Gesprek tussen Hervormden en Gereformeerden
De oude belijdenisgeschriften passen niet op de nieuwe vragen.Een nieuw belijden, los van de Drie Formulieren.
(Overgenomen uit „De Rotterdammer" van dinsdag 19 juni '56).
Dat er in kerkelijk opzicht vele zaken zijn, die Hervormden en Gereformeerden gescheiden houden, is maar al te bekend. Dat er evenwel ook veel op te noemen zou zijn, dat Hervormden en Gereformeerden verbindt, lijkt minder voor de hand te liggen. Toch was het juist de verdienste van het gesprek tussen Hervormden en Gereformeerden, gisteren gehouden in het Gebouw voor Chr. Sociale Belangen te Baarn (het Zendingscentrum was te klein vanwege de grote belangstelling), dat speciaal de sterke bindingen tussen de Hervormden en Gereformeerden werden geaccentueerd.
De bijeenkomst, die bezocht werd door een groot aantal predikanten van beide kerkelijke richtingen, was belegd door het bestuur van het Gereformeerd Studieverband voor Oecumenische Vragen. Als sprekers traden op dr. H. Berkhof, rector van het seminarium der Ned. Hervormde Kerk te Driebergen, en prof. dr. W. F. de Gaay Fortman, hoogleraar aan de Vrije Universiteit.
Beide sprekers stelden de bezinning op de taak en de plaats van de kerk centraal. Dr. Berkhof deed dit met de oproep, het vraagstuk in gehoorzaamheid aan Gods Woord, los van alle tradities, opnieuw te stellen. Hij meende, dat De Cock en Kuyper ten tijde van de Afscheiding en de Doleantie niet anders gedaan hadden. In de huidige veranderende wereld dient opnieuw gezocht te worden naar een nieuwe gestalte van het kerk-zijn en dan zowel door Hervormden als Gereformeerden. De Gereformeerden hebben de afgelopen honderd jaar weliswaar een eigen bedding gegraven, maar beide kerkelijke groeperingen staan thans voor een zelfde taak. Er is thans behoefte aan een sterkere nadruk op de , , weltlinchkeit" van de kerk, de solidariteit met de wereld is een andere geworden.
Ten aanzien van de ontwikkeling in beide kerken wilde dr. Berkhof onderscheiden zogenaamde traditionelen en experimentelen. Op vele punten blijken de experimentelen van beide kerken het eens te zijn (werk onder studenten, in het leger, op het zendingsveld, etc). De experimentelen van beide kerken begrijpen elkaar dikwijls zelfs beter dan de traditionelen en de experimentelen van dezelfde kerk, aldus spreker.
Wat betreft de modaliteiten, bracht dr. Berkhof naar voren, dat de Gereformeerde Kerken bij de Geref. Bond geen voet aan de grond krijgen. De Gereformeerde Kerken worden als te veel verwant gezien met de midden-orthodoxie. Hier blijken de Drie Formulieren van Enigheid toch weinig te betekenen voor de eenheid van belijden en beleven. Dr. Berkhof vroeg echter geduld, omdat ook de Geref. Bond in vele gemeenten reeds gedwongen wordt nieuwe wegen in te slaan. Theologisch is hier toch ook de V.U. en Kampen van grote invloed, zo meende dr. Berkhof.
De midden-orthodoxie zal waarschijnlijk meer weerklank vinden bij de Gereformeerde Kerken, wanneer de thans wat , , vrolijke" geest plaats gaat maken voor een komende diepe verlegenheid, die wellicht nog gepaard zal gaan met ondankbaarheid over het verkregene tijdens de na-oorlogse ontwikkeling. Alle ressentiment zal dan verdwijnen.
Voor de praktijk van vandaag bepleitte dr. Berkhof het oprichten, van commissies voor plaatselijke contacten, het bezoeken van kerkdiensten door wederzijdse ouderlingen, het samenwerken op gebied van maatschappelijk werk, zondagsscholen, massajeugd, evangelisatie etc.
Als punten, die beide kerken aan elkaar binden noemde prof. De Gaay Fortman, het sterk gericht zijn op de wereld, in politiek, radio, universiteit etc, de samenwerking van beide groepen in de christelijke organisaties en de gemeenschappelijke houding tegenover Rome.
Mét kracht keerde prof. De Gaay Fortman zich tegen de nog wel voorkomende opvatting, dat de Gereformeerde Kerken de enige legitieme kerk vormen. De Doleantie is niet ontstaan, omdat het legitieme kerktype in geding was (ondanks talrijke vrijzinnigen), maar omdat persoonlijke daden gevraagd werden, die men in geweten niet verantwoorden kon. Calvijn zelf was wat betreft de belijdenis tot grote consessies bereid in zijn gesprek met Luther.
De Gereformeerde Kerken dienen zich echter niet tot bepaalde groepen binnen de Hervormde Kerk te richten, omdat deze groepen zich toch niet laten lospellen en omdat er dan van officiële Hervormde zijde geen lust meer zal bestaan om aan een gesprek deel te nemen.
Als praktische middelen om tot eenheid te komen noemde prof. De Gaay Fortman o.a. de benoeming van deputaten door de synode, die zich dan moeten bezinnen op een nieuw belijden : niet op basis van de Drie Formulieren, want het is gebleken, dat dit niet gaat. Bovendien blijkt tussen kerken, die deze basis hebben, nog geen eenheid mogelijk. Op de nieuwe vragen, waarvoor God de kerk in deze tijd stelt, passen onze oude belijdenisgeschriften niet meer. Ook moeten er speciale deputaten komen, die zich bezig houden met dingen, die gezamenlijk gedaan kunnen worden: verklaring Nieuw Guinea, preambule grondwet en andere kwesties. Voorts afgevaardigden naar elkanders synodes, samenwerking van de wederzijdse maatschappelijke instellingen en een gecoördineerde Evangelisatie en dat alles in de geest van Philippensen 2.
Als de centrale principiële kwestie, die het grootste struikelblok vormt, stelde prof. De Gaay Fortman, de waarheidsvraag. Mogen de grenzen van de kerk zó ruim zijn, dat predikanten de Kerkorde kunnen weerspreken en de Drieëenheid van God loochenen ? De vraag van de grenzen der kerk achtte spreker oneindig belangrijker dan de kwestie van dë christelijke organisatie.
Tijdens de interessante discussie stelde dr. Berkhof, dat de Hervormde Kerk na vijf jaar kerkorde nog niet in staat is de Waarheidsvraag ten volle te beantwoorden en de grenzen van de kerk te trekken. Hier is evenwel een voortgaande ontwikkeling.
Prof. Brillenburg Wurth maakte bezwaar tegen het woord experiment. Dit is te vrijblijvend en de kerk wordt hier gewaagd aan de ideeën van enige theologen. Wel wilde hij de Gereformeerde Kerk zien als een noodwoning.
Met grote nadruk keerde deze spreker zich tegen het bagatelliseren van de waarheidsvraag ; noch de Hervormde Kerk, noch de buitenkerkelijken wordt hiermee een dienst bewezen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's