DE WALDENZEN STRIJDEN OM HUN BESTAAN EN HUN VRIJHEID
I.
De reiziger, die van Rome met zijn prachtige kerken en monumenten, naar Napels reist, kan twee verschillende wegen nemen : de Via Appia langs de Thyrreense kust, of de Via Casilina, die dwars door Latium gaat, door schilderachtige dorpen, met veel overblijfselen van voor-christelijke kunst.
Langs een deel van deze Via Casilina, over een afstand van 35 km. en tussen Colleferro en Frosinone, heeft zich sedert enkele jaren een van de grootste en belangrijkste zendingsgebieden van de Waldenzer Kerk ontwikkeld.
Deze kerk is ontstaan in 1179 als gevolg van het religieuze protest van de koopman Waldus, afkomstig uit Lyon. In 1532 heeft zij, na onderhandelingen met reformatoren uit de Elzas, zich bij hun denkbeelden aangepast én zo wetd de Waldenzer Kerk een deel der Reformatie. Sinds november 1942 maakt zij ook deel uit van de Oecumene. De kerk is in feite de oudste protestantse geloofsgemeenschap.
In bovengenoemde streek zijn twee Waldenzer gemeenten, ofschoon 6 jaar geleden nog de gehele bevolking r. katholiek was. Deze gemeenten bevinden zich in Colleferro en in Ferentino. De gemeente van Colleferro is eigenlijk toevallig ontstaan. In dit stadje overleed de enige protestant en de nabestaanden lieten voor de begrafenis een predikant der Waldenzen komen uit Rome, waardoor voor het eerst een predikant de mogelijkheid kreeg om in deze geheel r. katholieke streek het evangelie te prediken. Enkele op de begrafenis aanwezigen vroegen hem of hij spoedig wilde terugkomen om op enkele punten van het reformatorisch geloof nader met hen in te gaan. Het gevolg was dat hier de eerste Waldenzer groep ontstond. Deze heeft zich uitgebreid. De mensen die voorlopig nog door predikanten en theologische studentenuit Rome werden verzorgd hebben hun preken in de gezinnen verder gebracht, zodat in enkele jaren nog een aantal groepen ontstonden, die als diaspora gemeenten der Waldenzen thans functioneren, rondom de beide genoemde gemeenten Colleferro en Ferentino. Een ontwikkeling dus van nauwelijks 6 jaar.
Tot oktober '54 werd de gehele streek verzorgd door de predikant van Colleferro, die van plaats tot plaats ging om kinderen en volwassenen die in ongelooflijke onkunde leefden omtrent het Evangelie en de kennis daarvan bij te brengen. In elke afzonderlijke plaats werden evenwel godsdienstoefeningen gehouden, gewoonlijk door medehulp van theologische studenten uit het 59 kilometer verwijderde Rome. Sedert oktober1954 heeft ook Ferrentino haar eigen predikanten kan het werk voortgaan, ofschoon het belemmerd wordt door slechte sociale en economische omstandigheden. In dit deel van het land, een der meest onontwikkelde van geheel Italië, bestaan ook thans nog uit leem, steen en stro, met een houten dak. Elektrische stroom is er niet en de bijbelavonden moeten dus bij kaaslicht gehouden worden. Er is geen stromend water en er zijn ook geen bronnen en in de droge tijd moet water van kilometers ver worden aangevoerd.
De arbeid (moeizaam, zoals overal op het land) wordt karig betaald. Het dagloon bedraagt niet veel meer dan f. 4,- en het merendeel van de bewoners van deze streek is analphabeet. De godsdienstoefeningen worden gehouden in de open lucht of in particuliere woningen. Men heeft geen kapel, geen orgel en de kerkgangers blijven gedurende de hele dienst staan, met de kinderen, huisdieren enz. zodat de predikant zijn preek nogal eens moet onderbreken, omdat een kind aan zijn toga hangt of omdat een hond de stoel omver dreigt te gooien waarop de bijbel ligt en het gezangboek...
Het gaat hier natuurlijk vooral ook om evangelisatiearbeid, en daarom moeten wij ons bezighouden met de strijd die de roomsen tegen de protestanten ontketenen. De weerstand van de r.k. kerk werd aanstonds duidelijk en er ontstonden twisten tussen Waldenzen en r. katholieken. De grootgrondbezitters b.v. (gewoonlijk r.k. priesters), bedreigden de boeren, voor het geval zij de protestantse godsdienstoefeningen zouden bijwonen, met ontslag uit hun dienst. De kinderen die de cathechisatie bijwoonden, werden met de vinger nagewezen en met straffen bedreigd.
In Colleferro vonden de kerkdiensten in een particulier huis plaats. Toen de fabriek, waarin de bewoner arbeidde, hem een nieuw huis gaf, werd onmiddellijk als voorwaarde gesteld, dat hij daar geen kerkdiensten meer zou mogen houden, omdat hij anders zijn buren zou kunnen storen....
Dat was in 1954. Daardoor werd de gemeente gedwongen om haar „kapel" te verzetten naar de woonkamer van de penningmeester der gemeente. Sinds enige tijd heeft nu een ander gemeentelid zijn huis beschikbaar gesteld, zodat 30 kerkgangers een plaats kunnen vinden. Onder deze omstandigheden valt het te begrijpen, dat de gemeente klein blijft en dat velen wachten om toe te treden, tot er een kapel gebouwd zal zijn. Maar dat is een vraag van grote financiële moeilijkheden en de Waldenzenkerk is een zeer arme kerk, die nauwelijks de nodige middelen kan bijeenbrengen.
Op zondag 16 maart 1952 eiste de politie van Anagiü (district Frosinone), dat de predikant en de oudste leden der gemeente de godsdienstoefening zouden onderbreken, ofschoon deze in een particuliere woning plaats vond. Zij deed dit op grond van het feit, dat deze bijeenkomsten bij de politie moesten worden aangemeld, omdat zij buiten kerkgebouwen plaats vonden. Interventie van de predikant van Anagni bij de commissaris van politie, heeft dergelijke ingrepen verder voorkomen.
(Wordt vervolgd).
(Persbureau Ned. Hervormde Kerk).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's