De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

11 minuten leestijd

Synodale „oproep" — „Ned. Gedachten" — „Oecumenische achtergrond". — Brummen's Hervormde gemeente. — Antwoord aan ds. Taverne — Dr. S. van der Linde buitengewoon hoogleraar — 2e Congres Akademici van de Gereformeerde Gezindte.

Toen Barth indertijd een uitspraak of verhandeling over kerkregering wereldkundig maakte, een uitlating, die congregationalistische elementen inhield, schreef, naar ik meen, prof. Van Niftrik, dat Barth af en toe zijn vrienden flink deed schrikken. Dat zelfde kunnen we ook zeggen van de Generale Synode der Ned. Hervormde Kerk. Het Herderlijk Schrijven betreffende het, , christen-zijn" enz., was er een bewijs van. De 27 juni 1956 gedateerde , , Oproep van de Generale Synode der Nederlandse Hervormde Kerk tot bezinning op de verantwoordelijkheid van het Nederlandse volk inzaken de vraagstukken rondom Nieuw- Guinea", mag het eveneens zijn. Het stuk zelf kan na de publicatie ook in ons blad, bekend verondersteld worden. Daarover dus hier niet.. De oproep heeft nogal deining veroorzaakt en felle reacties opgeroepen, zowel in de Kerk, als in het volksleven. De Synode zal ook wel niet anders verwacht hebben. De schrijver van , , Brieven uit de Synode" in het , , Hervormd weekblad De Gereformeerde Kerk", zegt in zijn brief in het nr. van 28 juni j.l : , , Stellig zal het (stuk) veel kritiek ontmoeten en mijn persoonlijke bedenking is, dat de Synode hierbij zich op zeer glad ijs heeft gewaagd". De eerste reactie van de hoofdredacteur (H. G. G.) was een artikel met het opschrift: , , Een schokkende publicatie". Dat het er in de Synode nogal heet naar toe ging, laat het volgende zinnetje in de hiervoor vermelde , , brief" wel voelen: , , scherp stonden bij de besprekingen de uitersten tegenover elkaar". Een proefje daarvan geeft „Nederlandse Gedachten" d.d. 30 juni, in een zeer bezadigd en gedocumenteerd artikel, waarin wij lezen :

, , Was het niet prof. dr. A. J. Rasker, die op de synodevergadering opmerkte, dat de oproep tegen het Nederlandse vlees en bloed zou ingaan, maar dat de kerk de gemeenten moet leren deze dingen in nieuw licht te zien ? "

, , En zei ds. J. J. Goorhuis niet heel blij te zijn met dit stuk, ook al wist hij dat het tegenspraak zou oproepen in ons volk. , , Maar wij moeten de moed hebben een deur open te stoten !", zo zei hij.

Nu is 't wel opmerkelijk dat de Synode zo weinig nationaal èn zo zeer internationaal, of juister, wellicht , , oecumenisch" de zaak heeft bekeken en besproken. Direkt toch in de aanvang wordt met een noot verwezen naar , , het on.-, langs verschenen rapport van de Commissie voor 'Internationale Zaken van de Oecumenische Raad van Kerken in Nederland". Het boven vermelde artikel in de , .Nederlandse Gedachten" vermeldt, dat , , voorzitter van deze Commissie, dr. C. Patijn, de thans tot kamerlid van de Partij van de Arbeid gekozen hoofdambtenaar van het ministerie van buitenlandse zaken" is, en het merkt, o.i. terecht op, dat deze , , op grond van zijn grote kennis ook van de internationale problematiek, de kwestie Nieuw- Guinea had kunnen plaatsen tegen de historische achtergrond van het Nederlands-Indonesisch conflict. Hij weet, dat men zonder een diepgaand inzicht in de internationale spanningen, zowel tussen de westerse en de oosterse landen, als tussen het westen en het sowjet-blok, het vraagstuk Nieuw-Guinea niet kan bekijken". Eveneens zegt de schrijver van bedoeld artikel:

