De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Jaarverslag van de secretaris

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jaarverslag van de secretaris

12 minuten leestijd

Hooggeachte leden van onze Gereformeerde Bond en alle verdere belangstellenden in ons midden!

Het is mij een aangename taak om op deze gedenkdag het woord tot u te mogen richten. Velen van hen, met wie ik de laatste vijf en twintig jaar als secretaris in schriftelijke relatie stond, mag ik hier tot mijn blijdschap op deze toogdag ontmoeten. Hoe aangenaam die taak ook moge zijn, ze is verre van gemakkelijk Waar zal ik mee beginnen met verhalen en waarmee zou ik moeten eindigen ? De eerste 70 bladzijden van het gedenkboek, hetwelk door mij is samengesteld, bevatten een kroniekmatige beschrijving van de geschiedenis van onze Gereformeerde Bond van de laatste vijf en twintig jaar. De voorlezing van deze geschiedenis zou zeker enkele uren van uw aandacht vorderen. We nemen daarom uit het vele in deze middag slechts enkele grepen. Het zij ons echter nu reeds vergund om de aandacht te vestigen op dit gedenkboek, hetwelk D.V. spoedig zal verschijnen. Géén lid van de Gereformeerde Bond mag dit boek ongelezen laten.

Door onze voorzitter is er vanmorgen terecht op gewezen, dat het hoofddoel van de Gereformeerde Bond in de gegeven droeve kerkelijke situatie geen ander kan zijn dan te trachten de geestelijke schatten van de Reformatie voor ons volk te bewaren. Van een uitbouw van de belijdenis kan geen sprake wezen in een kerk, die het tooneel is van allerlei elkaar bestrijdende richtingen. Wat heeft het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond ook gedurende de laatste vijf en twintig jaar menigmaal in de bres moeten staan in de strijd voor Schrift en belijdenis.

Moesten we meer dan een eeuw de klacht laten horen, dat de kerk zich niét heeft bemoeid met het vraagstuk van de belijdenis, we hebben nu pas ondervonden, dat we er ook nog niet mee klaar zijn als een kerk met zoveel uiteenlopende richtingen, zich daarmede wél inlaat. De Gereformeerde Bond heeft zich o.a. moeten uitspreken over het ontwerp van de nieuwe kerkorde. Tal van predikanten hebben studie gemaakt van de inhoud van dat ontwerp en de daarbij komende ordinantiën. Stuk voor stuk zijn deze ordinantiën behandeld in de commissievergaderingen, die door het hoofdbestuur in het leven waren geroepen. Tal van bezwaren werden naar voren gebracht. De bekende woorden uit art. 10 van de kerkorde, „in gemeenschap met de belijdenis", konden bij ons geen instemming vinden. De vrees, dat aan deze formulering andere opvattingen worden verbonden dan b.v. aan „in overeenstemming met", is helaas maar al te waar gebleken.

De vele commissies en raden werden door ons in strijd geacht met een presbyteriale kerkorde.

Al onze bezwaren zijn samengebracht in een rapport, hetwelk aan al de kerkeraden, aan de classicale- en provinciale kerkvergaderingen en aan de generale synode werd toegezonden.

Toen het eindelijk kwam tot de eindstemming over het ontwerp kerkorde, stonden de mannen van de Gereformeerde Bond alleen. Zij waren de enigen, die tegen het ontwerp hebben gestemd.

Hadden we aanvankelijk nog hoop, dat ook de Confessionele Vereniging onze bezwaren zou delen en samen met ons zou optrekken, ten slotte heeft zij zich aangesloten bij de middenorthodoxie.

Slechts in enkele gevallen konden we rekenen op de medewerking van de Confessionelen. Ik denk b.v. aan het radio-vraagstuk. Het heeft velen in den lande gegriefd, dat onze synode zich zó nauw had verbonden aan het I.K.O.R. Daardoor was het toch mogelijk geworden, dat niet alleen vrijzinnige prediking van Hervormden, maar ook van Remonstranten en Doopsgezinden kon worden uitgezonden.

