KRONIEK
„Beroepen". Onze praktijk. „Het te snel beroepen van een predikant". — Weinig stabiliteit in de gemeenten. — De grote steden.— Dr. Stam over het colloquium doctum. — Vormen en manieren. — „Onwetendheid bij jonge Academici". — Prof. Barth 70 jaar. — Ds. Velema en de Gere f. Bond en de „Vervangingsfor mule". — Naar Pinksteren. Veni Creator Spiritus.
Onlangs verscheen in , , Belijden en Beleven" een artikel van de hand van prof. F. W. Grosheide, waarin hij het heeft over , , Beroepen". Het is eigenlijk een vervolg op een artikel, dat hij reeds in het nr. van 9 dec. 1955 had gegeven en waarover het ging in verband met hetgeen op de synode van Leeuwarden was uitgesproken , , aangaande het te vlug beroepen van predikanten".
Prof. G. gaat nu in tegen reacties op dat artikel, reacties betreffende ons huidig beroepingswerk, die eigenlijk eenstemmig waren in het oordeel, dat het hele systeem niet deugt. , , Laat de dominees solliciteren als ze weg willen en liever dominee op een andere plaats zouden zijn", luidde het advies. Na even gememoreerd te hebben dat inderdaad in het buitenland kerken zijn, waar het mogelijk is, , , dat dominees, die eens weg willen, of die, zoals men het dan wat netter, uitdrukt, eens veranderen willen", solliciteren kunnen" — ook in onze kerk willen sommigen die kant op, en vergis ik mij niet, dan is er reeds een instantie, aan welke men wensen in die richting kenbaar kan maken — stelt de schrijver vast dat , , de meeste protestantse kerken vasthouden aan 't beroepingswerk, zoals wij dat kennen". En op de vraag , , waarom", geeft hij als antwoord, , , omdat de Schrift het duidelijk leert". Als eerste bewijs voor die stelling wojdt dan gewezen op Hebreen 5:4; , , En niemand matigt zichzelf die waardigheid aan, doch men wordt er toe geroepen door God, zoals immers ook Aaron". (Prof. G. bedient zich van de nieuwe vert. N.B.G.). Wie zou menen, dat dit slechts betrekking heeft op het oud- Israëlietisch priesterschap, dwaalt. De schrijver zegt, dat , , dit woord oude en nieuwe bedeling omspant", omdat er sprake is, dat , , niemand zich de ambtelijke waardigheid aanmatigt, wat alle tijden omspant". Vervolgens wijst hij er op, dat , , in zulk een ambtsdrager niets bijzonders is, dat hij als mens niet boven andere mensen uitsteekt, hij is als mens ook met zwakheid omvangen". , , Met dit enkele Schriftwoord", zo besluit dan prof. G., , , is feitelijk de hele kwestie afgedaan". Want ook de Heere Jezus , , riep Zijne discipelen tot Zich en koos er twaalf uit, die Hij ook apostelen noemde". (Luk. 6 : 13). Paulus koos ook zijn helpers. Van die helpers heet het, , , dat zij door de Heere zijn geroepen". (Ef. 4 : 11). Tenslotte wijst Gr. nog op Hand. 14 : 23, , , een moeilijk te vertalen tekst", waarin z.i. wel ligt opgesloten, , , dat de Heere door de gemeente roept tot het ambt", in welke roeping voor de ambtsdrager, in diens vele moeilijkheden, een troost ligt, , , als hij zich door de Heere geroepen weet, en dienovereenkomstig handelt".
Ik heb een een ander hier weergegeven, omdat het ons kan dienen, waar niet allen het Schriftwoord kennen, waarin de tegenwoordige praktijk inzake het beroepen haar grond vindt. Jawel, maar wordt in het veelvuldige beroepen, dat er met name in de Herv. Geref. gemeenten is, naar deze regel altijd gehandeld, gehandeld door gemeenten en beroepenen ?
