PELGRIMSREIS
„Ik ben van de Vader uitgegaan en ben in de wereld gekomen; wederom verlaat ik de wereld en ga heen tot de Vader". Johannes 16 : 28
Wat is deze tekst een eenvoudig, woord!
We zouden haast zeggen : wat hierin staat, wisten we al lang ! Het is eigenlijk geen nieuws. En dat is tot op zekere hoogte ook zo. De Heere had het reeds eerder gezegd en herhaald. Hij geeft Zijn onderwijs volgens plan en heeft de bedoeling om aan Zijn leerlingen de dingen van het koninkrijk Gods in te scherpen. Het moet er goed in zitten. Als het geleerde later in praktijk gebracht moet worden, dan zal men pas beseffen, van hoe grote waarde dat herhalen is geweest. Gods kinderen op hun weg, op hun pelgrimsweg, weten maar al te goed hoe nodig dit hemels herhalingsonderwijs is, omdat zij immers voortdurend tot de ontdekking komen, hoe hardleers zij zijn en hoe weinig zij uit zichzelf met het vroeger geleerde wisten aan té vangen. De hoogste profeet en leraar moet er gedurig weer aan te pas komen..
Maar toch, wie hier teleurgesteld denkt: deze tekst valt wat tegen, want ik wist dat eigenlijk al, die heeft het niet begrepen. Opnieuw legt de hemelse leermeester hier het fundament bloot en wijst op het meest wezenlijke van Zijn verlossingswerk. Er moest een weg bewandeld worden, een bittere weg, een pelgrimsweg. Anders zou er nooit iets tot stand gekomen zijn. Het behoud van Zijn volk is niet een werk van mensen, maar uitsluitend van Christus. Hij blijkt ook hier het enige voorwerp des geloofs. Het éne grote werk wordt hier weergegeven. Dit was voor u nodig, dit moest geschieden. Dit was de eis van het goddelijk recht en daarom was dit de wil van de eeuwige Vader. Dit was ook Mijn liefde en bereidwilligheid; dit heb Ik voor u overgehad. Hierover zijn de Vader en Ik het eeuwig eens geweest. Daarom is dit ook in de tijd geschied. Was dit niet geschied, nooit zou er één zondaar zalig zijn geworden, nooit zou er één mens met God verzoend zijn, nooit zou er één hart voor God gewonnen wezen, nooit zou er één mensenkind, dat door de zonde zijn hemelse Vader verloren had, in dit kindschap hersteld zijn, nooit zou er één mond waarlijk hebben kunnen bidden en een geopende toegang bij de Vader verkregen hebben, nooit zou er één mens liefde tot God hebben gekoesterd om voor de Heere te leven en voor de Heere te sterven, nooit zou ex een gegronde verwachting op het hemels vaderhuis geweest zijn, wanneer Ik niet van de Vader was uitgegaan en in de wereld gekomen.
Ik ben van de Vader uitgegaan.
Dit betekent een offer. Het grootste offer. Een offer, zoals alleen Hij maar brengen kon. Hij heeft de heerlijkheid verlaten, die Hij bij de Vader had, eer de wereld was. Dit moet voortdurend worden bedacht. In Filippensen 2 wordt daarop wel héél duidelijk gewezen : Hij, Die geen roof geacht heeft Gode evengelijk te zijn, heeft zichzelf vernietigd, in de gestaltenis Gods zijnde, de gestaltenis van een dienstknecht aangenomen hebbende en is de mensen gelijk geworden. Hij heeft zichzelf vernederd, is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, de dood des kruises.
Er bestond in God geen aanleiding tot dit offer. De Heere had om Zichzelfs wil hieraan geen behoefte. En het was voor de Zone Gods niet nodig. Dit was alleen de openbaring van de goddelijke liefde tot de mensen, tot Zijn vijanden: de zondaren.
De liefde des Vaders : Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder, die in Hem gelooft, niet zal verderven, maar het eeuwige leven hebben.
En de liefde des Zoons : Ik ben de goede Herder. De goede Herder stelt Zijn leven voor de schapen.
Hierover liep ook de onderlinge liefde tussen God de Vader en God de Zoon: Daarom heeft Mij de Vader lief, omdat Ik mijn leven afleg, opdat Ik het wederom neme Dit gebod heb Ik van Mijn Vader ontvangen.
Hier komen we niet uitgeleerd. De Schrift spreekt van een eeuwige liefdeswil bij God en van een eeuwig welbehagen. Te doorgronden is het niet. Het mag geloofd worden. En het wordt tot een dankaltaar.
Ik ben van de Vader uitgegaan en ben in de wereld gekomen.