Samen met de Confessionelen werd door de Gereformeerde Bond het ernstige verzoek gericht aan de generale synode, om zich toch van het I.K.O.R. los te maken.

Helaas, ook dit verzoek is door de synode voor kennisgeving aangenomen.

Behalve onze ernstige bezwaren tegen het niet handhaven van de belijdenis, was ons oog ook geopend voor de liturgische gevaren, die onze kerk bedreigen. Ds. Aalders liet in de Maranathakerk te 's Gravenhage knielbanken aanbrengen. Ons hoofdbestuur heeft gemeend, bij de synode te moeten protesteren tegen dergelijke romaniserende invloeden in onze kerk.

Ook tegen de nieuwe vertaling van de H. Schrift hebben we onze bezwaren bekend gemaakt in een breed uitgewerkt rapport, waaraan vele predikanten van onze Bond hebben medegewerkt. Dit rapport is aan de synode toegezonden.

Nog vers in het geheugen ligt de actie tegen de voorstellen, die de ambten voor de vrouw bedoelden open te stellen.

De synode is daarbij op groter tegenstand van de classes gestuit, dan zij blijkbaar verwacht heeft. In de classicale vergaderingen heeft een meerderheid tegengestemd.

Ook het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond heeft zich met kracht tegen dit voorstel verklaard. Het verzet, dat uit de kerk is opgekomen, heeft de synode wellicht bewogen deze zaak tot nader orde uit te stellen. Zij is dus niet van de baan. Wij vrezen, dat de strijd in de komende jaren niet luwen zal.

Van de verwachtingen, die sommigen onzer koesterden, dat na de invoering van de nieuwe kerkorde, naar Schrift en belijdenis in onze kerk zou worden gehandeld, is weinig of niets overgebleven.

De verbreiding van de Waarheid was ook gedurende deze vijf en twintig jaren de voornaamste taak, die het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond had te vervullen.

Op vele plaatsen in den lande werden afdelingen opgericht. Hoewel het hoofdbestuur niet blind is voor de gevaren van evangeliseren, moest toch hier en daar dit werk worden ter hand genomen of worden voortgezet. Steeds hebben we er op aangestuurd dat de afdelingsbesturen met de kerkeraden overleg zouden zoeken om gereformeerde prediking in de kerk te bevorderen. Deze pogingen zijn niet ongezegend gebleven. Hier en daar werden kansels geopend en evangelisaties gesloten.

Het hoofdbestuur spreekt zijn dank uit aan al de predikanten en leden, die ons werk hebben willen steunen.

De Waarheidsvriend heeft ook gedurende deze vijf en twintig jaar het onderling contact met onze leden bevorderd. Het was een gevoelig gemis, toen ons orgaan in de dagen der bezetting niet kon verschijnen. Het aantal lezers en het aantal leden begon weg te slinken. Gode zij dank, bracht de bevrijding herstel en hervatting van de arbeid, en wij mogen op deze gedenkdag mededelen dat het aantal leden nooit zo groot is geweest, als dit op heden het geval is. Ook het aantal lezers van De Waarheidsvriend bereikte thans een hoogtepunt.

Van deze plaats brengen we onze dank aan allen, die hun medewerking hebben willen verlenen aan ons blad.

Ook deze vijf en twintig jaar werd een prettige samenwerking onderhouden met de Firma Fortuin te Maassluis, die De Waarheidsvriend heeft gedrukt en zich met de verzending en de administratie steeds heeft willen belasten. We spreken de wens uit, dat deze samenwerking ook in de toekomst nog lang moge bestendigd blijven.

Tot de middelen, waarmede we de verbreiding der Waarheid kunnen dienen, mag ik ook wel mijn predikantenbureau rekenen. Tal van predikanten, godsdienstonderwijzers, candidaten tot de Heilige Dienst en vicarissen, gaven aan mij hun vrije beurten op. Van 8—9 des morgens gaat de telefoon op Oostsingel 12 te Woerden. Kerkeraden en evangelisatiebesturen kunnen dan vernemen, wie er voor de verschillende data beschikbaar zijn. Ik neem de gelegenheid hier te baat om een beroep te doen op hen, die elders des zondags beurten kunnen vervullen.