Er is in onze praktijk, naar ons voorkomt, wel het een en ander, dat niet met deze regel in overeenstemming is. Allereerst dat luk-raak-beroepen. Nauwelijks is een dominee 4 jaren of bijna 4 jaren in zijn gemeente, , of de beroepen komen los, indien hij althans enigszins een vlotte spreker is. Natuurlijk, men informeert ook naar de geschiktheid en dan wel allereerst, of hij ook bereid is tot , , jeugdwerk". Is dat nu hèt criterium? Bestaan de gemeenten alleen uit , , jeugd" ? Eigenaardig is in dit verband, dat zovele candidaten tot de H. D., proponenten, preken, alsof ze reeds jaren in de dienst zijn. Ieder wil , , bevindelijk" zijn. Dat woord is tegenwoordig 't non-plus-ultra van alles. Maar, ondanks dat, ontbreekt het werk des Heiligen Geestes in zovele preken. Er wordt zo weinig trinitarisch gepreekt en daarom ondanks velerlei , , bevindelijkheid", zo weinig bevindelijk. Dat vindt zijn oorzaak in het feit, dat de preken, welke wij op het oog hebben, zo weinig , , opening der Schriften" zijn. Zeker, dat geeft de grote Profeet door Zijn Heilige Geest, doch de weg er toe is, het biddend en worstelend zich verdiepen in en afsteken naar de diepten van het Woord. Prof. Barth zeide keer op keer tot zijn studenten: exegese, exegese, exegese. En zie, daarop wordt o.i. te weinig gelet. Is het soms ook, doordat de , , hoorcommissie" en de gemeente, die ze representeert, dat niet als het éne nodige zien? Onze beroepingspraktijk dreigt te verwereldlijken, zodat vele vacante gemeenten, als ze een dominee krijgen, dit beschouwen als ware het een , , trek uit de loterij".
Neen, dat zegt men niet. Men zegt heel andere dingen. Doch als men zich rekenschap geeft van de zaken, stoot men dan niet op iets daarbinnen, dat wonderveel overeenkomst heeft met de uitdrukking, die wij bezigden? Wie waarlijk de Schrift mag openen in zijn prediking, bediend door de Heilige Geest, die preekt trinitarisch, die predikt de gangen der genade, die preekt bevindelijk. En de jongere preekt als een jongere, de oudere als een oudere en allen openbaren zich als „leerjongens van Jezus Christus".
Op de synode van Leeuwarden werd eind 1955 gesproken „over het te vlug beroepen van predikanten". Is dat niet een euvel, waaraan ook wij laboreren ? Het werkt aan alle zijden niet, wat wij nodig hebben. Onze gemeenten worden niet gebouwd in het Woord en de Waarheid Gods. Er komt geen stabiliteit. Vooral werkt die snelle wisseling — vier jaren zijn toch maar een korte periode ! — funest in steden, waar de situatie der Herv. Geref. menigmaal nog maar in een aanvangsstadium is, weinig gefundeerd en vast. Voeg daar nog bij, dat de predikant van die groepering gewoonlijk op z'n best één beurt per zondag heeft, hoe moet dan, menselijk gezien, , , het stekje een boom worden" ? De heersende meerderheid geeft dikwijls noodgedwongen, — omdat n.l. vele hervormden naar de „bijkerken" afvloeien — haar consent tot beroeping van een , , Bondsman". Welnu, is dan voor , , de verbreiding en verdediging der Waarheid" niet hard nodig, dat de predikant, die daar gesteld werd, een reeks van jaren werkt, al het zijne doet om er op aan te werken, dat het volk, om wiens blijven in de kerk hij beroepen werd, de gelegenheid ontvangt geregeld per zondag — liefst tweemaal, het gereformeerde volk wil immers twee keer per zondag ter kerk, en het is o.i. naar de Schrift — in eigen huis gevoed kan worden. En wat voor de steden klemt, is ook waarop andere gemeenten recht hebben. Zulks, opdat er in de weg der middelen fundering in de Waarheid Gods kome en een opwassen in de kennis en in de genade van onze Heere Jezus Christus. Bij gemeenten èn predikanten. Ach, ik weet het wel, men zegt, dat bij een zó groot aantal vacatures het nu eenmaal nodig is, dat de dominees af en toe verplaatst worden, opdat meerdere gemeenten eens een tijd niet-vacant zullen zijn.
