De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

13 minuten leestijd

Herderlijk schryven van Geref. Kerken (syn. en art. 31) en Chr. Geref. kerken — Toenaderingspogingen tussen Herv. Kerk en Geref. Kerken. — „Hervormde visie" — „Apostolaat en Pastoraat" — Tractementen en welvaart. — Zoeterwoude — „Paapse stoutigheden". — Antwoord aan „In Dienst der Kerk" — In memoriam A. P. de Jong.

In het „'Gereformeerd Weekblad" van de Geref. kerken verzorgt dr. N. J. Hommes, tijdens het verblijf van prof. Herman Ridderbos in Amerika, de rubriek „Van week tot week". Als zodanig doet hij de suggestie: „Ik zou om zo mogelijk tot een waarlijk gereformeerde ïuimte te komen, het pleit willen voeren voor de gedachte, dat onze synode aan die van de Chr. Geref. kerk en van de Geref. kerken naar art. 31 K.O. zou vragen, om gemeenschappelijk deputaten te benoemen om samen als Geref. kerken met éénzelfde belijdenis, een Herderlijk Schrijven op te stellen en te publiceren ter verdediging van de kinderdoop.

Indien de drie gezamenlijke kerkgemeenschappen daartoe over zouden kunnen gaan, dan zou met één slag het hele klimaat bij de ontmoeting veranderd zijn. Immers dan zou men elkander niet meer ontmoeten als , , feindliche Brüder", belast met de bittere herinnering aan onderlinge strijd, vol ressentiment en wrevel, maar men zou elkander aanstonds de 'hand kunnen reiken als vrienden en besliste verdedigers van één zelfde zaak".

En hij besluit dan als volgt: , , Wat in gevaar is, moet verdedigd worden, als het tenminste een stuk van ons belijden is. Zo is het toch met de kinderdoop.

Welnu, een schone gelegenheid om op hoog niveau en in grote reformatorische stijl door een gemeenschappelijk Herderlijk Schrijven van alle drie kerkformaties deze verdediging te leveren".

Wij hebben één en ander overgenomen uit het G. W., d.d. 8 juni j.l., en hopen dat door dit pleit , , feindliche Brüder", gelijk dr. H. de drie bedoelde kerken 'betitelt, tot een samenbinding zouden willen en kunnen komen. Misschien zou een dergelijke , , entente cordiale" 'n weg zijn, dat ook aandacht werd gewijd aan de gereformeerde belijders buiten deze kerken, opdat de gedachte aan en het besef van de noodzakelijke eenheid der , , gereformeerde gezindte" de harten beroere. Want in die richting voert o.i. de weg naar , , een waarlijk gereformeerde ruimte" , , in grote reformatorische stijl".

Toenaderingspogingen, zou men het bovenstaande kunnen noemen. Over , , toenadering" tussen de Hervormde Kerk en de Geref. kerken, schreef H. G. G. in het „Herv. Weekblad De Gereformeerde Kerk" van 7 juni 1956. Allereerst rept hij daarin van , , de teleurstellende indruk, dat men aan weerskanten toch nog vrij scherp tegenover elkaar staat". Maar er zijn z.i. tekenen, dat de lucht in dezen aan het opklaren is. Luister slechts : „Wie de kerkelijke berichten met enige aandacht volgt, komt b.v. tot de verheugende ontdekking, dat in de Gereformeerde kerken langzaam maar zeker allerlei veld wint, dat tot de Hervormde visie be­hoort. Opmerkelijk is, dat men in bepaalde opzichten de Hervormde Kerk dan ineens ook wel eens vooruit is".

Als bewijs van die toenemende „Hervormde visie" in de Gereformeerde kerken, wordt dan gewezen op een stelling, door dr. Gilhuis toegevoegd aan zijn proefschrift over , , De pastorale zorg voor bejaarden". De stelling, hier bedoeld, luidt: , , Aan de vragen die gesteld worden bij het afleggen van de openbare 'belijdenis des geloofs in de Gereformeerde kerken worde toegevoegd de vraag: , , belooft gij mede te werken in de arbeid van Gods kerk".

Het artikel vervolgt dan aldus : , , Ik wil helemaal niet beweren, dat deze stelling ontstaan is onder invloed van de Hervormde belijdenisvragen. Het is ook wel mogelijk, dat het kerkbegrip van de promovendus nauwer is dan dat van een Hervormde. Toch is het een teken van gelijk denken, wanneer deze. wenselijkheid wordt geopperd".

