DE WALDENZEN STRIJDEN OM HUN BESTAAN EN HUN VRIJHEID
II.
In Torre Noverana, een deel van Ferentino, kwamen op zondag 8 maart '53, evenals altijd, de Waldenzen in een particuliere woning bijeen. Het hoofd van de politie kwam en deelde de bewoner mede, dat als hij voortging zijn huis voor de godsdienstoefeningen beschikbaar te stellen, zijn zoon, die bij de politie was, daaronder zou lijden. Ofschoon de aanwezige predikant de politieman wees op art. 18 van de politieverordening van 1931, een artikel, dat bij de nieuwe grondwet niet vervallen was en dat een r.k. priester op hetzelfde ogenblik eveneens een bijeenkomst hield in een particulier huis en hier geen enkel bezwaar tegen bleek te bestaan, handhaafde de politie haar bezwaren.
Maar het meest eclatante geval deed zich voor in Ferentino, in het huis, waar ook thans de kerkdiensten nog worden gehouden. Op zondag 1 februari 1953 verstoorde een groep jongeren hier de kerkdienst. De predikant beklaagde zich daarover bij de politie, die een week later weer verschijnt, juist toen de kerkdienst beginnen zou, om de predikant mee te delen, dat de dienst niet gehouden kon worden, omdat zij een publiek karakter zou dragen en dus van tevoren bij de prefectuur had moeten worden aangemeld. De politie eiste het onmiddellijk uiteengaan van de bijeenkomst, zonder een schriftelijke machtiging tot dit bevel te tonen. De predikant gaf aan het bevel gehoor, en toen hij buiten kwam, werd hij door enkele dozijnen mensen omringd, die toen een demonstratie begonnen voor de paus. Maar intussen toonde deze demonstratie duidelijk van welke kant deze verstoringen systematisch worden gearrangeerd. De predikant beklaagde zich bij de prefectuur, met als enig resultaat de eis, dat hij voortaan elke kerkdienst tevoren moet melden. De predikant doet dit voor de dienst van 15 februari, doch de zaterdag daarvoor krijgt hij bericht, dat de dienst niet gehouden mag worden, omdat hij de , , openbare orde en veiligheid bedreigt". De plaatselijke politie-autoriteiten beroepen zich daarbij op art. 18 van de fascistische politieverordening van 1931, waarin zulke aanmeldingen worden voorgeschreven voor vergaderingen.
Intussen, dit art. 18 van 1931 wordt door de artikelen 17 en 19 van de huidige grondwet terzijde gesteld. Daarin staat: , , De burgers hebben het recht vergaderingen te houden, indien dit met vreedzame doeleinden geschiedt en zonder wapenen. Voor deze vergaderingen is geen aanmelding nodig". Voorts: , , Ieder heeft het recht zijn eigen geloof aan te hangen, onder welke vorm ook, en altijd. Hij mag daarvoor propaganda maken en de betreffende godsdienst particulier of met anderen uitoefenen, wanneer het althans niet gaat om riten, die strijdig zijn met de goede zeden", (art. 19). Bovendien heeft de Italiaanse magistrateur, teneinde tegenstrijdigheid in de verschillende bepaljngen te voorkomen, zich bij besluit van het Hof van cassatie van 1 juli 1950 ten gunste van de vrijheid van godsdienst uitgesproken. Aldxis heeft iedere protestant het grondwettelijk recht om zijn godsdienst uit te oefenen in zijn eigen huis, of in elke plaats, die niet publiek toegankelijk is. En daartoe kan hij uitnodigen, wie hij maar wil. Maar dit heeft hèt bestuur van Ferentino nochtans niet verhinderd om de kerkdienst van 8 februari 1955 te verbieden. De prefect van Ferentino bevestigde op 26 maart d.a.v. dat het oude fascistische wetsartikel van 1931 opgeheven is door de grondwet van na de oorlog, en nu kan de gemeente van Ferentino dan ook weer bijeenkomen en wordt er elke zondag kerkdienst gehouden.
Dit is, in het kort, de historie van de twee jongste Waldenzer gemeenten.
Elke dag moeten zij vechten tegen laster en verdachtmaking en tegen deze beide, elkaar tegensprekende wettelijke bepalingen. Want aanwijzingen, zoals te Ferentino, komen er in vele gemeenten voor. En altijd weer wordt tegen de protestanten het artikel uit 1931 in het veld gebracht. En altijd weer worden de aangeklaagden op grond van de grondwet vrijgesproken.
Na het in werking treden van de grondwet, die ook de protestanten vrijheid van godsdienst waarborgt, dienen zulke uitzichtloze processen toch achterwege te blijven. Intussen doet de r.k. pers niet anders dan zich vastklampen aan de verordening van 1931. Daarvan zouden tal van sprekende voorbeelden te geven zijn. En hoewel de Italiaanse protestanten enerzijds dus verheugd zijn over de bepalingen der nieuwe grondwet, die hen godsdienstvrijheid garandeert, moeten zij zich anderzijds steeds blijven te weer stellen tegen een intolerante mentaliteit van die zijde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's