Dit komen in de wereld was een geopenbaard worden in ons vlees. Een onder ons wonen. Het was : komen in een boze wereld. Niet in de wereld, zoals die was bij de schepping. Toen was zij naar Gods eigen verklaring zeer goed. Er was geen leed en geen verderf en de mensen waren goed en alles was goed. Zij waren goed met elkander en zij waren goed met God. Er was geen verdriet en er was ook geen reden voor. Er was namelijk geen zonde en er was geen straf. Maar niet in die wereld is de Zone Gods ingedaald. Hij kwam op een wereld, waar Herodes zijn kindermoord kon plegen, waar een Pilatus het bloed van Galileërs met het bloed van hun offers mengen kon, waar een Kajafas de Heilige en Waarachtige, de Zoon des levenden Gods, kon beschuldigen van en kon veroordelen wegens godslastering. Hij kwam op een wereld, waar bloed en zweet en tranen, waar vijandschap, haat en laster de heersende machten zijn, waar oorlogen zijn en verschrikkingen. Op een wereld - en dat zegt het meeste - waar de zonde woont en waar de overste der wereld satan heet. Hij kwam tot een volk, waaraan God Zijn woorden had toevertrouwd, waaraan de Heere Zijn naam had gegeven, en we lezen: Hij is gekomen tot het Zijne en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Hij kwam op een wereld, die niet naar Hem vroeg en die van Zijn werk en koningschap niet gediend was. Hij kwam op een wereld, die gekluisterd was in verderf en schuld en ondergang, waar Hij niet anders had dan tegenstand en voor welke Hij desondanks de weg ging openen om met God verzoend te worden. Hij ging de Borg worden van een volk van schuldenaren, Hij werd de goede Herder van een aantal schapen, die niet beter en waardiger waren dan enig ander zondaar. Hij ging de volle losprijs betalen, door welke zij met de eeuwige Vader zouden worden verzoend Hij zou de strijd aanbinden met de satan en de vijandschap, die God gezet had tussen het duivelzaad en het vrouwenzaad, ging Hij tot overwinning brengen.
Ik ben van de Vader uitgegaan en ben in de wereld gekomen.
Het ging om de verzoening. Twee partijen moesten worden verenigd. De ene partij : de Heere God, beledigd door de zonde van Zijn mensenkinderen, gekrenkt door de afval en opstand van Zijn onderdanen, vertoornd door het verbreken van Zijn wetten en het schenden van Zijn verbond. De andere partij : het volk, dat hoewel door Hem gezocht, niet naar Hem vraagde. Dat groter schuld had dan blinde heidenen, die Zijn naam niet kenden. Daarom heeft de Heiland de breuk ten volle doorleefd, de vloek ten volle gedragen, de smart ten hevigste gepeild. Het middelste kruiswoord was het middelpunt van Zijn borgtocht: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?
Dit deed Hij uit liefde tot Zijn Vader, en wie kan het doorgronden ? Dit deed Hij uit liefde tot de Zijnen, en wie zal ook dit vatten?
De vraag komt dus op, of wij door deze grote liefde al met onszelf bekend geworden zijn. Of wij ons al hebben verwonderd over dit offer. Of ons hart al is verbrijzeld door het besef, dat dit om onze zonden noodzakelijk is geweest, om de schuld, die wij levensgroot tentoongesteld zien aan het kruis van Golgotha.
De vraag komt verder op, of wij in het doorleven van onze schuld voor God, hoop hebben verkregen door dit werk van Christus, de hoop van het geloof door het heilig evangelie. Of dit onze blijdschap mag zijn door de Heilige Geest en of wij het leren, hiervoor alles op te geven.
De vraag komt tenslotte op, of wij — niet slechts eens in ons leven — maar ook later en in beproevingen, hierin bevestigd zijn. Hoevelen hebben op bepaalde momenten van hun leven gemeend zich aan Jezus over te geven, maar het was als met het zaad op de steenachtige bodem. Het ware geloof echter kent wèl veel wankelingen en beproevingen, maar het ervaart steeds dat het werk van God niet liegt: het houdt stand, ondanks onze struikelingen en ontrouw.
Wederom verlaat Ik de wereld en ga heen tot de Vader.
Om Zijn verlosserswerk te kunnen doen, moest de Zone Gods op de aarde wezen, moest Hij ons vlees aannemen. Alleen zó kon de verlossing tot stand komen. Als die dan volbracht is, is er geen enkele reden meer om in de wereld te blijven. Want de eindbestemming van de Heere Jezus lag niet in het uitgaan van de Vader, maar in de hereniging met Hem. Zoals ook de eindbestemming van allen, die Hij zalig maakt, niet ligt in deze wereld, maar in de toekomende.
