De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE GROTE VERBITTERING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE GROTE VERBITTERING

Feuilleton

3 minuten leestijd

DOOR JAC. OVEREEM

Albert Poot hoort bezorgdheid in de toon, waarop zijn vrouw dit zegt.

Reeds lang heeft hij 't aan zien komen, Herman is een andere jongen dan Kees, en dit is vanzelfsprekend, maar het verschil is erg groot.

Is Kees van jongsaf de gedweeë, volgzame jongen geweest, en toch een echte jongen; Herman is de weerbarstige, die opstaat tegen z'n vader, wiens karakter duidelijk openbaar kwam, toen hij eens het hertejong van Willy wegstopte en andere lelijke streken uithaalde.

Vader Poot weet heel goed, waarom zijn vrouw daareven zachtjes zuchtte.

Al zo lang heeft hij in stilte gezucht. Hij is er mee opgehouden veel met Herman over deze dingen te spreken. Hij weet heel goed, dat Herman zich niet laat overtuigen. Daarom legt hij 't voor de Heere neer.

Steeds denkt hij er aan, zijn geloof hem voor te leven, en altijd weer tracht hij Herman te bewijzen met de daad, dat het christen zijn een zegen inhoudt, niet alleen voor het eeuwige, maar óok voor dit tijdelijke leven.

Herman is nu zestien jaar. Hij is vaders zorgenkind, maar is zich dit natuurlijk helemaal niet bewust. Ze behoeven om hem niet bezorgd te zijn. Hij redt zichzelf! O ja! Al lang!

Hij kan goed meedoen met de jongens van de straat. Ook neemt hij, 't niet zo nauw. Hij houdt niet van dat gefemel.

Zo ziet hij de godsdienst, niet, omdat hij zoveel schijn aantrof in de wereld, maar omdat hij er een uitgesproken innerlijke afkeer van heeft.

Het is heel moeilijk voor vader en moeder Poot, over Herman te spreken met elkaar, want er zijn zoveel dingen in zijn leven, waarover zij in hun hart bedroefd zijn.

En nu zitten ze samen op het bankje in het natuurpriëel en beiden denken over de jongen en beiden zwijgen ze over hem, want het is zo moeilijk, zo héél moeilijk om er over te praten.

Kees en Willy zijn als zonnen, die stralend schijnen hun levenj zij maken zulk een scherp contrast met Herman.

Is Herman hun nu minder?

Nee!

Is Herman niet hun bloedeigen kind ?

O ja ! Eens en altijd !

Wat knaagt er?

De zorg! Zorg om de jongen, die aan de ene kant hen vergenoeging geeft, hij is flink op de boerderij ; maar aan de andere kant, wat betreft het betere deel, hen teleur stelt.

Hij staat afwijzend tegenover de kerkgang. Wil niet meer naar de catechisatie; is een verwoed liefhebber van sport en spel

— Weet je, dat hij, zondag naar de voetbalmatch geweest is ? , vraagt moeder.

Vader Poot kijkt z'n vrouw aan.

— Neen, zegt hij.

Verbaasd kijkt hij weer voor zich.

Dan opeens springt hij. op.

— Moeder, dat mag niet! Dat mogen we nooit toestaan. Het is een schande. De schending van Gods dag! Onze jongen temidden van scheldende, vloekende en tierende mensen.

2)

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE GROTE VERBITTERING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's