De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

EER HET GELOOF KWAM

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EER HET GELOOF KWAM

9 minuten leestijd

„Doch eer het geloof kwam, waren wij onder de Wet in bewaring gesteld en zijn besloten geweest tot op het geloof, dat geopenbaard zou worden". Galaten 3 vs. 23.

Eer het geloof kwam. Er is dus een tijd zonder geloof geweest, todat het kwam. Dit is bedoeld in de letterlijke zin, want pas met Christus is ten volle werkelijkheid geworden dat een zondaar voor God kan worden gerechtvaardigd. Het geloof tot zaligheid kon komen, toen Christus kwam en de belofte des Vaders kwam vervullen. Dit alles is geschied in de volheid des tijds en vervuld aan het kruis van Golgotha. Maar dit , , eertijds" is er ook in elk waar christenleven. Het geloof komt niet bij de geboorte, maar moet komen in de tijd; er is altijd een keerpunt geweest bij Gods volk, of kent gij dit (nog) niet ? Wij lezen in de H. Schrift hier telkens van: eertijds waart gij duisternis, maar nu zijt gij licht in de Heere. Kent u al deze verandering van uw leven in het uur der wedergeboorte, die immers altijd harts- en levensvernieuwend is ? Het ergste is, dat er velen zijn die niet veranderd zijn en dit ook nog heel gewoon en natuurlijk vinden.

Over dit alles spreekt onze, tekst tot bemoediging en tot waarschuwing. Het gaat om dit geloof, want zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Wij lezen hier van het geloof, wat het is, brengt en doet.

I. Wat het geloof is.

Wanneer wij bij bevinding mogen spreken van het: , , doch eer het geloof kwam", is dat geloof dus in ons hart en leven gekomen. Wat is er dan gekomen? Het voorwerp van het geloof is .alleen Christus, zodat de gelovige leeft uit Hem, zoals de rank leeft uit de wijnstok. Daarom is er ook altijd groei in het ware geloof en moet het vruchten voortbrengen in de mens, die Christus ingelijfd en in Hem geworteld is. Is dit er ook (reeds) bij u en brengt gij vruchten voort der bekering waardig? Dit is de voorwaarde voor de zaligheid en een duidelijk kenmerkt van els Gods kinderen.

Dit geloof is de weg tot de rechtvaardigmaking en de verzoening met God door de vergeving der zonden bij Hem in liet bloed van de Middelaar, dat reinigt van alle zonden. „Opdat wij uit het geloof zouden gerechtvaardigd worden" (vs. 24b). En is deze verzoening niet het grootste goed op aarde, waar ieder mens naar behoorde te streven? Maar de meesten zijn zó verblind, dat zij dit niet zien en dus niet zoeken. Ja, van nature geldt dit van alle mensen, totdat het Gode behaagt om dit geloof te geven, wat Hij doet en deed door Zijn Woord en Geest beide. „Opdat de belofte uit het geloof van Jezus Christus de gelovigen zou gegeven worden", (vs. 22b), Dit geloof en deze rechtvaardigmaking is dus Gods gave en nooit ons werk. Willen wij al van het geloof leven, omdat wij zijn dood gewerkt, of ergert ons dit alles nog steeds ? En de Heere kan dit geloof en deze zaligheid geven, omdat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe,

Dit geloof is een vertrouwen op de belofte Gods, die Hij in Christus vervuld heeft. Het is een geloven en eens een aanschouwen; een zich vastklemmen aan Christus als de Rots des behouds, vooral in de ogenblikken van nood en dood. Wee de mens, die in die tijden Christus niet kent of Hem niet heeft nodig geacht. Weet gij het werkelijk, dat gij door Christus tot God kunt gaan en vrijgesproken worden in de Dag des oordeels ? Of bouwt gij heimelijk nog op uzelf of op enig werk, door u volbracht ; want er is zoveel godsdienst, die slechts de gedaante der Godzaligheid heeft en ook hier geldt het: schijn bedriegt, waarbij het om een eeuwig wèl of wee gaat. Leert dit bedenken !

II. Wat het geloof brengt.

Hoe is dit geloof bij de gelovigen toch gekomen? Waarom kwam het wel bij de een en niet bij de ander, die even trouw zelfs in de kerk kwam ? Waarom is voor de een dit geloof alles, terwijl een ander zich hierover geheel niet druk maakt en met 't ongeloof ten volle tevreden is ? Deze vragen moge de H. Geest ook in ons wakker roepen of ons weer opnieuw hierop een duidelijk antwoord doen geven.

