De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Dordtse leerregels

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Dordtse leerregels

10 minuten leestijd

Dat God sommigen in de tijd met het geloof begiftigt, sommigen niet begiftigt, komt voort van Zijn eeuwig besluit. „Want alle Zijne werken zijn Hem van eeuwigheid bekend". (Hand. 15 vs. 18) en „Hij werkt alle dingen naar de raad Zijns willens". (Efeze 1 vs. 11). Naar welk besluit Hij de harten der uitverkorenen, hoewel zij hard zijn, genadiglijk vermurwt en buigt om te geloven; maar degenen die niet zijn verkoren, naar Zijn rechtvaardig oordeel in hun boosheid en hardigheid laat. En hier is het, dat zich voornamelijk voor ons ontsluit die diepe, barmhartige en evenzeer rechtvaardige onderscheiding der mensen, zijnde in even gelijke staat des verderfs, " of het besluit der verkiezing of verwerping, in het Woord Gods geopenbaard. Hetwelk, evenals het de verkeerde, onreine en onvaste mensen verdraaien tothun verderf, alzo de heilige en Godvrezende zielen een onuitsprekelijke troost geeft.

Hoofdstuk 1. Artikel 6.

We hebben de vorige keer over dit wonderbare werk Gods aan de uitverkorenengeschreven. God buigt hun harten om te geloven. Doch nu komt er een maar. Ook in ons artikel. Niet alle men­sen worden met het geloof begiftigd. De Schrift zegt: Het geloof is niet aller, 2 Thess. 3 : 2. Hoe komt het, dat het geloof niet aller is ? Mogen we hier verwijzen naar de vrije wil, des mensen ? Dan is de zaligheid van de kinderen Gods ten diepste een vrucht van hun i eigen akker. Dat is al een oude leer. De Britse monnik Pelagius was een ge­zworen vijand van alle lijdelijkheid. Streng voor zichzelf, was hij ook streng voor een ander. Een beroep op een menselijk onvermogen wekte zijn toorn op. Hij schreef: Als ik over een heilig leven moet handelen, pleeg ik allereerst de kracht en hoedanigheid van de menselijke natuur te tekenen en dan te tonen, wat zij kan bewerken, opdat het gemoed niet slapper en trager tot de deugd zij, naarmate het minder meent te kunnen. Boos was hij op het woord van Augustinus : Geef o. God, wat Gij beveelt en beveel dan wat Gij wilt. Veel te lijdelijk. Volgens Pelagius heeft God elk mens een onverwoestbare vrije wil ingeschapen, die de kiesmogelijkheid van goed en kwaad in zich bevat. Dus komt Pelagius niet verder dan wat wij plegen te noemen een psychologische vrijheid. Het is volkomen juist, dat een mens deze bezit. Een gewoon mens is vrij om te kiezen. Deze formele kiesvrijheid gebruiken wij ook. En uit vrije wil en lust kiezen we dan altijd het kwade.

De gereformeerde christenen loochenen de vrijheid van de wil niet in formele zin. Integendeel. Ieder mens kiest en dient vrijwillig de zonde. Aan deze diep ingrijpende werkelijkheid wordt iedere uitverkorene op Gods tijd ontdekt. Hij leert verstaan, dat hij moeden vrijwillig zondigt en dat zijn hele wezen moed- en vrijwillig van God is afgekeerd. Het ligt bij de mens zó : , , Wijk maar van mij, want aan de kennis uwer wegen heb ik geen lust".

Maar goed, Pelagius hield zich aan de vrijheid in het kiezen. De mens, zo leerde hij, bezit drie vermogens om Gods bevelen te vervullen: het kunnen, het willen en het doen. Het kunnen had hij van God. Het willen en doen moest van de mens komen. Pelagius houdt geen rekening met een bepaalde zedelijke richting, die in een zondaar zou kunnen overheersen. Ieder kan altijd zondigen en niet zondigen.

Bovendien komt God ons te hulp. Hij heeft ons de wet geschonken. Ook krijgen wij de leer en het voorbeeld van Christus. Hij laat ons de zalige toekomst zien, ontdekt aan de strikken van de boze en verlicht door allerlei hemelse gave. Maar een zondige natuur erkent Pelagius niet. Als men hem wees op Romeinen 7 verzekerde Pelagius, dat dit niet op Paulus ziet na zijn bekering, doch op een mens, die door een verkeerde gewoonte gebonden is. Door het zien op het bezielend voorbeeld van Christus kan deze kwade gewoonte overwonnen worden.

