GODE ZWIJGEN
DOCH GIJ, O MIJN ZIEL ! ZWIJG GODE WANT VAN HEM IS MIJN VERWACHTING (Psalm 62 vs. 6)
Wanneer we de geschiedkundige achtergrond nagaan van deze woorden, dan blijkt het ons dat we verplaatst worden in een tijdperk van David's leven, dat heel moeilijk is geweest. Hij wordt bestreden in wat de Heere hem deed zijn als koning over het volk Israël.
Gemene lieden trachten hem immers van de troon te stoten. Ze hebben behagen in leugen. Met hun mond zegenen ze, maar met hun binnenste vloeken ze.
Als vanzelfsprekend gaan, als we dit lezen, onze gedachten uit naar de tijd, waarop Absalom opstond tegen zijn vader. Dan heeft men immers behagen in leugen, want van David wordt kwaad gesproken. Zijn naam wordt belasterd. Hij zou geen goede koning zijn, geen eerlijke rechter. , , Als ik koning was", zo vleit Absalom, , , het zou anders gaan!" En die zijn brood eten, zegenen hem dan met hun mond, maar met hun binnenste vloeken ze. Dat zijn mensen als Simeï en Achitofel, die er op uit zijn de koning te smaden en te verraden.
Is het te verwonderen dat David's ziel bedroefd is, teleurgesteld, onrustig en bevreesd ? Ja, ze buigt zich diep in hem neder.
En wat doet David nu als bet zo met hem gesteld is ? Hij spreekt zijn ziel toe. Luister maar: , , Doch gij, o mijn ziel, zwijg Gode, want van Hem is mijn .verwachting".
Gelukkige David! Hij weet door genade wie de Heere voor hem is. In zijn ziel leeft, wat later de Heere Zijn volk zal doen toeroepen door de profeet Jesaja: , , Bergen zuilen wijken en heuvelen wankelen, maar Mijn gpedertierenheid zal van u niet wijken en het verbond Mijns vredes zal niet wankelen, zegt de Heere, uw Ontfermer". (54 : 10). Immers het voomemen Gods is onberouwelijk, de genadegift Gods is onberouwelijk. De Heere komt niet terug op Zijn keus.
En daarom, David moge wankelen, maar hij zal niet grotelijks wankelen : hij zal niet wankelen ten dode.
Zie, het is daarmede nu, dat David zijn ziel troost. , , Doch gij, mijn ziel, zwijg Gode, want van Hem is mijn verwachting".
Doch...., dat woordje „doch" wil zeggen, om de tegenstelling met het voorafgaande scherp te laten uitkomen: O, mijn ziel, laat de vijanden maar kwaadspreken en vervolgen; laat ze maar woeden, maar gij hebt er iets tegenover te stellen, ja, ge hebt er alles tegenover te stellen : de Heere is sterk, Hij is mijn rotssteen en mijn hoog vertrek.
De weg die David bewandelde om zijn ziel op te wekken temidden van al zijn benauwdheden, is de weg die de Heere al Zijn kinderen leert wandelen.
Ook zij kennen moeilijke tijden in hun leven, tijden van verdriet, van beproeving en aanvechting, zodat ze met David rondzwerven in eenzaamheid.
In de natuur kan het stil zijn, zó stil, dat geen blad van de bomen zich beweegt. En staan we dan voor een water, dan is haar vlak spiegelglad en onbewogen. Ja, maar het kan ook stormen. Dan zwiepen de boomtakken heen en weer, ja, worden de zomen zelfs ontworteld. En het water, dat eerst een rimpelloos vlak gelijk was, is bewogen door zware golven, die schuimend zich verheffen om weer weg te zinken in de diepte.
In het geestelijke leven is het niet anders. Gods kinderen maken tijden mee, waarin het van binnen zo stil en vol vrede is. Dan zingen ze met de psalmdichter : , , Mijn ziel, die naar de vrede haakt en 't morrend ongenoegen wraakt, is in mij als een kind gespeend en heeft zich met Uw wil vereend".
Dan roepen ze met David, als aan het begin van onze psalm, ook al is er veel tegen; Immers is mijn ziel stil tot God, van Hem is mijn heil. Let op dat woordje , , immers". Het is zo veelzeggend, het betekent: , , ja, waarlijk". Ge zoudt niet zeggen dat het zo is, ge twijfelt er misschien aan, omdat ge het niet kunt begrijpen, maar het is toch echt waar: Immers, ja waarlijk, mijn ziel is stil tot God. Zo zal de rechtvaardige door zijn geloof leven in de kracht van de Heilige Geest.