Christus wordt alleen voor ons onmisbaar en dierbaar gemaakt, indien wij eerst in de nood komen. En deze nood moet dan een zielenood geworden zijn, waartoe wel vaak de aardse noden door de Heere als middelen worden gebruikt. God begint altijd om ons slechte leven en ons slechte einde te doen zien en inzien. , , Doch eer het geloof kwam, waren wij onder de Wet in bewaring gesteld en zijn besloten geweest". Het is de Wet Gods, die bij toepassing ons in de benauwdheid des geestes moet brengen, want voor alle mensen en tijden blijft het gelden: , , door de Wet is de kennis der zonde". De Wet is de spiegel waarin wij ons zelf pas echt kunnen zien en leren kennen. Gods Wet zegt mij, wat goed of kwaad is en leert mij af naar eigen goeddunken te handelen. Onze zonde is juist, dat wij Gode de gehoorzaamheid opzeggen en ons zelf de wet gaan voorschrijven, totdat ons dit tot schuld en angst wordt en wij voor Gods heilige Wet leren beven en sidderen. Dan gaan wij het op ons zelf toepassen, dat God zegt, dat er niemand goed is, ook niet tot één toe. Was en is dit voor u een persoonlijke zaak geworden en roept gij het uit; ik ellendig mens, en de grootste van alle zondaren ? Dan weten wij, wat het met onze tekst is: „waren wij onder de Wet in bewaring gesteld". Dan voelen wij ons voor het eerst en ook steeds opnieuw als gevangenen, die in bewaring zijn gesteld en die zich zelf niet meer kunnen .bevrijden. De Wet wordt dan gelijk de muren van een gevangenis, die zo kunnen benauwen en het wordt zo duister in onze ziel; er is geen licht en geen hoop op uitkomst. Wij hebben tegen God op het hoogst misdaan- en vreselijk zal het zijn, de levende God te ontmoeten en in Zijn handen te vallen. Of bent u nog nergens bang voor, omdat u de Wet niet kent of er in ieder geval geen ernst mee maakt ? Dat deze valse rust u dan spoedig door de Heere mag worden afgenomen, om tot de ware rust in Christus te komen, die er overblijft voor al het volk van God. Dat is het zijn onder de Wet en niet meer tegenover de Wet, zoals velen in onze dagen, die rustig deze Wet van God loslaten of op hun wijze uitleggen of veranderen.

Zo, mijn lezers, zullen wij er nooit komen, maar omkomen!

Dit besloten zijn onder de Wet is de enige weg tot het geloof ; alleen op deze wijze (uit de kennis der ellende) komt het geloof en wordt het bewaard tot het einde toe. Maar dan brengt het geloof in Christus ook de grote verlossing en bevrijding; een gevangene gelijk? die de deuren der gevangenis ziet opengaan en de vrijheid binnentreedt, want wie de Zoon zal vrijgemaakt hebben, zal waarlijk vrij zijn! Geen straf meer, maar vrijspraak i Christus heeft alles voor mij volbracht!

Wat een eeuwig wonder zal dit zijn!

Niet alleen anderen, maar ook mij brengt Christus de vergeving, de gerechtigheid en het eeuwige leven. O, volk des Heeren, blijft in Christus ! O, wereldse mens, komt tot Hem, eer het voor eeuwig te laat is. God de H. Geest geve u dit bij aanvang of voortgang!

III. Wat het geloof doet.

Het ware geloof brengt de bevrijding van de angst en de vloek der Wet en vreugde in de ziel. Het gaat hart en leven vervullen en beheersen. Zelfs in nood en dood wordt het beleefd en geloofd : , , Hij kan en wil en zal in nood, zelfs bij het naderen van de dood, volkomen uitkomst geven", of ook : „Maar de Heere zal uitkomst geven. Hij, Die 's daags Zijn gunst gebiedt; ik zal in dit vertrouwen leven en dat melden in mijn lied", tot in eeuwigheid.

Wat het geloof doet, want het gaat werken en maakt de gelovige werkzaam. Het geloof, dat niet werkt, is dood en dus niet het ware geloof. Er is veel surrogaat-geloof, dat buiten het hart omgaat en niets van vruchten en veranderingen in hét leven laat zien.

Met het ware geloof is het anders. Maar als het geloof gekomen is, zo zijn wij niet meer onder de tuchtmeester. Dat betekent niet, dat wij de Wet niet meer doen, maar uit liefde tot Christus gedreven worden Gode te danken door Zijn Wet te doen, al blijft dat op aarde altijd tekort en vol zonden. Wie uit liefde de Wet des Heeren gaat doen, doet veel meer dan wie uit dwang of vrees dit doet en doet het anders en beter. Is dit ook reeds het kenmerk van uw leven geworden ?

Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus. Een kind loopt aan de hand van de vader en de gelovige is door genade weer kind geworden van God. Dan is er kinderlijke vreze en eerbied en liefde en gehoorzaamheid ; een leunen op God en een bidden tot God. Wat leert ons de Heilige Schrift veel van het ware leven des geloofs en is dit alles in beginsel door genade in üw leven ? Want van nature zijn wij kinderen des duivels en tonen dit duidelijk in al onze gedragingen !

De Heilige Geest heeft Gods kinderen geleerd om Christus aan te doen, zodat wij in Hem worden bevonden. Ziet u wel, dat het ware geloof heel veel doet, zowel naar binnen, als ook naar buiten. Dit alles leert de Bijbel ons, opdat wij onszelf kunnen onderzoeken. Doet gij dat heden ook en hoe valt uw oprecht onderzoek uit? Wordt u ervan verzekerd een kind Gods te zijn of wordt u ontdekt, dat gij dit niet zijt, terwijl gij tot nog toe dacht het wèl te zijn ?

Zien wij nu, dat het een zaak van grote vreugde is, wanneer een ziel mag en kan spreken van: , , eer het geloof kwam" ? Moge het bij u door de Geest des Heeren gekomen zijn of nog komen, ook op uw gebed.

Want alleen wanneer dit zaligmakende geloof is gekomen, zijt gij van Christus en Abraham's zaad en naar de beloftenis erfgenamen. Nu rijk in hope, dan voor eeuwig rijk in werkelijkheid.

Welke erfenis hebt gij te wachten, die van de wereld en van de zonde, of die van Gods volk en de Hemel der zaligheid, door de genade van Jezus Christus?

E. R. Damsté,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

EER HET GELOOF KWAM

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's