„Voor een goede beoordeling van hetgeen ten aanzien van Nieuw-Guinea dient te geschieden, zou het echter wenselijker zijn geweest, wanneer de Generale Synode der Ned. Hervormde Kerk zich op de hoogte had laten stellen en bij haar oordeelsvorming zich had laten lelden door een rapport, waarin de afscheiding van Indonesië van het Koninkrijk der Nederlanden, de rechtsverkrachting van Indonesië nadien en de gevolgen daarvan voor de verhouding tussen Nederland en Indonesië en voor de verdieping van inzicht In de Nederlandse verantwoordelijkheid voor Nw.- Guinea, waren weergegeven. Met geen woord wordt in het rapport van de commissie uit de oecumenische raad van kerken in Nederland hierover gesproken".

De Synode vestigt de indruk, dat er slechts tweeërlei mogelijkheid is : afstand van Nieuw-Guinea aan Indonesië óf ons gezag over Nieuw-Guinea handhaven en daarmede ingaan tegen wat voor zending en het volk der Papoea's het beste zou zijn. Ik kan het tenminste niet anders lezen in het stuk. Maar over een derde wordt niet gerept, dat er n.l. óok nog een mogelijkheid is, door vrije uitspraak der bevolking van Nieuw-Guinea: aansluiting van N.w-Guinea aan het Koninkrijk, óf aan de rest van Nieuw-Guinea, waarheen ook wel , , historische" banden zouden kunnen trekken. Dat er een ., goddelijk gebod is aan de overheid, om de zwakken te beschermen en tot ontplooiing te brengen" wordt aan de kant gezet, in feite, omdat de Nederlandse zending in Indonesië in moeilijkheden verkeert en , , de veranderende wereld kritiek op ons heeft".

Deze uitspraak, eveneens uit bedoeld artikel in de „Nederlandse Gedachten" overgenomen, is, naar ik meen, tenminste als ik de „Oproep" der Synode goed heb gelezen, niet te scherp. Zo zien het meerderen. Vandaar de felle reacties. Niet alleen van , , rechts", om die aanduiding hier even te gebruiken. Neen, óok van , , links", hetgeen moge blijken uit wat Fedde Schurer schreef in de Friese Koerier :

„De Kerk heeft een boodschap te brengen, de boodschap van genade en verlossing. Maar deze boodschap gaat boven de strijd der meningen uit. Wanneer de Kerk als Kerk zich gaat uitspreken, hier over de status van Nieuw- Guinea, elders over geleide en vrije loonpolitiek of over huurbelasting, woningbouw en agrarische politiek, dan loopt zij het risico dat haar stem in het rumoer verloren gaat. De kans is zo groot, dat de dingen worden vastgelegd, en menselijke meningen, voor verandering in de toekomst en voor correctie in het heden vatbaar, als de gedachte der Kerk in het openbaar worden gebracht. De publieke opinie belast deze uitspraken met een autoriteit, waardoor de misverstanden noodzakelijk worden opgeroepen. In de historie heeft de Kerk, of wat er voor doorging, onverantwoordelijke meningen gelanceerd over de slavernij, de positie der vrouw, de cultuur, het socialisme. Laat zij niet in het omgekeerde van die fout vervallen, door zich al te conreet te gaan belasten met een progressieve missie".

Dr. Berkhof, die een nieuwe typering op kerkelijk terrein lanceerde, sprak in Baam van , , traditionelen" en , , experimentelen met de jongste , , Oproep" wel onder de , , expermimentelen" te rangschikken. Maar een beste beurt heeft ze o.i. met dit , , experiment" niet gemaakt. Een bescheiden vraag moge nog ten besluite gesteld worden: Waarom haalt men al de dingen, door Schurer opgesomd, overhoop? Is het om de brandende , , waarheidsvraag" te omzeilen ? Ligt hier niet de allereerste roeping voor de Synode ?

