VREEMDSOORTIG BELEID
Wij hebben ons indertijd verbaasd over het Herderlijk Schrijven der synode aangaande het „christen-zijn in de Nederlandse samenleving".
, , De leiding van de Hervormde Kerk en de Hervormde Kerk in haar optreden als geheel staan nogal sterk in dit teken van de doorbraak", schreef prof. Van Ruler destijds, en hij voegde daaraan toe: , , Is het erg onvriendelijk, of ook onjuist, als men beweert, dat zij zoal niet rood, dan toch rose van kleur zijn? " (Vgl. zijn Achtergronden voor het Herderlijk Schrijven, blz. 6).
Thans heeft de synode het zo mogelijk nog erger gemaakt door de oproep tot bezinning, welke in dit nummer is afgedrukt, en wel op een wijze, die volkomen in strijd is met de reformatorische onderscheiding van de taak der Kerk en die van de Overheid, en waarmede zij haar bevoegdheid verre overschrijdt.
De synode heeft gemakkelijk praten over „geliefkoosde denkbeelden" en , , vaste, vertrouwde, maar gevaarlijke schema's", waarvan zij de mensen wil losmaken en waarmede zij zich in de grond der zaak tegen een traditie keert, welke haar wortels vindt in het legitiem geloof onzer reformatorische vaderlandse kerk.
Zij moet wel zeer ver verwijderd zijn van het reformatorisch geloof en van de eigen taak der Kerk om zulk een stuk zelfs onze moderne wereld in te zenden.
De synode wil deze oproep tot bezinning nog rechtvaardigen, als had zij de plicht , , in deze vraagstukken voor te lichten" en haar leden op te wekken en als had zij het recht om er over te spreken, gelijk zij doet.
Zij zegt, dat onze politieke verantwoordelijkheid moet gezien worden , , in het licht van Gods gerechtigheid" en wekt haar leden op om zich rekenschap te geven van , , hun politieke meningen voor Gods aangezicht", maar zij blijft in gebreke deze vroom klinkende woorden toe te lichten uit de Heilige Schrift, onze enige regel des geloofs.
Wat wil zij eigenlijk zeggen met deze uitdrukkingen ?
Wij leven allen en met alle dingen voor Gods aangezicht, want alle dingen zijn naakt en geopend voor de ogen Desgenen, met Welken wij van doen hebben, en daarom staan wij onder de eis van God geboden en in rekenschap voor Hem, de Rechter der ganse aarde.
Als de Overheid naar haar overtuiging tekort schiet — want ook de Overheid staat onder de eis van Gods wet — dan heeft de Kerk de plicht en het recht de Overheid daarop te wijzen en haar te vermanen zich te beteren.
Doch zo wordt de zaak door de synode niet gesteld en ook niet behandeld; zij richt zich tot het volk en tegen bepaalde politieke inzichten.
Klaarblijkelijk bedoelen de zo even genoemde zinsneden uiting te geven aan een kritische houding jegens die meningen, welke in de eerste paragraaf onder het hoofd Historische rechten en een ideële taak worden omschreven.
Zonder twijfel richt zij zich ook tegen , , vaste schema's", die zij bij de christelijke parüjen meent op te merken en die zij gevaarlijk acht.
Het is tenminste opmerkelijk, dat althans de P.v.d.A. in de verkiezingsstrijd geen melding heeft gemaakt van haar inzicht in de zaak Nieuw Guinea, terwijl de christelijke partijen zulks wèl hebben gedaan. Aan de leiband of niet aan de leiband van één van deze grote partijen, de uitdrukking is van ds. Landsman in , , de Hervormde Kerk" van 30 juni (voorpagina), dat ds. L. het nodig vindt deze opmerking te maken, geeft reeds te denken.
Nadruk legt ds. L. ook op het feit, dat de raad voor de Zending heeft voorgesteld een oproep te doen uitgaan. Dat is in de eerste plaats nog geen excuus voor de synode en in de tweede plaats een slechte noot voor die raad, maar de synode blijft de verantwoordelijke instantie. Dat is zonder beding.
