Korte berichten
Hervormd apostolaat en Gereformeerde evangelisatie.
Tussen het evangelisatiewerk van de Gereformeerde Kerken en het z.g.n. apostolaat van de Ned. Hervormde Kerk, gaat zich een verschil ontwikkelen, zo constateert ds. C. van der Woude in de „Friesche Kerkbode". Dat verschil komt voort uit de verschillende wijzen, waarop de beide kerken de voor het evangelisatie- en apostolaatswerk allesbeheersende vraag „Wat dunkt u van de mens" beantwoorden.
In het licht van de Schrift zien we de mens als een van de voornaamste schepselen Gods, die met bijzondere gaven werd toegerust en tot een hoge bestemming geroepen en in heel zijn wezen het beeld van zijn Schepper toonde, aldus ds. Van der Woude. Maar wij zien die mens ook als een schepsel, dat van God is afgevallen en in de greep der zonde gevangen werd. Die mens is tot in het diepste van zijn leven verdorven. Maar God heeft met Zijn genade ook in het leven van vele mensen, die Hij in Christus ten eeuwigen leven verkoren heeft, de zonde doorbroken. Bij de evangelisatie mag men nooit op de mens neerzien ; moet men steeds hopen en steeds opwekken tot geloof en bekering. Met deze gegevens van de Schrift moet in het gereformeerd evangelisatiewerk worden rekening gehouden, aldus ds. Van der Woude.
In de Ned. Hervormde Kerk ontwikkelt zich nu een bepaalde „theologie van het apostolaat", die onder invloed staat van Karl Barth en speciaal diens leer over de uitverkiezing, zo zegt schrijver verder. Barth gelooft niet, dat er naast de „verkorenen" ook „verworpenen" zijn. Hij spreekt wel over „goddelozen" en „verworpenen", maar verstaat daaronder niet mensen, die voor eeuwig verloren gaan, maar mensen, die nog niet weten, dat zij behouden zijn, aldus ds. Van der Woude. In Christus zijn volgens Barth allen verlost.
De man die evangeliseert en deze Barthiaanse opvatting aanhangt, hoeft niet meer te vertellen aan de mensen, dan dat zij verlosten zijn. Verloren gaan is voor hen geen mogelijkheid meer. Zo is er niet meer prediking van het gericht. Zo is er geen oproep meer nodig om te ontvlieden aan de toekomende toorn. Er is alleen maar een ondiep water, waarin niemand kan verdrinken.
„We weten niet, in hoever deze leer is doorgedrongen in de Ned. Hervormde Kerk", zo besluit ds. Van der Woude. Dat zij daar invloed uitoefent is wel gebleken uit Berkhof's boekje over: „De crisis der midden-orthodoxie". En dat zij haar invloed laat gelden in het evangelisatiewerk der Ned. Hervormde Kerk, treedt aan het licht in het boekje van prof. Wurth over : „Heroriëntering ten aanzien van de ontmoeting van Kerk en Wereld". Het is in elk geval nodig, dat we deze nieuwe leer onderscheiden en er voor op onze hoede zijn.
Het Comité 1618/'19, bestaande uit de heren K. Duindam, mr. J. van der Ven, A. H. Verbeek, M. Westerweel, A. W. Woerkens — secretariaat Cyprisstraat 45, Den Haag — heeft de volgende proclamatie doen uitgaan.
Den Haag, 4 juni 1956.
Proclamatie van 't Comité 1618/ '19 aan de HoogEerw. heren ds. L. Kievit en prof. dr. L. Th. Haitjema, respectievelijk commissieleden voor het opzicht van de Ned. Herv. Generale Synode, p. adres: Oostdam 5, Woerden.
Hoog Eerw. heren.
Hangende de beslissing van Uw hoogeerwaardig college inzake de rechten der plaatselijke gemeenten, alle vrijzinnige leer te kunnen weren, vermeld in ons gravamen van 27 april 1956 (aan de prov. synode van Zuid-Holland) gericht, dringen ondergetekenden als Comité 1618/'19 er bij u ten overvloede op aan, ten spoedigst in het belang der algemene goede orde en rust in de Ned. Hervormde gelederen, uitspraak in deze te willen doen en te bevorderen door om te zien naar zulke bekwame mannen, welke overeenkomstig Schrift, Belijdenis en Kerkorde, gerechtigd en bevoegd kunnen geacht worden, de plaatsen in de colleges visitatoren provinciaal en -generaal te bezetten. Zij denken hiervoor bijzonderlijk aan de opzieners en doctoren uit de bekende confessioneel-georiënteerde groepen als : de Geref. Bond en de Confess. Vereniging, in de zin van kerkrechtelijke stappen ondernomen door de Zeven Haagse Heren in 1842 onder leiding van Groen van Prinsterer, alsmede die van het adres van de eerbiedwaardige heer ds. B. Moorrees, te Wijk in 1841, voorzien van bijna negenduizend handtekeningen van de vele bezwaarden, die met de Afscheiding niet waren mede gegaan, alsmede die in 1854 werden gedaan in zijn adres, ingeschreven bij de reglementaire synode onder no. 6563.
