moet zijn om dit te begrijpen, dat hij dit liever als Evangelisch christen zou willen begrijpen, maar juist als zodanig meent hier een vraagteken te moeten plaatsen".
We waren in Utrecht in de Domkerk. De herinnering aan het rampjaar 1672 kwam boven, toen in die kerk weer de mis bediend werd. En we zagen ook het ruiterstandbeeld van Willibrord, rijdend in de richting van de Dom. Neen, Willibrord behoort niet aan Rome, aan heel de christelijke kerk. Maar het kan zijn, dat in die opstelling van het standbeeld bijzondere invloeden hebben gewerkt.
Toen de mis in 1672 in de Dom bediend werd, moet Voetius gezegd hebben : nubecula est, et transibit : , , het is maar een wolkske, het zal voorbijgaan". Voetius was een geloofsheld. Verbreider en verdediger van de Waarheid. Zullen wij het ook zijn? Wij, die ons herv. gereformeerden noemen ? Die onze jubileumbondssamenkomst 18 april mochten houden? Ons volk hecht aan onze oude instellingen. Men heeft gezegd, dat Kuyper daar niet mee rekende, wat voor een deel de doleantie niet deed zijn, wat hij ervan hoopte. Het kan. Wij beoordelen dat nu niet. Doch als ons opkomen voor de zaak, die wij dienen mogen, alleen zou voortspruiten uit gehechtheid aan , , oude instellingen", dan heerst, conservatisme, traditie of repristinatiedrang. Ons is toegeroepen uit Judas : „dat gij strijdt voor het geloof, eenmaal de vaderen overgeleverd".
Het blijke in onze handel en wandel na 18 april, dat wij waren te Utrecht, in de Dom, het heerlijk huis, waarin onze vaderen God loofden. En vergeten wij voorts niet, dat Rome in het offensief is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's