Twee andere stellingen van datzelfde proefschrift strekken de schrijver nog tot duidelijker bewijs van de genoemde „Hervormde visie". Ze luiden :

, , De buitenkerkelijke bejaarden zijn tot nu toe door de georganiseerde evangelisatie der Gereformeerde kerken, tot hun en tot haar schade, verwaarloosd".

, , De aanwezigheid op de christelijke school van kinderen uit buitenkerkelijke gezinnen, is, hoezeer ook voor de school 'n bron van pasdagogische moeilijkheden, en ondanks de moeilijkheden, waar de kinderen zelf voor komen te staan, toch mogelijk en in vele gevallen zelfs wenselijk".

Hier is naar het inzicht van H. G. G. het „element van het apostolaat", dat tegenwoordig in de Hervormde kerk zo'n grote rol speelt, op te merken, althans , , tot op zekere hoogte (niet tot de hoogte van de doorbraak! Maar die is ook niet een typisch Hervormde gedachte") — wij zijn voor die nadere aanduiding erkentelijk! —en dus „overeenstemming met de Hervormde visie te zien".

En dan wordt als derde bewijs vermeld, wat uit de synode der Gereformeerde kerken , , meegedeeld werd over de invoering van een aantal nieuwe gezangen".

In het slot lezen wij : „, De depntaten hebben opdracht gekregen, voor de synode van 1959 een gehele volledige Gezangenbundel aan te bieden. Daarbij vermeldt het verslag, dat uit verschillende kerken de vraag om meer gezangen is gekomen. Ook in dit opzicht is er bij de gereformeerden een kentering gekomen. Men is volkomen vervreemd van de gedachte, dat gereformeerden geen gezangen zingen. En alweer bespeuren we hierin een overeenstemming met de visie die altijd de Hervormde is geweest. Hetgeen ons van harte verheugt. Alleen met dit voorbehoud, dat we nu maar hopen, dat de overeenkomst met de Hervormde kerk in dezen niet te groot wordt en de gereformeerden niet evenals wij, binnen hun kerken een gezangenstrijd krijgen". Een en ander lazen - wij met belangstelling.

Maar al met al is nog niet scherp gedefinieerd gezegd, waarin nu de „Hervormde visie" bestaat. Wij hopen daarop alsnog, vooral omdat een van de kenmerken zou zijn het zingen van , , gezangen" en het vermeerderen van het aantal, gemeten aan de norm der , , Hervormde visie" zingbare gezangen.

Een zeer lezenswaardig artikel over „Pastoraat of Apostolaat" stond in de N.R. Crt. d.d. 9 jxini j.l. De schrijver begint met te constateren, dat de Ned. Hervormde kerk een grote plaats inruimde in haar nieuwe kerkorde voor de arbeid ten dienste van het volksleven en vervolgt dan:

„Men noemt dit met een enigszins vreemde term: het apostolaat. Deze term is daarom wat ongelukkig, omdat de apostelen zeker niet zulk een breed werkterrein hebben gehad als de Hervormde kerk nu wel hoopt te bestrijken : jeugdzorg, kerk en overlheid, kerk en kunst, kerk en school, kerk en politieke vragen, kerk en strijdkrachten, kerk en sport, kerk en film, kerk en pers, kerk en radio... enz. enz."

De schriiver, die dit alles waardeert en , , met veel openheid en aandacht de grootse pogingen om dit werk te doen slagen", volgt, maar dan ziet, „hoe groot de plannen zijn en hoe gering de mogelijkheden", wat bij hem „een gevoel van onbehagen wekt", stelt dan de vraag, of , , het uur niet aangebroken is na 10 jaar nijvere apostolaire arbeid, dat de kerk de stand van zaken eens nuchter opneemt". En „de bijbelse vraag, of de torenbouwers wel van tevoren goed hebben berekend, wat hun te doen staat", wordt gesteld, waarna de schrijver vervolgt :

, , Want wie in de moderne wereld met gezag spreken en handelen wil, moet zich terdege bewust zijn, dat hij zich blootstelt aan zware concurrentie en aan scherpe kritiek. En dan doet zulk een geestelijke beweging er goed aan, zich streng te beperken en het weinige, dat zij onderneemt, zeer goed te doen en de rest te laten rusten.

Het is, om een voorbeeld te noemen, algemeen bekend — de quaestor-generaal van de synode van de Hervormde kerk maakt er geen geheim van! —, dat het streefbedrag van het totaal der algemene collecten ten dienste van de apostolaatsarbeid niet wordt bereikt. "En dit bedrag omvat nog niet eens één miljoen guldens. Bij zulk een gigantisch project, dat overal in het volksleven invloed wil doen geiden, is zulk een bedrag totaal onvoldoende".