Het studiefonds vroeg op schier elke vergadering onze aandacht. We komen nog steeds predikanten tekort. Vorig jaar vroegen bij de aanvang van de studie minder studenten om financiële hulp dan gedurende enige jaren het geval was. Tot onze blijdschap vernamen wij dat in de laatste jaren meer studenten een studie voor het doctoraal examen ondernemen. Dit brengt gewoonlijk ook een verlenging van de studietijd mee.

We mogen intussen verwachten dat in dit herdenkingsjaar de offervaardigheid voor het studiefonds een buitengewone hoogte zal bereiken, opdat de penningmeester ruime middelen ter beschikking heeft om tegemoet te komen aan de gedachten, die in de boezem van het bestuur leven, ten einde de geestelijke belangen, die hier op het spel staan, te dienen.

Ook het boekenfonds heeft de laatste jaren uitstekend gewerkt. Van tijd tot tijd ontvang ik van verschillende kanten boeken voor onze studenten. Ik hoop, dat de herinnering aan het boekenfonds ook vandaag er toe mag leiden dat velen zullen besluiten om bij hun thuiskomst de boekenkast nog eens na te zien, of er ook nog enige boeken voor de studenten kunnen worden beschikbaar gesteld.

In de samenstelling van het bestuur kwam in deze vijf en twintig jaar nogal enige verandering.

De heer Kruisbergen bedankte als lid van het hoofdbestuur. Mr. dr. E. P. Verkerk heeft gemeend zijn functie als zodanig te moeten neerleggen wegens de veelheid van zijn ambtelijke werkzaamheden.

Ds. N. van der Snoek, ds. B. Batelaan, ds. J. H. F. Remme en ds. J.Goslinga, werden door de dood uit ons midden weggenomen.

In dankbare herinnering aan het vele, dat zij voor de Gereformeerde Bond tal van jaren hebben verricht, eren wij hun nagedachtenis..

Lange tijd was ds. M. van Grieken voorzitter van ons hoofdbestuur. Vooral de laatste jaren van zijn praesidium waren niet gemakkelijk. We denken er niet aan, om op deze herdenkingssamenkomst op die moeilijkheden, waarmede het toenmalig hoofdbestuur te worstelen had, in te gaan, nog veel minder, om de schuldvraag aan de orde te stellen. Er dreigde in die moeilijke jaren een groot gevaar, dat onze Gereformeerde Bond in twee groepen uiteengevallen zou zijn. Het slot van deze droeve historie was, dat zowel ds. Van Grieken als prof. Visscher zich van onze Gereformeerde Bond hebben verwijderd en gescheiden. Met bezorgdheid sloegen de overgeblevenen de verdere ontwikkeling gade.

Wat heeft de Heere het echter wonderlijk wél gemaakt. In 1940 werd prof. dr. J. Severijn tot voorzitter gekozen. God de Heere heeft hem de gaven geschonken om beide groepen weer samen te binden. Vanwege zijn beginselvastheid had hij reeds lang het volle vertrouwen. Daar komt bij, dat men ook de lijnen wilde volgen, die hij uitstippelde op het terrein van de kerkelijke politiek. Daarmee heb ik nog niet alles gezegd: ook de leiding der vergaderingen geschiedde met vaste hand, zonder echter onnodig af te stoten of te verbitteren. Laat ik u mogen zeggen, dat het alle leden van het hoofdbestuur een eer is, om. onder prof. Severijn de gereformeerde zaak te mogen dienen. Dit alles is onze zaak ten goede gekomen. Nu is er geen rigoristische strijd meer tussen De Waarheidsvriend en het Gereformeerd Weekblad. Thans trekken we samen op onder één vaandel. Naast God, hebben we dit te danken aan het wijs beleid van prof. Severijn.

