ZIJT GE TERECHT VERBLIJD?
Doch verblijdt u daarin niet, dat de geesten u onderworpen zijn; maar verblijdt u veel meer, dat uw namen geschreven zijn in de hemelen. Lucas 10 vers 20
Zeventig discipelen had de Heere uitgezonden om Zijn komst te prediken in alle steden en plaatsen, waar Hij Zelf zou komen. Twee aan twee waren ze heengegaan, als lammeren in het midden der wolven. Nu zijn ze teruggekeerd — met blijdschap. Met kinderlijke blijdschap. Want, zeggen ze, Heere, ook de duivelen zijn ons onderworpen in Uw naam!
Ja, ze lijken iets op kinderen, deze mannen met hun barse stemmen. We stellen ons voor : al van verre roepen ze Jezus het grote nieuws toe : ook de duivelen ! Wie had het ooit kunnen denken ! Hun ogen glinsteren nog, als ze denken aan die krampachtig vertrokken. gezichten van de lijdenden, aan die verwrongen lichamen van de bezetenen, die tot hen gebracht of misschien ook zelf tot hen gekomen waren, en die genezen waren, wonderlijk genezen waren, zodra de naam van Jezus was genoemd. Tegen de kracht van die naam hadden de duivelen niet opgekund. Ze hadden moeten wijken, en de lijders waren gezond geworden : Heere, ook de duivelen zijn ons onderworpen in üw naam !
Het doet goed, naar die zeventig mannen te luisteren en hun verheugde gezichten in ons op te-nemen. Kinderlijke vreugde is immers zo ontzaglijk schaars te vinden, met name In deze tijd van wantrouwen, onzekerheid en onrust, overal. En des te meer verwondert ons daarom het antwoord, dat de Heere deze mannen geeft: Verblijdt u daarin niet, dat de geesten u onderworpen zijn.
Verblijdt u daarin niet ?
Neen. Verblijdt u veel meer, dat uw namen geschreven.zijn in de hemelen.
Het is immers waar : kinderlijke blijdschap heeft iets aantrekkelijks ; wie zal het ontkennen ? Maar kinderen onderscheiden in hun onwetendheid niet het wezenlijke van het onbelangrijke, het blijvende van het voorbijgaande. Ze zien voorbij aan het brood, dat op de tafel staat en dat zij nodig hebben voor de opbouw van hun lichaam, en ze verheugen zich over lekkernijen, die hun tanden bederven en hun eetlust wegnemen. Welnu, zo ligt er ook in de blijdschap van die zeventig mannen iets, dat ons aantrekt. We zouden er bijna jaloers op worden. En toch is het nodig, dat de Heere in die blijdschap een correctie aanbrengt. Ze hebben er immers totaal geen erg in, dat ze verblijd zijn om iets van voorbijgaande aard, om iets bijkomstigs, dat bovendien nog geheel negatief van karakter is.
Negatief.
Ja, want er zijn grótere dingen dan de uitdrijving der demonen.
En het allergrootste is wel dit, dat hun namen geschreven zijn in de hemelen.
Zijn immers die duivelen verslagen, overwonnen, door het noemen van Jezus naam? Betekent hun uitdrijving, dat, ze van hun kracht beroofd zijn ? Neen. Ze zullen terugkeren. Ze zullen misschien anderen aangrijpen. Ze zullen op andere wijze zich laten gelden. Ze zullen hun tijdelijke nederlaag trachten om te zetten in een nieuwe aanval. En dan zullen er waarschijnlijk geen zeventig discipelen aanwezig zijn, om opnieuw hen uit te werpen in Jezus' naam.
Verblijdt u daarom niet hierin, dat de geesten u onderworpen zijn. Verblijdt u veel meer, dat uw namen geschreven zijn in de hemelen.
Dat is immers een positief, een blijvend, onvergankelijk goed; een bron van eeuwige vreugde. Dat is een goed, verworven door de Heere Christus Zelf, en onwankelbaar gegrond, in het welbehagen Gods. Dat is een goed, dat altijd nieuwe vreugde wekt, zelfs dan, wanneer allang vergeten is, dat ééns de duivelen werden uitgeworpen.
Och, wat troost het hem, die sterven gaat, dat hij ééns duivelen heeft uitgeworpen in de naam van Jezus ? Zullen er in de grote dag des gerichts niet velen zijn, die alsdan zullen zeggen: Heere, hebben wij niet in Uw naam de demonen uitgeworpen? En zal de Heere velen van hen dan niet antwoorden : Ik heb u nooit gekend? Dat uitwerpen van de demonen kan toch nog buiten het hart zélf omgaan ? Neen, waarachtige troost ligt slechts hierin, zegt de Heere, dat uw namen geschreven zijn in de hemelen, dat is : dat gij bij God bekend zijt als één van Mijn discipelen.
Hier ligt een onderwijzing in voor ons allen.
Waarover zijn wij verheugd?
Wat is ónze troost?
Is dat het feit, dat ons misschien vele gaven zijn geschonken ? Gaven van gebed, van vertroosting, van gezondmaking wellicht ? Gaven om een woord te spreken ter rechter tijd en om iemand te zijn tot een helper op de weg des levens ?
Laten wij ons daarin dan niet ver blijden. Had Judas dergelijke gaven niet eveneens ontvangen ?
Verblijdt u veel meer, zegt de Heere, dat uw namen geschreven zijn in de hemelen.
Is uw naam geschreven in de hemelen?
Gij vraagt hoe gij dat weten zult ?
Gij zult het weten uit uw oprechte begeerte, de Heere te dienen naar Zijn Woord. Gij zult het weten uit wat de Heere in Zijn Woord tot u getuigt, wanneer gij u laat onderrichten uit dat Woord, en waarheid begeert, want God is waarheid. Gij zult dat weten, wanneer het u niet om de gaven, maar om de Heere Christus Zelf te doen is, omdat gij verstaat, dat vele, op zichzelf kostelijke gaven, uw schuld niet kuimen verzoenen en wegnemen : daarvoor is nodig de Christus Zelf.
En dan zult gij in uw hart de verzekering ontvangen van de Heere: óók uw naam is Mij bekend.
Strijdt daarom, om de Héére te gewinnen, Wie te kennen het eeuwige leven is. En vraagt u af, of uw vreugde, uw gerustheid, uw zekerheid welgegrond is. Want:
Welzalig zij, die, naar Zijn reine leer, in Hem hun heil, hun hoogst geluk beschouwen, die Sions Vorst erkennen voor hun Heer; welzalig zij, die vast op Hem betrouwen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's