Daarna wijst hij op „een sluwe vijand, die het kerkelijke gebouw binnensluipt, n.l. „het personeelstekort". Hij gewaagt van „de catastrophale afmetingen", die dit bij uiterst links en rechts aanneemt. In Friesland komen binnenkort 20 gemeenten in de linkse sector zonder predikant te zitten. In dit verband wijst hij op wat dr. Berkhof ter synode in zijn rapport opmerkte over te geringe aanvoer van jonge krachten. Voorts wijst hij op het verschijnsel, dat heel wat jonge bekwame vrijzinnig-hervormde predikanten, het ambt vaarwel zeggen"; Oorzaak hiervan kan liggen in „ambtsmoeheid", maar de schrijver, wien wij hier meermalen aan het woord lieten, wijst ook de beneden peil zijnde salarieëring aan als , , de wondeplek". Alles overziende geeft hij de kerk in overweging, en hdj geeft dit de synode als , , ongevraagd advies" : „om zich zeer intens met de vragen rondom het moderne apostolaat bezig te gaan houden.

Specialisering, selectie, opleiding (geen africhting I), bezoldiging, bewaren van levensmogelijkheid voor de pastor in zijn culturele isolenxent, ziehier zo enige van de zaken, die nu vóór alle andere volop in discussie moeten komen. Het gaat naar onze stellige mening steeds meer in de richting van een bewuste keuze : apostolaat of pastoraat. Dat wordt nog te weinig in de kerk ingezien. En wij houden ons overtuigd, dat alleen door gedurende tien jaren het pastoraat in de moderne wereld te doordenken, de Hervormde kerk zichzelf zgl kunnen hervinden. En dan zal het apostolaat vanzelf wel aan zijn trekken komen".

In het bovenstaande liggen zeer zeker behartigenswaardige suggesties voor de veriiouding Apostolaat en Pastoraat.

En dan is er steeds nog de te lage honorering der predikanten. , , Woord en Dienst" van 16 juni j.l. meldt, dat in Zoetermeer, dat voor 1/4  r, k. is, twee jaar geleden de gemeenteraad besloot, om een subsidie van ten hoogste ƒ 400 te verlenen aan elke vaste bedienaar van een kerkgenootschap, dat, naar het oordeel van B. en W., , , een voldoende aantal leden telt". Gedeputeerde staten van Zuid-Holland vernietigden dit besluit. De kroon vernietigde het besluit van Gedeputeerde staten, zodat nu , , de pastoors en de dominé van Zoeterwoude hun subsidie kunnen krijgen". Of dit een felicitatie aan betrokkenen waard is, is nog de vraag. We zouden, zolang de overweging, waarop de gemeenteraad vaii Z. zijn besluit grondt, , ons onbekend is zeggen: non taü auxüio, niet met die hulp. Het moet de kerk in haar ere komen, dat zulke maatregelen nodig schijnen en dat zelfs op , , de ledenvergadering van de Gelderse Maatschappij van Landbouw, de ernstige achterstand van de predikantssalarissen ter sprake moet komen". (N. R. Courant d.d. 9 juni 1956). De „doorbraak" is wel krachtig in de Hervormde kerk doorgebroken. De uitslag der verkiezingen wijst het, naar men algemeen aanneemt, wel uit. Een vergadering, als door het ministerie van predikanten te Amsterdam werd belegd, even vóór de verkiezingen, om .daardoor , , te demonstreren, dat naar zijn inzicht de Nederlandse Hervormde kerk niet aaneen bepaalde richting of partij gebonden is" : (N..R. Crt, d.d. ; 8 juni j.l.), schijnt er ons ook een symptoom van, en wij zouden .(ongevraagd!) adviseren : „Verkondigt het niet te Gath, boodschapt het niet op de straten van Askelon". Maar hoe dit alles ook zij, de „welvaart", die wel met de partij van de, , , doorbraak: "in verband gebracht w.ordt, vloeit nog niet naar de kerk, uitzonderingen daargelaten. Dit geldt natuurlijk allen, die hoe dan ook politiek gelegerd, er van genieten. ledere gemeente lette in dezen op haar eer.