En de synode heeft, zoals dit stuk duidelijk te kennen geeft, óf haar verantwoordelijkheid ten aanzien van de Kerk, ten aanzien ook van het Nederlandse volk en ten aanzien van de Overheid, ganselijk voorbijgezien, óf daaromtrent heel verkeerde voorstellingen.
Als ds. L. verder opmerkt, dat de beweegreden van de generale synode, om zich in deze vraagstukken te verdiepen, niet in de politieke, maar in de apostolaire sfeer lag, moeten wij, helaas, opmerken, dat het stuk van zulk een verdiepen in de een of andere richting weinig blijk geeft.
Afgezien van de beweegredenen echter, en zelfs nog afgezien van de politieke gevoelens, welke de achtergrond vormen van deze oproep, blijft de allervoornaamste fout van deze handeling der synode, dat zij geen oog schijnt te hebben voor de onderscheiden taak van Kerk en Overheid en voor de zelfstandigheid der Kerk en de zelfstandigheid der Overheid voor de uitvoering van die taak.
Elders heb ik er reeds op gewezen, maar het kan zijn nut hebben het hier te herhalen. Voor beider zelfstandigheid en beider eigen taak zijn de reformatoren in het veld gekomen, inzonderheid klaar en duidelijk Calvijn.
, , Elk van beide groepen beweegt zich , , onafhankelijk van de ander op eigen , , gebied, doch tevens helpen en schragen zij elkander, gelijk ziel en lichaam , , elkander doen, om zo samen te werken, tot de verheerlijking Gods, die „zich openbaart in de voortschrijdende , , heiligmaking van de christenen. De , , Kerk moet een gemeente kweken zonder vlek of rimpel, en de Staat moet , , bij dat hoge werk de Kerk de behulpzame hand bieden, opdat hare volko- , , men zuiverheid zoveel mogelijk de ere , , Gods verhoge". (Dr. J. Th. de Visser, Kerk en Staat, I. blz. 244).
Indien de synode zich aan deze reformatorische leer, welke naar de Schrift is, had gehouden, zou zij haar politieke bemoeienis hebben ingetoomd en binnen haar eigen bevoegdheid zijn gebleven. Mogelijk, dat de heersende geest in de synode dergelijke onderscheidingen bij de gevaarlijke schema's telt, maar het is gevaarlijker ze uit het oog te verliezen.
Historische rechten en ideële taak vinden geen erkenning in de ogen der synode. Zij verwijt degenen, die aan zulk een miskenning niet mededoen, blik-verenging.
Daarentegen wordt de aanspraak van Indonesië om Nieuw Guinea te besturen, voetstoots aanvaard. En op welke grond zou de republiek Indonesië meer recht en voorrecht hebben om dat gebied te besturen boven Nederland ?
Er is ook wel eens gesproken van zelfbeschikkingsrecht.
In de paragraaf over , , Onze verantwoordelijkheid", tellen „de historische banden" van Nieuw Guinea , , met het natuurlijk en nabuurland en de gebieden van Oost-Indonesië" weer mee, terwijl die met de Nederlanden worden afgewezen.
Ook worden aan het taalgebruik en aan de christelijke vrijheid argumenten ontleend om de bezinning te leiden in de richting van : Nederland, laat uw aanspraken, goede bedoelingen enz., maar varen.
In paragraaf IV wordt dan n.b. opgemerkt, dat het de taak van de Kerk niet is een oplossing voor deze kwestie aan te wijzen, terwijl heel deze oproep de facto niet anders doet, dan tot loslaten vermanen van een voor de hand liggende situatie en een oplossing bepleiten in een richting, welke nogal duidelijk wordt aangegeven.
Het is waarlijk geen wonder, dat overal in den lande stemmen van verontwaardiging en protest worden gehoord.
Wij betreuren, dat die verontwaardiging soms tot uitdrukking komt op een wijze, die niet verantwoord kan worden, maar het protest verdient onze steun en medewerking.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's