Onze internationale roeping III
Werkzaamheden van de Raad.
De werkzaamheden van de Raad bestaan uit: (Art. VII van de Constitutie) :
1. De bevordering van een wereldgemeenschap van Bijbelgetrouwe kerken en kerkleden tot onderlinge bemoediging en hulp in de zaak des Heeren ;
2. Het opwekken van alle deelnemende leden om mede te werken aan een oprechte en krachtige hernieuwing van het Bijbels Christendom over de gehele wereld ;
3. Het wakker schudden van alle Christenen in betrekking tot de arglistige gevaren van het Modernisme en het oproepen van dezen tot eenheid in gezindheid en streven tegenover alle ongeloof en compromis met het Modemisme van elke aard en tegen het Rooms- Katholicisme, in de hoop, dat onder Gods zegen dit streven moge leiden tot een wezenlijke Reformadie der Twintigste Eeuw;
4. Het verrichten van die zaken voor de leden van de Raad, die beter gemeenschappelijk dan afzonderlijk gedaan kunnen worden;
5. Het, met alle daarvoor geëigende middelen, handhaven van de rechten van de leden en aangesloten verenigingen en deze te verdedigen tegen belemmering van hun vrijheid om hun door God gegeven roeping te vervullen;
6. Het opwekken van andere Christelijke Kerken over de gehele wereld, om deel uit te maken van deze Raad;
7. Het wanneer en waar nodig bekend maken aan overheden en aan het publiek in het algemeen van het feit, dat alleen deze Raad zijn leden vertegenwoordigt in zaken, die door hen aan hem zijn toevertrouwd en dat geen andere Raad in de wereld er aanspraak op kan maken, dat hij de stem van deze Kerken doet horen.
8. Het met alle geschikte middelen vergemakkelijken van het zendingswerk der leden;
9. De opwekking van alle leden van de Raad tot de bevordering met Gods hulp, van een onderwijssysteem voor alle ieeftijden, in de gehele wereld, dat vrij is van de smet van rationalisme en waarvan de Bijbel de grondslag vormt, opdat het onderwijs weer opnieuw de kerk moge dienen in plaats van vijandig te staan tegenover de gehele Christelijke beschouwing van God en wereld;
10. Het opwekken van de leden van de Raad tot het bevorderen van het gebruik van die Zondagsschoolliteratuur, die in overeenstemming bevonden zal worden met het Woord van God en de leerstellige grondslag van de Internationale Raad van Christelijke Kerken;
11. Het standvastig bepleiten van de Christelijke levensstijl voor het gehele maatschappelijke verkeer, in de hoop dat wij in staat mogen zijn iets te doen, teneinde de voortgang van atheïstische en heidense ideologieën, onder welke naam ook, te stuiten, alsmede de losheid van zeden en de goddeloosheid, die in onze tijd zulk een verontrustende bedreiging van de Christelijke levenswijze geworden zijn, tegen te gaan.
Uiit dit artikel blijkt o.a. dat de Raad zich op verzoek van de leden tot overheidsinstanties kan richten om de belangen der aangesloten Kerken te bepleiten. Zo is al enkele malen een adres gezonden aan de regeringen van Roomse landen, waarin het Protestantisme werd vervolgd,
In dit verband is het ook goed, te wijzen op de Zendingsraad van de I. C.C.C., de , , Associated Missions". Dit is een zelfstandige organisatie van de verbonden zendingen van de Kerken, die bij de Internationale Raad zijn aangesloten. Het bureau van de Associated Missions is gevestigd in Cleveland, Ohio, U.S.A. en staat onder leiding van de secretaris, ds. R. L. Ryerse, een Amerikaan van Nederlandse afkomst. In deze tijd van opkomend nationalisme zijn al heel wat onderihandelingen gevoerd met regeringsinstanties in de zendingslanden. Daarnaast was het helaas nodig op te treden tegen het machtsstreven van de Wereldraad van Kerken en de Internationale Zendingsraad met de daarbij aangesloten landelijke raden. In enkele gevalen, zoals in Tanganyka en Kenya in Oost-Afrika, en in de Belgische Congo, is het n l. voorgekomen dat aan zendelingen van Bijbelgetrouwe Kerken een visum en/of de toegang tot een bepaald zendingsterrein werd geweigerd, omdat zij niet waren aangesloten bij één van de genoemde Raden. In al deze gevallen zijn na de langdurige en volhardende bemoeiingen van de zijde der I.C.C.C. de moeilijkheden weggenomen en is deze „boycot" opgeheven.
Maar ook moet de meer positieve zijde van het werk niet worden onderschat. Wij zijn zo langzamerhand gewend geraakt aan de suprematie der grote kerklichamen, die, al zijn ze nog zo onzuiver, de pretentie aannemen, de Kerk te vertegenwoordigen. Daartegenover hebben de kleinere groepen, die de zuivere belijdenis hebben vastgehouden, dikwijls het gevoel, dat het bijna onmogelijk is daartegen te strijden. God heeft echter geen meerderheden nodig en het blijkt van de grootste betekenis dat Gods „minderheden" in heel de wereld daaraan herinnerd worden. In de wederkerige ontmoeting en uitwisseling van gedachten ligt een bijzonder^ bemoediging om voort te gaan.
Behalve dat, zijn er ook verschillende dingen die beter gezamenlijk gedaan kunnen worden, juist omdat in deze tijd het getuigenis een internationaal karakter moet dragen. Zo is er een voorstel om gemeenschappelijk een positief geluid te laten horen tegenover het evolutionisme. Er is zelfs gedacht aan een wetenschappelijk centrum.
Ook aan de jeugd is gedacht. Een speciale jeugd-afdeling is in voor'bereiding, terwijl op het laatstgehouden congres (Philadelphia 1954) reeds verschillende studenten vertegenwoordigd waren. Gezien de korte tijd van zijn bestaan, heeft de Raad al deze dingen nog niet kunnen verwezenlijken. Men kan echter alleen maar bewondering hebben voor de grote activiteit en de krachtige ontwikkeling, die deze jaren te zien geven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's