Ja, dat is een andere kant van de zaak. ledere medaille heeft nu eenmaal een keerzijde. En deze wijst er op hoe brood nodig wij meerdere , , dienaren des Woords" hebben. Want dat stelselmatig veranderen — voorheen na twee jaren, nu dan na vier jaren — is zulk een verzoeking om luie dominees te kweken. Een hard woord, maar het wijst op een waarheid, die zich doet gelden en ervaren, de goeden niet te na gesproken, want ook in dezen geldt, dat de verzoeker niet slaapt en dat wij elk uur , , in perikel" zijn.
Er kwam ons onder ogen een verslag, getiteld: , , Uit de Provinciale Kerkvergadering". Het is van de hand van Ds. C. Batenburg van H. I. Ambacht, en dus van de P. K. van Zuid-Holland. Hij geeft daarin o.m. een causerie van dr. J. J. Stam : „Vijf jaren colloquium doctum", en verhaalt daarvan als volgt: „Dr. Stam gaf als oordeel van de commissies voor het colloquium doctum: de candldaten staan over het algemeen op een laag peil van ontwikkeling en beschaving.
Velen schrijven slecht Nederlands....
In 5 jaar tijd waren 353 candidaten voor geweest - , 35 afgewezen ; 318 toegelaten ; 76 na lange aarzeling. Sommige candidaten vergeten, dat het colloquium doctum vóór alles een examen is en beschouwden het als een gesprek tussen een aantal gelijkwaardige partners.
Het gebeurde eens, dat een candidaat heel rustig een sigaret opstak, omdat de leden van de commissie zaten te dampen. Een vroeg : , , Ik zou wel eens van professor Sevenster willen weten, hoe hij hierover denkt". Dit is toppunt van vlegelachtigheid en onbeschaafdheid. Zulke candidaten mogen zich een boek aanschaffen : „Hoe leer ik manieren".
In een artikel van wijlen Ds. R. Dijkstra — het staat In de Waagschaal d.d. 21 april 1956 en is getiteld: Dr. Noordmans als persoonlijkheid" — las ik, dat mevr. N. eens tot haar man zei: „Je studeert veel, maar niemand heeft er zo iets aan, ga maar eens publiceren". Het zou een zegen zijn, als de geslaagden voor het colloqium doctum, over wie dr. Stam het had, een vrouw hebben of krijgen, die tot hen zegt: , , Je moet zoveel preken en spreken, je moest eens flink gaan studeren, dan hebben de mensen er wat aan".
Even nadat het verslag over de causerie van dr. Stam ons onder de ogen kwam, las ik in , , Trouw" van 5 mei j.l. over , , Onwetendheid bij jonge academici". Daarin verhaalt ds. W. P. ten Kate, herv. studentenpredikant te Delft, , , dat één van de grootste belemmeringen in de geestelijke groei van de komende academici onwetendheid is" Een aantal feiten — bijbelse gegevens, geloofsvoorstellingen, de bedoeling van buitenchristelijke geestelijke stromingen etc. — zijn voor de meesten zó volkomen onbekend, dajt hieruit moeilijkheden ontstaan ; een student streeft ernaar zoveel mogelijk een zelfstandig oordeel te vormen, juist in de geestelijke dingen : maar wanneer hem echter een fundamentele feitenkennis ontbreekt, dan beseft hij, dat , zelfstandig oordeel" eigenlijk een slag in de lucht is, niet meer kan zijn dan een vaag gevoel. Discussies ontaarden daarom zo dikwijls in vruchteloos gepraat. Juist oudere jaars, die leiding proberen te geven — hetzij in N.C; S.V., V.C.S.M. of in het kader van ons studentenwerk —voelen dit probleem. Nodig is dus een soort grondige navorming van een aantal oudejaars". Tot zover ds. Ten Kate. Eén zinnetje in dit donkere relaas, geeft nog hoop : n.l. dat, , oudere jaars dit voelen" Daar zijn tevelen onder de academici en die 't hopen te worden, die feitenkennis absoluut niet nodig achten en ze als onnodige ballast beschouwen. Wanneer we iets dergelijks, als hier verhaald werd, aantreffen bij wie de L. S. afliepen, zeggen we : , , Je moet je schoolgeld terughalen". Er komt , , studieloon". Dat brengt het volk op door zijn belastingen. Dan mag het toch verwachten, dat er iets voor gepresteerd wordt. „De bestuurders mogen waken, dat niets van leed het gemene best treffe", zeiden de ouden. Dat geldt hier eveneens.
