De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DIE POOLSE JONGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DIE POOLSE JONGEN

Feuilleton

4 minuten leestijd

Het dak was eraf en de muren gedeeltelijk weggevaagd. Een paar kamers waren weer, zo goed en kwaad als het kon, bewoonbaar gemaakt.

Het meisje zag door haar tranen Mika niet en liep bijna tegen hem aan.

Mika lachte vriendelijk tegen haar.

— Wees maar groot en huil niet meer, zei hij.

Hij zag wel, dat het kind hem niet verstond.

Uit z'n zak haalde hij enkele geldstukjes en gaf die haar.

Toen was de pijn spoedig geleden en het meisje begon te babbelen.

Zij was maar al te blij, dat ze vriendelijk bejegend werd, dat men tegen haar lachte. Het verwarmde haar jonge hartje, zoals de zon een teer bloempje in de lente.

Het kind had een lief snoetje en pientere oogjes, waar de glans van de traan nog in schitterde.

Mika vatte haar klamme handje in de zijne.

Een ogenblik en hij zag iets van de wereld van leed, die er golft in de mensenzee.

Hoe goed kon het niet zijn en wat was er niet veel verdriet. Hij stapte direkt van deze gedachte af. Het was nu geen tijd om te peinzen. Dat ging wel, als je dagenlang alleen b.v. in een gevangenis zat. Maar nu riep het leven al z'n aandacht op.

Hij had zo een eindje met het kind gelopen en toen zei hij : En nu weer naar huis, kleintje ! Daag !

Hij bracht haar aan de andere kant van de straat en gaf haar een zacht duwtje in de rug.

Het kind keek bedroefd, maar er was niets aan te doen. Mika wuifde met de hand.

Het meisje wuifde niet. Ze wilde niet naar het verdriet terug. Ze wilde in de blijheid blijven.

Een ogenblik dacht Mika aan 't meisje. Even een vleugje blijdschap weggegeven, zo tussen angst en spanning door.

Het huis, dat geen huis meer was ; de kwade moeder en het huilende meisje, waren weer ver achter hem.

Mika was in een drukkere straat beland. Hij deed net of alles hem onverschillig was, maar ondertussen gaf hij z'n ogen de kost. Hij mocht niet opvallen. Hij was een gewone Oost-Berlijnse jongen.

Toen belandde hij in de Friedrichstrasse. Zijn ogen zochten een Amerikaanse of Engelse vlag. Dat viel schijnbaar een agent van de Volks-polizei op.

— Wo gehst du hin? riep de man. Mika schrok hevig, maar hield zich alsof hij boos was.

Hij antwoordde onmiddellijk : Ik moet vlug naar mijn vader. Ben de zoon van een Russische officier!!

Het scheen dat de agent hem begreep.

Zoon van een Russische officier !

Dat was dan geen kleinigheid.

Mika zou willen draven. Hij zat in het hol van de leeuw. Hij liep langs de winkels, maar had geen oog voor de etalage's. Hij speurde naar de vlag met de strepen en stippen.

Daar lag een nieuwe straat voor hem. Hij tuurde hem in.

En !

Ginds wapperde, hoe was 't mogelijk, de Amerikaanse vlag !

Mika had willen roepen, willen hollen.

Hij bedwong zich en liep rustig verder.

In hem bruiste het.

Toen kwam hij op het Tempelhof.

De vlag woei bevrijdend boven z'n hoofd.

Hij holde het gebouw van het Britse consulaat binnen. Het was hem, alsof hij door een leger politie-agenten achtervolgd werd. Maar nu was hij er. Zijn hart bonsde van spanning. Toen werd hij op eens intens blij. Hij was er!

Heel rustig, alsof hij een diplomaat was, liep hij nu verder. De concierge geleidde hem naar een officier, die de Poolse taal machtig was.

Toen vertelde hij zijn verhaal.

Hij was in West-Berlijn.

Mika Towkiewis voelde zich bizonder opgelucht, toen hij. onder geleide van een Engelse soldaat naar een kindertehuis ergens in de stad, werd gebracht.

Alle benauwenis was als een kleed van hem afgevallen. Hij was vrij !

Ja, hij voelde het, Hij was niet bang meer. In het kindertehuis had hij het best naar zijn zin en wel allermeest hierom, dat hij niet hoefde te vrezen, dat men hem zoeken en opbrengen zou. Ook wist hij, dat men op het Britse consulaat bezig was, het adres van zijn vader op te sporen, opdat men hem van de komst van zijn zoon kon verwittigen.

Onder de kinderen was nog een ander Pools jongetje.

Al spoedig had Mika vriendschap met hem gesloten. Zij konden tenminste samen praten.

Het was voor Mika een fijne gewaarwording, zijn eigen taal te horen spreken.

Het duurde echter niet lang of het adres van Mika's vader was bekend. Hij was werkzaam op een grote fabriek in Blackburn en wachtte in uiterste spanning op z'n moedige zoon.

No. 61

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 mei 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DIE POOLSE JONGEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 mei 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's