Augustinus noemde deze leer goddeloos. Hij vraagt zich af of Pelagius en de zijnen nog wel christenen zijn, Zulke mensen hoeven niet te bidden : , , Verlos ons van den boze", want zij kunnen het zelf wel. Is dit een vrije wil, vraagt Augustinus, die twee kanten uit kan ? Dan heeft God geen vrije wil, want Hij kan het kwade niet willen. Maar God heeft juist de hoogste vrijheid van wil, omdat Hij niet zondigen kan. De Pelagianen weten niet van een boom, die goed moet zijn. In het paradijs daar kon de mens goed of kwaad willen. De wil ten goede is hij echter verloren. De wil ten kwade heeft de zondaar behouden. De mensen komen niet onwillende tot de zonde. De wil is altijd vrij in ons, maar niet altijd goed. Daar is in de natuurlijke mens geen begeerte naar het goede. Daarom is het nodig, dat God het willen en het werken werkt. Zo ligt daar de zondaar, iedere zondaar. In sommigen nu werkt God het willen. Hun wil wordt gebogen.

Aan anderen gaat de Almachtige voorbij. Die laat Hij liggen. Wat een zaak, lezers, wat een zaak. Zonder de ontferming Gods kan er niemand zalig worden. En nu mag men nog zulke beschouwingen houden over Romeinen 9-11, vast staan de woorden ; , , Hij ontfermt zich over wie Hij wil en Hij verhardt, v/ie Hij wil". De verharding is een straf, dat is zeker. Maar wie krijgt die straf ? Die zich verhard heeft. En wie krijgt de ontferming ? Die zich verhard heeft. Want er is geen onderscheid. Wil dit nu zeggen, dat de verwerping op dezelfde wijze ons wordt voorgesteld als de verkiezing. In genen dele. De Dordtse Leerregels stellen de gedachte immers verre , , dat de verwerping op gelijke wijze de oorzaak is der ongelovigheid en goddeloosheid, gelijk de verkiezing is de fontein en oorzaak des geloofs en der goede werken".

Wij delen in Nederland allen in de algemene verkiezing. De prediking van het evangelie staat open voor ieder. De genade Gods in Christus klopt aan de deur van welhaast ieders levenshuis. Maar de mens van nature wendt zich af. Dê aanbieding gaat voorts nog met vele beloften gepaard. Wie bidt ontvangt b.v. Wat een belofte is dit. Wie maar volhoudt in het bidden, zo staat het er in feite. Daar staat nergens in de bijbel: het geeft niet wat je doet. God hoort je toch niet, als je niet uitverkoren bent. Het staat er bijna andersom. Hij hoort het geroep der ellendigen. Nergens wordt er iets van de mens ge-ëist dan nood en kennis der ongerechtigheid. Helaas de mens laat zich niet gezeggen. Hij is hard en hij blijft hard. Doch hier zien wij dan ook dat verkiezing en verwerping helemaal niet een soort evenwicht vormen en op dezelfde wijze zijn. Bij de verkiezing treedt God handelend op. Hij is een en al actie. Maar aangaande de verwerping wordt beleden: de Heere gaat ze voorbij. Wie gaat Hij voorbij. Harde en boze mensen, die niet willen, dat God Koning over hen is, en die niet staan geschreven in het boek des levens des Lams. Die daar niet in stonden bij de grondlegging der wereld, die kiezen allemaal de kant van de antichrist lezen we in Openb. 17 : 8.