***
Op Hemelvaartsdag heeft prof. Karl Barth zijn 70ste verjaardag mogen vieren. Het zal hem aan meeleven niet hebben ontbroken. Verschillende bladen in ons land hebben dit feit gememoreerd.
In „Trouw" d.d. 8 mei j.l., gaf prof. Brillenburg Wurth een beschouwing over hem en zijn theologie, die zeer waarderend was. Hij stelde Earth's epoche-machende arbeid, zijn betekenis voor de hedendaagse theologie, sympathiek in het licht. Dat verschilde veel, van wat men voorheen wel uit de kringen van de V. U. en Kamper Hogeschool vernam. Niet, dat prof. B. W. geen bedenkingen heeft. Maar dat kan samengaan met een waardering nochtans van de gaven, hem geschonken, waarmede hij op zijn wijze woekert. Want niemand zal ontkennen, dat hij dit doet. En niemand, die theologie studeert — ook dat ligt in wat prof. B. W. schreef — kan thans om Barth heen.
Ofschoon prof. Barth naar zijn leeftijd moest aftreden, is hem vergund aan te blijven om rustig door te werken aan zijn Dogmathik. Dat eert de instanties, die dit besluit namen. Het zal velen tot vreugde zijn.
Ds. Velema schreef in „De Wekker" twee artikelen over de Geref. Bond naar aanleiding van het 50-jarig jubileum. , , Naklanken" zou men kunnen denken. Doch het waren , , voorklanken", want de artikelen verschenen in de nrs. van 7 en 14 april j.l. Wat hij schreef, is zeer waarderend. In overeenstemming met wat prof. Kremer op de jubileumdag zeide. Alleen, ds. V. is beducht, dat bij de ambtsdragers in de , Bondsgemeenten" in hun ambtspraktijk het Koninklijk ambt van Christus in de knel komt. De dingen kunnen eigenaardig gaan. Dat was voorheen — vóór het schisma art. 31 — de grief uit de kringen der Geref. kerken. Nu kwam het van de kant van de scheiding van '34, bij welke het, naar men voorheen zei, meer ging om de uitoefening van het profetisch ambt van Christus, dus om het tekort doen aan de Waarheid Gods. Hoe dat ook zij, de Geref. Bond kwam er bij ds. V. beter af dan de synode der Geref. kerken, die de , , vervangingsformule", ondanks veler aandrang niet wilde wegnemen.
Over de gemeenschappelijke schuld, die rust op heel de Geref. gezindte, ook bij ds. V. geen woord.
Wij trekken op naar Pinksteren. Straks wordt in vele van elkaar gescheiden kerken wellicht gepreekt over , , allen eendrachtiglijk bijeen". En ondertussen blijven wij lopen voor , , eigen huis" en de , , eendracht" van allen, die één moeten zijn en moeten streven naar hereniging op één kerkelijk erf, ontbreekt maar al te veel.
Wij trekken op naar Pinksteren.
Veni Creator Spiritus : Kom, Schepper, Geest, bidt het oude kerklied.
En wij ?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's