DE GROTE VERBITTERING
Feuilleton
DOOR JAC. OVEREEM
Hoeveel neuzen heeft ons Leentje ?
't Is op een mooie zaterdagavond in de meimaand. Het weer is zo zacht, alsof het reeds midden in de zomer is.
Albert Poot staat met z'n vrouw bij de bloembedden voor het huis.
Het is zo rustig om de hoeve, die zo vredig ligt verscholen aan de rand van het bos. Hoge houtwallen omzomen de akkers en de weilanden liggen veilig tussen oude beukebossen.
De boer is druk geweest op zijn land, maar nu heeft hij Maartje gezegd, dat hij de bloemhof eens wil bekijken. Hij weet dat zijn vrouw daar veel aandacht aan besteedt en er heel wat werk aan heeft gehad om het te krijgen, zoals het nu is geworden, Daarom ook wil hij van zijn belangstelling blijk geven en heeft er nu deze rustige zaterdagavond voor gevonden.
— De tulpen, daar in het middelste park, zijn weer bijna uitgebloeid, zegt hij.
— Ik wil er nu maar Geraniums poten, zegt Maartje. Dat is een gemakkelijke plant en ook wei mooi. Terwijl ze zo staan te praten, begint bet opeens heel zachtjes te regenen.
— Hé, zegt Albert Poot verwonderd, waar komt dat nu vandaan ?
— Uit de lucht, lacht Maartje, als ze het onnozele gezicht van haar man ziet.
— Ja, 't is waar, erkent hij, maar er zijn hoegenaamd geen wolken.
— Recht boven je, Albert! Het hindert niet, al weet jij niet precies waar de druppels vandaan komen, ze vallen en wij hebben ze !
— Ja, en als 't zo zachtjes regent, gaat er geen droppel verloren.
Opnieuw komt er een schittering op bloem en blad. Alles getuigt van de luister van het vruchtbaar jaargetij. En het regent heel zachtjes.
Als de boer en z'n vrouw van de bloemtuin naar de luoeshof wandelen, springt opeens een wit konijn uit het 'knollengroen op het tuinpad.
Hé, wat moet jij hier? zegt de boer. Ben je weer uit 't hok gebroken?
Zijn rode ogen fonkelen in het avondlicht. Als hij over het pad huppelt, slaan z'n flaporen heen en weer. Dan schiet hij opeens weer weg onder de bladen van het knolgroen.
Enfin, als Kees 'm kwijt is, dan weten ze, dat hij In de tuin zit.
— De erwten zijn welig gegroeid, merkt de boer op, als hij bij het rijshout stilstaat.
— Jammer, dat ze, een beetje ongelijk zijn. Die ondeugende mussen hebben er van de eersten heel wat weggepikt. Ik heb er later weer bijgepoot, vertelt zijn vrouw.
Zo wandelen ze door de tuin en praten samen over allerlei. Dan staan ze stil aan het einde van het hofpad.
Het regenen is nu weer opgehouden.
De mussen spelen in de doornhaag en zitten elkaar uitbundig achterna tot onder het dak van de hooiberg.
Als in droom staat het echtpaar Poot, genietend van de mooie avond.
Het is nu zo heel rustig en stil om de hoeve. Ze luisteren naar de stemmen van hun kinderen, die heel in de verte op de heide zijn.
Ze roepen naar het oude bos, dat tot het dorpje Karvelde loopt. Hoor!
— Hoeveel neuzen heeft ons Leentje ! ?
En even later klinkt het heel duidelijk: — Ééntje!
Vader en moeder kijken elkaar lachend in de ogen.
— Die jongens prakkizeren ook van alles, zegt vader.
— Ja, ze zijn net als wij vroeger, hé man, antwoordt moeder.
Achter in de moeshof staat een eenvoudig bankje onder de hoge beukenhaag.
— Kom, Maartje, zegt boer Poot, laten we daar even gaan zitten. Straks komen de jongens weer thuis.
— Herman is naar Oesteren, vertelt moeder. Heeft hij 't jou nog gevraagd?
— Mij gevraagd! Wel neen! Dat doet hij sinds lang niet meer. Als hij. gaan wil, gaat hij, en blijft hij thuis, dan blijft hij thuis. Hij weet zelf de weg.
— Hoeft hij 't dan niet meer te vragen, als hij ergens naar toe wil ?
— Och, 't gaat zo vanzelf. Hij wordt al zo heel wat mans.
— Ja, man, dat wordt hij, zucht moeder.
1)
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's