Het is ondergetekenden gebleken, dat een der Haagse predikanten (theologisch doctor) mede zitting hebbend in uw hooggeëerd college visitatoren-generaal, publiekelijk in een kerkelijk orgaan kon concluderen — zie Haagse Kerkbode, 26 mei 1956 —, dat de rechten der vrijzinnig-hervormden in de Ned. Hervormde Kerk vaststaan, tot dat het tegendeel aangetoond kan worden, hetgeen wij op heden doen, en wel op de grondslagen der Nunspeter Kerkorde zelf, welke gezegd wordt nauw aangesloten te zijn aan die van Emden, Wezel en Dordt.
Volgens art. XLIV der Dordtse Kerkorde, zullen voornoemde visitatoren-generaal en - provinciaal uit de oudste en ervarendste door de classis geautoriseerd moeten zijn, om visitatie te doen en toe te zien of de leraars, kerkeraden en schoolmeesters hun ambt getrouwelijk waarnemen, bij de zuiverheid der leer blijven en de aangenomen orde in alles onderhouden, enz. enz.
Ondergetekenden onderkennen deze achter- en ondergrond der Dordtse Kerkorde wel terdege in zake de leertucht in de Nieuwe Kerkorde, aangegeven door het uitdrukkelijk noemen der Drie Formulieren in art. 10 en de oefening der tucht (leertucht) in ordinantie 11 en de Calvinistische wijze van tenuitvoerlegging. Immers in Punt 5 Inl. Nieuwe Kerkorde wordt daarvoor verwezen, naar wat de Reformator beveelt in Institutie Bk. 1 V, Art. XII, Cap. 9 tot 13, waaraan onmiskenbaar ten grondslag ligt Inst. Bk. IV, Art. VIII Cap. 1 en vervolgens, handelende over het Recht der Kerk t.a.v. de leerstellingen en waarbij Calvijn verwijst naar de meest overtuigende bewijsplaatsen uit de H. Schrift, als Jerem. 23 : 28 ; Jesaja 6:5; Ezechiël 3:7; Lucas 10 : 16 ; Matth. 5 : 13 en Joh. 20 : 23, en naar vele andere plaatsen inzake het binden en ontbinden, het sluiten en ontsluiten, het vergeven en niet-vergeven in de Rijksorde van 't Koninkrijk Gods.
Ondergetekenden moeten dan ook onvoorwaardelijk enige rechten van vrijzinnig-hervomden met beslistheid afwijzen, vertrouwende, dat alle synodale instanties deze rechten der plaatselijke gemeenten zullen weten te eerbiedigen, hetgeen God de Heere, de Drieënige, zal bezorgen.
Met de meest verschuldigde eerbied en hoogachting
Het Comité 1618/1619.
Tweede persbericht.
Het tweede congres van academici uit de gereformeerde gezindte, dat onder voorzitterschap zal staan van prof. mr. P. J. Verdam en gehouden zal worden van 18-20 juli 1956 in „Woudschoten" bij Zeist, zal zich allereerst bezighouden met de vraag wat het specifieke is van het gereformeerd-zijn, zodat er opnieuw licht zal vallen op de wezenlijke trekken van het gereformeerde. Vanuit dit uitgangspunt zullen de sprekers hun zoeklicht richten op elke groep van de gereformeerde gezindte en wordt getracht na te gaan hoe elke gereformeerde groepering zich tegenover dit wezenlijke bevindt. Naast deze plaatsbepaling zal er door dit congres niet minder aandacht worden geschonken aan datgene dat in de gereformeerde gezindte samenbindt en vereent.
De sprekers op dit congres zullen zijn : dr. S. van der Linde te Utrecht (Herv. Geref.), de heer H. Algra te Leeuwarden (Geref.), ds. B. van Smeden te Rotterdam (Chr. Geref.) en prof. C. Veenhof (Geref. onderh. art. 31 K.O.).
Aanmeldingen voor dit congres kunnen gedaan worden aan : drs. A. W. Overwater, Antillenstraat 25, Amsterdam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's