DIE POOLSE JONGEN
Feuilleton
Hij kon nu heel goed merken, dat hij vannacht uitstekend geslapen had.
Vanuit een bed staakbonen klonk opeens een morgengroet. Mika stad de hand op en lachte vriendelijk.
Aan het einde van de volkstuin lag een drukke verkeersweg. Toen hij een kleine bossage gepasseerd was, zag hij de eerste auto's.
Op het zeildoek stonden plaatsnamen geschilderd. Frankfort, Kopenich, Fürstenwalde, Potsdam, Charlottenburg, Spandau, Luckenwalde.
Dat waren namen van steden in de dichte of onmiddelijke nabijheid van Berlijn.
Mika werd een beetje vrolijk.
Hij was dus eindelijk in de buurt van Berlijn.
Berlijn, een miljoenenstad. Een dag in zo'n stad was gauw zoek gebracht. Het was daarom maar gelukkig dat het nog vroeg in de morgen was.
Berlijn bestond dus uit twee werelden.
Het Westen, waar de vrijheidslievende volken de schepter zwaaiden, en het Oosten, waar het bolsjewisme heer en meester was.
Zou Oost-Berlijn zoveel moeite geven als het ijzeren gordijn ?
Mika verlangde niet naar het avontuur, o neen ! Maar hij moest er doorheen, tot elke prijs.
Even stond hij stil.
Was het niet beter, zijn broodtas met die braadpan weg te slingeren ? Waren dat geen eigenaardige, opvallende dingen ? Hij dacht na.
Zou hij ooit de braadpan weer nodig hebben?
Als hij gegrepen werd, had het ding toch geen zin meer, en mocht hij slagen, al evenmin.
Maar wegslingeren kon hij zijn spullen niet, daarvoor wa ren ze hem te dierbaar geweest.
Hij liep naar de kant van de weg en legde tas en braadpan in de droge sloot.
— Zo, zei hij, dat verlicht ook nog, en nu kan ik een jongen zijn, die in elke straat thuis hoort.
De blijde tinteling kwam in zijn ogen terug. Hij was in dagen niet zó opgewekt geweest.
Dichter bij de vervulling van zijn diepste hartewens. Als hij maar eenmaal in de vrije wereld was, dan was hij ook spoedig bij zijn vader.
Vader!
Vader zoeken; vader vinden; hem zien; met hem spreken en bij hem blijven.
Dat was het steeds weerkerende refrein, dat in hem gezongen had, dagen en maanden lang.
De eerste huizen van Oost-Berlijn kwamen in zicht. Daarbij ook de spanning in Mika's hart.
Hij wist, dat ook hier de communistische politie waakzaam was. Misschien was Breslau daar niets bij.
Maar hij verslapte niet. Moedig toog hij voorwaarts.
Overal zag hij de sporen van de grote oorlog, die landen en volken geteisterd had. Was hij anders zoveel mogelijk de bewoonde oentra misgelopen, nu zocht hij deze.
Nu wilde hij zich verliezen in de drukte van de grote stad. En wel zó, dat hij door niemand zou worden opgemerkt.
Als een klein scharminkel zich een weg zoeken naar de vrijheid. De angst, die hem nu steeds als een pijnlijke beet priemde, benam hem alle vrolijkheid. En niet opgewekt en vrolijk zijn, was tegen zijn natuur. Daarom had hij wel zeer moeilijke dagen achter de rug.
De vrijheid was daarginds !
't Was of zij hem wenkte. Onwillekeurig verhaastte hij z'n schreden.
Geniet het leven en kóm !
Opeens werd hij opgeschrikt door het plotselinge gehuil van een klein meisje. Het had blijkbaar een pak slaag van de moeder gehad, want een vrouw schreeuwde haar lelijke woorden na. Het huis was meer een ruïne, dan een woning.
No. 60 '
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 mei 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 mei 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's