, , Woord en Dienst", waaruit ik hiervóór iets aanhaalde, verhaalde ook dat in Rozendaal , (N. Br., ) door de aanwezigheid -yan een beeld van , , Maria Fati- , ma", en „de daarmede gepaard gaande bede- en boetetochten, het openbare aan bepaalde banden werd gelegd". , Feestelijkheden dienden vermeden te worden", zo meldt de hervormde p.redikant van Rozendaal, , , zoals o.a. festiviteiten op Koninginnedag, de dodenherdenking werd op een onnationaal uur belegd, op bevrijdingsdag geen enkele festiviteit". , , Hier worden ideeën en begrippen van een bepaalde kerk, gewoon bepalend voor het openbare leven gesteld en gelden als een wet voor heel de bevolking". De slotsom waartoe de schrijver van dit stuk komt is deze : , , Het gaat om de vraag of een bepaalde vorm van „godsdienstige beleving en een bepaalde kerkelijke opvatting eenzijdig en dwingend het openbare leven mag beheersen". Uit ervaring weten wij, dat in de , , gesloten r.k. samenleving in het Zuiden des lands, het openbare leven in zijn dagelijkse uitingen wel eens geremd wordt door processies en wat daarmee gepaard gaat. Maar dat zelfs het hoognationale, i.c. de viering van Koninginneverjaardag, moet wijken voor het feest van Maria Fatima, dat gaat wel héél ver, dat gaat te ver". Met de oude Latijnen zouden wij willen zeggen: , , caveant consules"....!

, , In Dienst der Kerk", , , maandblad van de organisatie van Hervormde Gemeenteleden", nr. van april/mei, beklaagt zich over wat , , de Kroniekschrijver" van „De Waarheidsvriend" in het no. van 29 maart j.l. schreef, of juister, vergat, na serieuser kennisname van de , , Kamper toogdag", naliet te schrijven. Het gaat vooral over onze weergave, dat , , Zwingli" klaagt over , , Smal-Forum" en die toen vervolgde : , , Of uiterst rechts vertegenwoordigd is, stond niet te lezen. Zo niet, dan zal de discussie wel zijn tussen , , ons en onze vrienden".

De schrijver, die onze opmerking „te heet van, de naald vindt", betreurt het, dat in een volgende Kroniek niet is vermeld, hoe het Forum was samengesteld. Inderdaad, dat is niet vermeld. Een Kroniek is nu eenmaal geen vervolgverhaal. Ware zij dit wèl, dan was vermelding plicht geweest. Maar dit neemt niet weg dat ik de schrijver en onze hoofdredacteur, die mij het nr. toezond, dankbaar ben voor opmerking en toezending. Nu kan ik iets herstellen, met aanbieding van excuus voor een onwillekeurig verzuim. Het forum was samengesteld uit: , , mevr. M. C. W. Cohen Stuart-Franken, H.B.-lid , „Kerk en Vrede" te Bennekom; mevr. Dikker—Hupkes uit Loenen trad op in de plaats van de dezer dagen overleden mevr. Hoek—Berkhof; ds. H. G. Groenewoud, Herv. predikant te Groningen.; ds. G. Juckema uit Nijverdal; ds. F. J. Keja, secretaris vormingswerk vanwege de 'Raad voor Herderlijke Zorg, ; ds. A. A. Koolhaas uit Amersfoort, lid van de gen. synode ; ds. mr. C. G. Mulder, predikant met bijzondere opdracht te Hillegersberg; de heer G. Zonneberg, fabrieksarbeider te Kampen en de heer J. G. Buddingh te Emmeloord".

Uit onze kringen was er dus wel vertegenwoordiging. We vermelden het met dankbaarheid. „Zwingli" zal wel niet gecontenteerd zijn, want, vergis ik me niet, dan zal die groep met mevr.- Cohen—-Stuart niet tevreden zijn geweest. Dat de , , toogdag" in oris blad niet werd vermeld, regardeert niet mij.

Mij rest nog mij te kwijten van een ereschuld. In het vorig nr, gaf ik een In memoriam prof. Edelkoort. Er had ook een in memoriam A. P. de Jong in gemoeten, maar het nr. van onze Bond voor Inwendige Zending, waarin zulk een treffend stuk van de voorzitter stond, was mij te laat onder ogen gekomen. Onze broeder De Jong had bijzondere gaven voor het grote werk, hem opgedragen. Wie hem daarover hoorde, werd telkens verrast door zijn diepe kennis en scherpe analyse. Hij heeft zich niet gespaard, maar rusteloos gegeven. Zijn heengaan, na een lijden, dat hem heeft geremd, en tenslotte buiten het werk gesteld, is een gevoelig verlies. Voor hem zal het ongetwijfeld winst zijn. Voor zijn echtgenote zal het stil en eenzaam zijn. Onze God geve haar in Zijn vertroostingen de Heere Jezus te kennen en te genieten, dat Hij , , de eenzamen doet wonen in een huisgezin" en ons wil zijn de , , God van volkomen zaligheid". (Psalm 68).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's