We hebben van deze dag niet willen spreken als van een jubileumdag. Als we zien op de toestand, waarin onze kerk zich bevindt, dan is er eer aanleiding om in de ware zin te „doleren" (d. i. smart hebben), dan om te jubileren.

Wat zou het te wensen zijn geweest, dat er op de 25-jarige herdenking nimmer een 50jarige herdenking had behoeven te volgen, om de eenvoudige reden, dat het werk van de Gereformeerde Bond overbodig zou zijn geworden, als de kerk zelf de handhaving van de belijdenis naar de Schriften had ter hand genomen.

Ondanks het in werking treden van de nieuwe kerkorde, zijn we er helaas nog ver van verwijderd. Geen wonder, dat de broeders van de gescheidene kerken zich telkens weer afvragen : Waarom wij de Hervormde kerk niet verlaten en ons bij hen voegen.

„Het moet maar eens tot daden komen met die Gereformeerde Bond", zo heet het dan.

Wij denken echter niet aan afscheiding. De ontwikkeling van het zaad der afscheiding vervult ons met grote vrees. Dat zaad der afscheiding woekert voort. Er zijn geen namen genoeg meer te vinden om al die woekerplanten van elkaar te onderscheiden. In het kamp van de gescheidene broeders gaat men steeds Voort scheuren te trekken in het lichaam van Christus.

Vrienden, er is nog een andere weg !

Onder het Oude Verbond waren óok tijden van diep verval. Dan werden de Baals gediend en dan boog men voor Astarte. Doch dan beschikte de Heere weer mannen, die Hij bezielde met Zijn Heilige Geest. Die mannen riepen het volk tot belijdenis van zonde en schuld. Zij riepen het volk tot bekering en beloofden, dat de Heere der heirscharen dan ook tot hen zou wederkeren. Niet in een nieuwe tempel, maar in de oude tempel werden de zonden beleden. De oude tempel werd gereinigd en de beelden werden daaruit weggedaan.

Als allen, die tot de gereformeerde gezindheid behoren, nog eens samen op de knieën werden gevonden, om de erve onzer vaderen, wat zou er dan een gegronde en gezegende verwachting zijn !

Dat is, naar ik meen, dé enige weg tot oplossing van het kerkelijk vraagstuk.

De Gereformeerde Bond'heeft het 50ste jaar van zijn bestaan volbracht. Vóór hem ligt een weg van moeite en strijd.

Laten we echter niet versagen !

De Heere roept ons op, om te waken en te bidden. Een gevaarlijke vijand is versaagdheid en laksheid, een geest van laat maar gaan. Wat liggen er ook aan ónze kant veel zonden van nalatigheid.

Een andere vijand, die ons belaagt, is de eigengerechtigheid. „Wij zijn de schare, die de Wet kennen en de anderen zijn van God vervloekt".

Vrienden, ons past de taal van Ezra : Wij zijn beschaamd en schaamrood, om ons aangezicht tot U op te heffen, o, onze God.

Met Daniël moeten we leren zeggen : Wij hebben gezondigd en wij en onze vaderen hebben gedaan wat kwaad is in Uw ogen.

Ik denk daar in eens aan die bouwers van de tempel in de dagen van Ezra en Nehemia. Wat hadden ze te worstelen met velerlei tegenspoeden : eigen ongeloof, tegenstand van Arabieren en Samaritanen, moeilijke levensomstandigheden, enz. Het stond er vaak zo hachelijk voor ! Menigmaal heeft men smalend gevraagd, wat toch die amechtige Joden bezielde met hun dwaze pogingen om Jeruzalem en de tempel weder op te bouwen.

Maar Nehemia heeft het vol geloofsmoed uitgeroepen : God van de hemel zal het ons doen gelukken !

Velen trekken hun schouders ook over óns op, doch mogen wij maar gelijken op die amechtige Joden uit Nehemia's dagen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 mei 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Jaarverslag van de secretaris

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 mei 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's