De Heere Jezus is dan ook anders bij de Vader teruggekeerd, dan Hij van Hem uitgegaan was. Hij ging uit als de Zoon van God, alleen met Zijn goddelijke natuur. Hij keerde tot de Vader terug als de God-mens. Een ware menselijke natuur had Hij erbij aangenomen. Hij heeft niet, zoals door dwaalleraars wel is gezegd. Zijn menselijke natuur uit de hemel meegebracht. Hij heeft ook niet na Zijn volbrachte werk Zijn menselijke natuur, althans Zijn lichaam in het graf gelaten, zoals men tegenwoordig wel schijnt te willen, met allerlei gegoochel aangaande het woord opstanding, maar Hij is waarlijk en zichtbaar ten hemel gevaren en is nu. God en mens zijnde in één persoon, met ons vlees in de hemel als het Hoofd der gemeente en als de Middelaar van het verbond der genade.
In deze tekst ontsluit de Heere dan ook de vaste gronden van het behoud. In Zijn nederdalen ligt de betaling van de prijs, waarmee wij moesten worden vrijgekocht. In Zijn heengaan naar de Vader ligt de winst, de vrucht, die in het werk beoogd was. Ook de gelovigen zullen eenmaal bij de Vader zijn. Slechts dit is de uiteindelijke wederoprichting uit onze val en slechts dit is het herstel van de geslagen breuk.
Ik ga heen tot de Vader! Met dit woord juicht reeds de overwinnaar. Hier blinkt de hoop, die Christus bemoedigt tot de laatste strijd. De Overste Leidsman en Voleinder des geloofs zag op de vreugde, die Hem voorgesteld was. Hier klinkt de blijdschap van de hemelse bruidegom over Zijn bruidsgemeente.
Het terugkeren tot de Vader is dus niet alleen getuigenis van het volbrachte werk, maar ook onderdeel van het werk der behoudenis. Wij, mensen der aarde en der zonde, doen nogal eens half werk en wat maken wij eigenlijk af? Maar de Heere en Zaligmaker maakt Zijn werk af tot voor de troon Gods. Hij bewerkte vrijspraak van schuldigen. Wat ter behoudenis nodig is, moest dus ten laatste geschieden voor de grote rechterstoel. Hij kan daar verschijnen, waar geen mens bestaan kan, waar wij van duizend vragen geen enkele beantwoorden kunnen. Onze Borg heeft echter alles betaald. Hij, die het voor de Zijnen deed en nu eeuwig niet zonder de Zijnen wezen zal. Hij geeft hun dit woord mee op hun pelgrimsreis : Wederom verlaat Ik de wereld en ga heen tot de Vader,
We lezen in dit hoofdstuk, dat de discipelen niet begrepen wat het was : tot de Vader heengaan. Zij krijgen daarin onderricht. Als de Heere Jezus erop ingaat, dan zegt Hij, dat er geen dingen meer zullen wezen, die scheiding maken tussen de Vader en hen, maar dat Deze Zijn kinderen in hun vragen horen zal, wanneer zij tot Hem naderen in de naam van Zijn Zoon. Er is dus een geopende genadetroon. Verder heeft Hij nog meer dingen aangewezen, die ten nauwste verbonden zijn met Zijn heengaan tot de Vader.
Ten eerste : het nut van Zijn weggaan ligt in het komen van de Trooster, de Heilige Geest. De gave des Geestes is de meest wezenlijke weldaad van het verbond der genade : de Geest des geloofs, de Geest der bekering, de Geest des gebeds, de Geest ook, die in alle waarheid leidt. Hoe onbevattelijk waren de discipelen zelfs toen Jezus nog bij hen was en hoe veranderde dit op het Pinksterfeest!
Ten tweede : Hij ging heen om hun plaats te bereiden. Hun hart behoefde dan ook om Zijn vertrek niet ontroerd te zijn.
Ten derde: in Johannes 13 : 3 v., wordt de voetwassing in verband gezet met Zijn heengaan tot de Vader. Hij, die hun onrein opgeruimd heeft en nu vanuit de hemel Zijn gemeente bestuurt, wil en geeft deze gezindheid ook bij Zijn volk op aarde : om elkanders voeten te wassen, elkanders onrein op te ruimen.
Ten vierde : Die in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal Hij ook doen en zal meerdere doen dan deze, want Ik ga heen tot Mijn Vader. (Joh. 14).
Dit ziet duidelijk op wat de uitstorting van de Heilige Geest op de discipelen en op det gemeente teweeg brengen zal: vele gaven des Geestes en bovenal de toebrenging der heidenen.
Wat is deze tekst eenvoudig. Maar ook, wat groot!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 mei 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 mei 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's