De Heere is mijn Herder, mij zal niets ontbreken. Hij doet mij nederliggen in grazige weiden ; Hij voert mij zachtkens aan zeer stille wateren. Maar in de zielen van Gods kinderen kan het ook stormen. Verwonderen mag dat niet. Als de satan Christus, het Hoofd, niet met rust kon laten, hoe zou hij dan Zijn lichaam, d.i. Zijn gemeente, met rust laten ?
En daarom, het stormt soms in de harten van Gods kinderen, dan, als de satan op hun zonde wijst, als hij het vlees in beweging brengt, als hij met z'n helse verzoekingen tot hen komt, b.v. in tijden van verdriet als alles ontvalt en hij influistert: „Waar is nu die God, op Wien ge bouwdet? "
En hoe kunnen ook de stormen niet opsteken als ze te worstelen hebben met ongeloof, met gebedloosheid en behoefteloosheid, als ze zichzelf terugkrijgen in hun diepe verdorvenheid en de oude mens zich danig doet gelden.
Ja, dan is de duivel er bij. Dan probeert hij ze van hun hoogheid te stoten, te doen wegvallen uit de staat der genade ; dan werpt hij als Simeï met stenen van vervloeking.
O, wat kunnen de benauwdheden des harten zich dan wijd uitstrekken. Dan zucht en klaagt het van binnen : Eenzaam ben ik en verschoven, ja d' ellende drukte mij neer. Dan kan onze ziel zo diep wegzinken, dat ze vreest er nooit weer uit te komen.
Wie zal voor mij staan tegen de boosdoeners ? Wie zal zich voor mij stellen tegen de werkers der ongerechtigheid ?
Is het zo misschien met u ?
Luister dan!
David wijst u de weg aan : , , Doch gij, o mijn ziel, zwijg Gode, want van Hem is mijn verwachting".
Gode zwijgen ! Maar dat zwijgen kan ons zo moeilijk zijn, ja, van nature is het ons onmogelijk, dan zetten we de tanden op elkaar en leggen de wapens tegen God niet neer.
Want Gode zwijgen, dat is de Heere billijken in Zijn gerechtigheid, dat is het kruis, dat de Heere ons oplegt, aanvaarden, opdat onze zondige lusten en begeerten daaraan gekruisigd zouden worden ; dat is stil zijn in eenswillendheid, in kinderlijke overgave, om nu alles op Hem te laten aankomen, om naar Zijn stem te luisteren:
„De ogen houdt mijn stil gemoed, Opwaarts om op God te letten. Hij, die trouw is zal mijn voet, Voeren uit der bozen netten!"
We zien het aan Job, hoever zelfs Gods uitnemendste kinderen daar vandaan kunnen zijn, als hij uitbarst in zijn bittere klacht: , , De dag verga, waarin men zeide : een jongske is ontvangen".
En de door de Heilige Geest zo bezielde en aangedreven profeet Jeremia heeft in grote duisternis uitgeroepen: , , Wee mij, mijn moeder, dat ge mij gebaard hebt!"
En tóch : , , Doch gij, o mijn ziel, zwijg Gode!" Ja, want de Heere is de Getrouwe, Hij verandert niet. Hij brengt Zijn kinderen altijd weer geheel onder Zijn wil, die goed is. En dan zwijgen we, omdat we het helemaal met de Heere eens zijn. Hij is de Heere, Hij doe wat goed is in Zijn ogen: , , Heb ik mijn ziel niet stilgezet en mij verloochend naar Uw wet, gelijk het pas gespeende kind zich stil bij zijn moeder vindt? "
Ja, dan zijn we er goed aan toe.
Dan ruist het door onze ziel: Merk op, mijn ziel, wat antwoord God u geeft. Hij spreekt gewis tot elk die voor Hem leeft, tot elk die Hem zwijgt!
Neen, dan vrezen we niet meer, want van de Heere is onze verwachting!
Hij zal het maken, Hij is wonderlijk van raad en groot van daad !
Gode zwijgen !
Hoe zalig, als de Heilige Geest ons in dat zwijgen stil maakt.
Dan doen we levenslessen op.
In stilheid en vertrouwen zal uw sterkte zijn. Ja, dan eindigen we in aanbidding, al is het met tranen in de ogen: De lofzang is in stilheid tot U, o God!
't Is Israels God, die krachten geeft. Van Wien het volk zijn sterkte heeit; Looft God, elk moet Hem vrezen!
J. H. Cirkel.
1) Referaat, gehouden voor de vergadering van Herv. Gereformeerde minderheden, op zaterdag 9 juni j.l. in de Marnix-zaal te Utrecht.
In de goed bezochte vergadering sprak ook ds. A. Vroegindewey over: „Moeilijkheden en mogelijkheden van de Herv. (Geref.) minderheden".
Na een levendige discussie, waaraan vele aanwezigen deelnamen, ging de vergadering
plm. 6 uur uiteen.
S.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's