Over Brummen schreven wij in de Kroniek van 14 jimi in verband met het feit, dat een der 'Hervormde predikanten ter plaatse, ' van de president van de rechtbank te Arnhem uitspraak in kort geding had gevraagd inzake een schorsing, hem opgelegd door de commissie voor het opzicht in Gelderland. , , Trouw" geeft in het nr. van 4 juli '56 een uitgebreid relaas van wat de achtergrond is van de procedure in Arnhem. Die achtergrond — hij was ons in juni onbekend — is wel heel duister. Dertien, inmiddels geschorste kerkeraadsleden, verhalen in bedoeld stuk daarvan. Er was sinds lang „diepgaand verschil van mening tussen de jeugdwerkleiderevangelist", wika J. A. M. Brands, en de kerkeraad". De kerkeraad ontsloeg hem. De wika beklaagde zich bij de commissie voor het opzicht, die het ontslag op formele gronden onwettig verklaarde. De kerkeraad kon na diverse samensprekingen zich niet vereenigen met de wika — deze had bezwaren tegen de kinderdoop en ging in zijn arbeid een , , koers", die de kerkeraad niet begeerde — dezen niet handhaven en wilde hem in de formeel voorgeschreven weg ontslaan, d.w.z. de kerkeraad trad voor dat ontslag in , .gemeenschap met" de raad voor het jeugdwerk in de Hervormde Kerk. Ook was , , Kerk en Wereld" er aan te pas gekomen, alsmede het college van visitatoren-provinciaal, die allen , , duidelijk hadden laten weten dat zij niet akkoord kunnen gaan met een eventueel ontslag". Tengevolge van de uit deze zaak ontstane moeilijkheden werd de situatie in de kerkeraad zodanig dat hij in twee kampen zich opsplitste : enerzijds , , de kleine doorbraakgroep, ds. C. J. Dijkhuis, wika J. A. M Brands en 5 leden - , anderzijds ds. S. Pennekamp en 13 leden van de kerkeraad". „De moeilijkheden bereikten hun hoogtepunt toen ds. Dijkhuis als voorzitter van de kerkeraad een voorstel van één der ouderlingen, dat met spoed behandeld diende te worden, en dat door de meerderheid werd ondersteund, weigerde in bespreking en stemming te brengen". De bewuste 13 leden hebben toen ds. Dijkhuis en de hogere kerkelijke instanties laten weten „, dat zij zijn leiding in de kerkeraad niet langer konden aanvaarden en die vergaderingen niet meer zouden bezoeken, zolang hij daar de leiding had". Op een en ander is schorsing, kort geding etc. gevolgd. Ds. Pennekamp is nu in beroep bij de Generale Commissie voor het opzicht in de Ned. Hervormde Kerk. De gemeente is ook in twee kampen verdeeld en een groot deel, dat achter ds. P.' plus de 13 geschorste kerkeraadsleden staat, en de , , doorbraak-ideeën" en wat er mee samenhangt niet wil, dreigt voor de Hervormde Kerk verloren te gaan.

Zo ongeveer, doch sterk verkort, het lange stuk in , , Trouw". Dit is het triest verhaal van één zijde belicht. Doch als het waar is, dan is hier leiding van , , bovenaf", machtsoverschrijding, die de Kerk, onze Kerk, in opspraak en discrediet brengen. Maar, we lazen het verhaal van één zijde en konden niet toepassen : audi et alteram partem, d.i. hoor ook de andere zijde.

