De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

APOSTOLISCH VERMAAN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

APOSTOLISCH VERMAAN

4 minuten leestijd

EN BEDROEFT DE HEILIGE GEEST GODS NIET. EFEZE 4 VERS 30a.

Bedroeft de Heilige Geest Gods niet.

Na 't pas gevierde Pinksterfeest is 't goed dit apostolisch vermaan ernstig te overdenken.

Allereerst plaatst het een ieder indirect, maar niettemin met grote klem voor de vraag der inkeer : Hebt gij de Heilige Geest ontvangen.

Warit dit woord trekt grenzen en legt verbanden. Er wordt een grens getrokken tussen de kinderen Gods en de ongelovigen.

Immers zoals 't dwaasheid is, tegen twee legers, die elkaar op leven èn dood bestrijden, te zeggen, doet elkaar géén kwaad en bedroeft elkaar niet, zo getuigt het van grote oppervlakkigheid tot de ongelovigen zonder meer te zeggen : bedroeft de Heilige Geest niet. De mens die niet staat in de liefde Gods zegt dit woord dan óok weinig of niets.

Hij leeft in vijandschap tegen God en de overmachtige dreiging van dood en hel zal als waarschuwing eerder tot bezinning leiden dan deze lokkende roep der liefde. Want dat is dit woord inderdaad, onbegrepen heerlijk.

En hiermede wordt 't verband aangewezen hetwelk dit Godswoord legt.

Immers de mens die in 't stralend licht van de openbaring gestaan heeft en zijn leven leerde zien vanuit de gezichtshoek van zijn zonde en schuld, weet van het alles omvattende werk van de Heilige Geest Gods.

Zeker, Hij brandde in de onheiligheid van ons levenshuis, en deed met de zware mokerslagen van Gods oordeel de fundamenten van dat huis wankelen. We waanden ons in de diepten geworpen, afgestoten van onze zondaarshoogten en waren onze vermeende veiligheid kwijt.

'k Wou vluchten maar kon nergens heen....

Maar zie, daar was de grote vraag geboren (hoe toch en wanneer ? ) naar een middelaar, 't Oog ging open voor de heerlijkheid van Gods beloftenwoord voor wie zich verloren wanen, en dode letteren werden levend en geheel mijn ziele hoort Jezus treedt mij tegemoete, 'k Hoor Zijn vredegroete, 'k Voel mij bij de hand gevat.

En aan die hand traden we die werkelijkheid binnen, waar de vrede Gods door de verzoening van die lieve Jezus met lichte wiekslag ons overweldigde.

In de stilte van die vrede, uit onrust geboren, kwam het hart alleen maar tot aanbidding en verwondering.

Wie was het die mij in de diepte bracht ?

Wie was het die mij deed opstaan uit de duisternis tot het licht, uit de angst tot de vreugde, ja uit de dood tot het echte leven ?

Wie anders dan God, Hij ja Hij alleen. Hij was in mijn levenshuis ingegaan om het om te vormen tot Zijn tempel. De brand in dit huis was een liefdebrand en de spits van Zijn toom was enkel liefde.

Waarom ? Ik weet het niet, of ja, het was vrije gunst alleen.

Maar ik blijf zo vaak steken bij de vraag:

Maakt gij Heer, zo hoog, zo rein in mijn hart Uw woning.

Want ook dat hart, en nu kan 't niet anders of daar komt een slagschaduw over dat heerlijke wat God wilde doen.

Hoe kan ik toch altijd weer die genade Gods beantwoorden om de zonde te doen. Wat moet Hem dat smarten en — ik zie naar 't kruis.

De Heilige Geest Gods, die om Christus' wil worstelt met de zonde in mijn hart, worstelt in reddende liefde, wat moet dit Hem pijn doen.

En de liefde die door Gods liefde gewekt werd doet ons de zonde vrezen, haten met een dodelijke haat.

Bedroeft de Heilige Geest Gods niet!

Nu versta ik iets van dit apostolisch vermaan.

Dit liefdevol waarschuwend woord dringt de gelovige tot het voortdurend gebed.

Heilige Geest kom Gij bij mij aan tafel opdat ons samenzijn geheiligd worde.

Heilige Geest, ga Gij met mij mee op de markt des levens waar mijn aardse roeping ligt.

Wees Gij bij de gesprekken die ik voer.

Doe Gij mij in de gemeente staan, zonder dat onheilig vuur.

Hier, Heilige Geest van God, hier hebt Gij nog een kamer van mijn levenshuis, die ik angstvallig gesloten hield. Ruim maar op, ja dat ook, want ik hang er met mijn vlese zo aan, maar 't moet voor U zo lelijk zijn.

Wilt U, Heilige Geest, deze man in mijn levenshuis binnengelaten zien, ik wil hem er eigenlijk niet in hebben, ik ben afgunstig op hem, maar Uw wil, die heilig is en goed, geschiede. Kind van God, laat dit apostolisch vermaan nu lichtend boven uw leven staan.

Leef teer. Want wel is 't werk van de Heilige Geest onwederstandelijk, maar door een slordig leven kunnen wij Hem bedroeven zodat Hij zich terugtrekken moet. En waar Hij wijkt, daar wordt alles dor en mat, de vreugde wijkt en de grauwe mist legert zich over ons leven.

Bedroeft toch de Heilige Geest Gods niet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

APOSTOLISCH VERMAAN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's