Wie zijn die verworpenen onder ons ? Dat is onbekend. De uitverkorenen kunnen het van zichzelf weten met een geloofswetenschap. Zij worden immers van de eeuwige en onveranderlijke verkiezing ter zaligheid op Gods tijd, hoewel met ongelijke trappen en mate verzekerd uit de onfeilbare vruchten der verkiezing. Maar van de verwerping is geen verzekering. Dat kan men nooit weten. Want tot het laatste moment van ons leven zijn de handen Gods uitgebreid. Wie naar de bijbel gelooft dat er een verwerping is — en zij is er — die, moet ook geloven, dat er de onophoudelijk uitgebreide handen Gods zijn. Ook is dit door de Heere ernstig gemeend. En toch helpt dit allemaal niet voor de zondaar. Hij wil verworpen zijn. Hij kiest het verworpen zijn, want hij kiest de wegen, die naar zijn definitieve verwerping leiden. Daar is in Rom. 9 : 22 sprake van voorwerpen des toorns, die ten verderve zijn toebereid en van voorwerpen der barmhartigheid, die door God te voren zijn bereid tot heerlijkheid. Ik meen te mogen zeggen, dat de vaten des toorns zichzelf tot het verderf hebben toebereid. Nochtans blijft het bestaan, dat er een verkiezing en verwerping is. God laat sommigen naar Zijn rechtvaardig oordeel in hun boosheid en hardigheid. Zij worden niet boos gemaakt, maar zij zijn boos. Zij worden ook niet hard gemaakt, want zij zijn hard. Evenwel, dat mogen we ook niet vergeten, zij worden harder. De verharding wordt al maar erger. Hoeveel kerkgangers en ook wel voorgangers zijn aan dit proces en oordeel der verharding onderworpen! De prediking van het Woord Gods werkt iets uit. Zij is een reuke des doods ten dode of een reuke des levens ten leven. In gemeenten, waar veel kerkgangers zijn kan men soms een bijzonder leven opmerken, soms ook een bijzondere hardigheid en dood. Wat is de diepste grond van de zaligheid en rampzaligheid? Daar is een besluit van verkiezing en verwerping. Daar is een voornemen Gods. Dat is van voor de grondlegging der wereld bij Hem en dat is bij Hem gebleven. Meen niet, dat God hieraan gebonden zou zijn, tegen Zijn wil. Meen niet, dat het iets veranderen zou, wanneer dit besluit er niet was. Wanneer er geen besluit is, wordt niemand zalig. Al zou er dan nog dubbel zoveel gepreekt en gebeden worden, er werd niemand zalig. Al kwam de Heere Jezus zelf preken, er werd niemand zalig. Niemand kan immers tot Hem komen, tenzij de Vader hem trekke ?

De macht van de zonde en de hardheid houdt ieder vast. De Heere kan ook niet zonder besluit werken. Al Zijn daden zijn immers wijs en wèloverlegd. Maar al zou de Heere dit besluit telkens in de tijd nemen, het zou aan de zaak in wezen niets veranderen. God zou toch de eerste moeten zijn en niets van of in de mens zou daarbij beslissend kunnen zijn. Maar wij spreken van een eeuwig besluit, omdat Gods Woord ons daar in voorgaat. Die gehoorzaamheid aan des Heeren Woord heeft Calvijn geleid en leidt allen, die door Gods Geest bearbeid worden. Dat is het geheim van de ware gereformeerde leer. En dan is er alleen maar de verwondering over Gods goedheid, dat Hij die hele boze wereld niet laat in het verderf, waarin alle mensen zichzelf hebben gebracht en dagelijks brengen. De mens is één stuk zonde. De beste is nog maar een grote liefhebber van zichzelf. Het is onbegrijpelijk, dat God nog met één mens te doen wil hebben. Er schijnen mannen en vrouwen te bestaan, die er zich over verwonderen dat God er één verloren zou kunnen laten gaan. Zij hebben nog nooit het gewicht der zonde en der ontstellende verdorvenheid geleerd. Zij hebben nog nooit zichzelf verfoeid. Zij kennen zichzelf niet. Vandaar die vele Pelagiaanse, semi-Pelagiaanse en Roomse preekjes, die blijkbaar het merendeel der preken in de kerken uitmaken.

Maar als nu iemand eens bevreesd werd, dat hij zo'n harde verworpene is ? Dan is er maar één weg, dat hij ziet op het Lam, dat gestorven is om zondaren zalig te maken. Dat hij ook zie op het Woord, dat spreekt van Gods uitgebreide handen. Dat hij voorts denke aan de belofte : Bid en u zal gegeven worden.

En als hij nu eens niet uitverkoren is ? Wanneer iemand werkelijk bevreesd is en werkelijk zich voor God verootmoe­digt en werkelijk begeert van God geleerd en bekeerd te worden, dan is er voor hem geen enkele grond om dat te denken. En al zou hij niets van deze dingen bezitten, maar de ongerechtigheid zijner ziel zou hem aanklagen, dan is er altijd deze waarheid, bij de Doop aan zijn voorhoofd verzegeld, dat er een Drie-enig God is, die alles geven kan en wil aan ellendige zondaren. Maar wat zal dat erg zijn, om als een gedoopte, een geroepene, een genodigde, voor eeuwig verloren te gaan, omdat men niet heeft gewild. En wat zal dat een wonder zijn, als zo'n onwillige zalig wordt. Daar worden toch alleen maar onwilligen in zichzelf, behouden.

God buigt hun wil.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 mei 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De Dordtse leerregels

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 mei 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's