In de Kroniek van 14 juni j.l. hadden wij het ook over ds. Taverne. Over wat wij, hem betreffende, schreven, beklaagt hij zich in een persoonlijk schrijven: wij zouden hem geen recht hebben gedaan en de zaken onjuist hebben voorgesteld. Hij heeft gelijk, tenminste ten dele. Dat wil ik ruiterlijk erkennen. Hetgeen ik schreef, wekt de indruk, kan dat tenminste doen, alsof hij, ds. Taverne, de eerste was, die zijn zaak voor de rechtbank bracht. 'Dat is niet het geval, gelijk hij mij schreef — mijn dank daarvoor ! — en gelijk een krant, die mij dezer dagen weer in handen kwam, het mij duidelijk had gemeld. Doch ik schreef uit mijn geheugen en dat is gevaarlijk, gelijk hier weer bleek. In de N.R.Crt. d.d. 4 dec. '55 staat onder het opschrift: , , Kerkelijke rechtspleging 'in het ongelijk gesteld", dat , , de Herv. 'Gem. van 'Hoogeveen een beroep op de rechtbank (n.l. te Assen) heeft gedaan, om de ontruiming van de pastorie" (n.l. door ds. Taverne, die bij besluit van 1 jan, 1955 van de Commissie voor het opzicht van de Generale Synode der Ned. Herv. Kerk, was losgemaakt van zijn ambtsbediening") , , te bevorderen". Dat verzoek van de Herv. Gem. heeft de rechtbank niet ingewilligd en een uitspraak gedaan waarbij , , ds. Taverne bij gevolg niet alleen in zijn ambtswoning kan blijven, doch dat hij in zijn ambtsbediening moet hersteld worden". Hiertegen is de Herv. Gem. van Hoogeveen in beroep gegaan bij het gerechtshof te Leeuwarden, dat 14 juni j.l. het vonnis van de rechtband heeft vernietigd.

Tot zover het officieel verloop. Niet ds. T. nam het initiatief tot deze rechtshandeling, doch de Herv. Gemeente van Hoogeveen. Maar mijn amende honorable aan ds. T. kan niet verder gaan. Met zijn actie, ook vóór zijn schorsing, kan ik niet accoord gaan al ben ik persoonlijk het met hem eens, dat de zaak- Loos anders ligt dan de zijne, in mijn oog zelfs veel ernstiger is. Doch daar gaat het in dit verband niet om. Wat ik bedoelde in het licht te stellen was : ds. T. is kerkelijk behandeld, en ds. Loos eveneens. In die kerkelijke behandeling zijn m.i. de betreffende instanties tegenover ds. L. soepeler, geduldiger, en dientengevolge barmhartiger geweest dan de instanties, die ds. T. onder kerkelijke behandeling namen. Met het oog daarop gebruikte ik het woord „schriel". En dan valt ds. T. over de „slottirade", waarin ik het had over: zonde en zondaar. Ds. T. leidt daaruit af, dat ik hem als „zondaar aan de kaak" stel. In genen dele. Ik bezigde die woorden in verband met de kerkelijke behandeling. Als een Kerk iemand behandelt, is hij kerkelijk gezien, „zondaar", heeft hij, kerkelijk gesproken, een „zonde" bedreven, een , , overtreding" van kerkelijk gestelde regelen.

Ik heb er niet over gepeinsd, dat dit misverstaan zou worden. Beter was geweest voor die beide woorden aanhalingstekens te plaatsen. Dat is dan een verzuim. Men — óók ds. T. — vergeve het mij. Plato zei eens, dat een gesproken woord een „weeskind" is. Een geschreven woord veelal ook. Dat deed mij ds. T.'s brief weer merken. Daarom ook hierom dank voor zijn schrijven.

Met blijdschap hebben we gelezen de benoeming van dr. S. van der Linde tot buitengewoon hoogleraar in de theologische faculteit der R.U. te Utrecht. Het was zo langzamerhand een publiek geheim, dat de benoeming zou komen. Het is een voldoening, dat ze er is en wij nu in Utrecht weer een hoogleraar hebben uit de kringen van de Geref. Bond. Onze hartelijke gelukwens aan dr. Van der Linde. God make zijn weg voorspoedig en bouwe uit zijn onderwijs de gereformeerde theologie, waarvoor hij bij de studenten geestdrift moge wekken.

Op het 2de Congres van Akademici van de Geref. Gezindte hoopt met anderen ook dr. Van der Linde te lezen over : , , Gereformeerde Gezindte, Geref. samenwerking".

Moge het congres bevorderlijk zijn voor de samenbinding van de Geref. Gezindte, juist in een tijd, waarin aan de samensnoering door de band des geloofs en der Geref. Waarheid zo grote behoefte is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juli 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juli 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's