DE GROTE VERBITTERING
Feuilleton
Hij ziet iets schitteren in de ogen van de rooie schooier. Iets guitigs, wat hem gerust stelt.
— De heide is slecht van 't jaar. Ik kan dat weten. Al dertig jaren maak ik er boenders van. Maar ik zal wijzer wezen en leggen 't jou niet haarfijn uit.
— Nee maar, het is, alsof ik 't zeg, houdt Herman vol.
— Goed, goed; dan weet jij 't beter ! Ik hou wel stil. Karel zegt niks
Herman lacht luidkeels.
— Karel zegt niks ! Ha ha! Geloof mij gerust, je krijgt evenwel je muisje wel. De boeren kennen jou al zolang.
Herman heeft nog niet uitgesproken, of moeder Poot komt de achterdeur uit met een wit bord rondvol geschept met boerenkool.
— Ah, grijnst de rooie schooier, dat ziet er goed uit. Ik ruik het spek al.
— Asjebieft Karel, zegt moeder Poot. Ben je ook eens weer in de buurt ?
— Dank je hartelijk, vrouw! Ja ja, ik ben er nog eens weer. Zijn ze allemaal gezond ? De baas ook ?
— Ja hoor. Tot nog toe wel.
— Dat is al veel waard. Bij Jan Toons is de oude vrouw gestorven, hè.
— Och, is ze uit de tijd! Ja, we wisten wel dat ze 't niet lang meer maken zou. Zo zo !
Moeder Poot staat even stil. Dan gaat ze naar binnen.
Herman ziet hoe de rooie schooier zonder te bidden aan het eten begint.
Heeft hij eigenlijk geen gelijk? , vraagt hij zich af. De rooie schooier is tenminste eerlijk. Hij zelf houdt aan tafel nog even stil, omdat vader zogenaamd bidt, maar 't heeft niet veel zin. Het smaakt er niet beter om.
— Herman, roept Willy, éten!
— Jo-jo, zegt Herman en staat op.
— Eet ze! Ik ga 't ook proberen zegt hij.
De rooie schooier knikt.
's Jonge, jonge, wat smaakt die boerenkool hem goed. En dan die fijne smaak van het smoutig spek.
—=- Nergens lekkerker dan bij de boeren, mompelt hij. Goed volk, die boeren !
Heel secuur haalt hij de laatste restjes bij elkaar en maakt met de wijsvinger het bord schoon.
Ja, hij zou nog graag even met de jongens gepraat hebben, maar enfin, er zijn nog meer mensen.
Na de middag gaan de boeren slapen, prakkizeert hij. 's Morgens zijn ze er vroeg bij en de dagen zijn nu lang.
Het beste is maar, dat hij tegen ginse hooischelf ook een poos gaat maffen.
Voorzichtig zet hij 't bord met de vork op de haverkist, achter op de deel. Hij laat nog een roep naar de middendeur horen.
Zoiets van : bedankt hóór !
Hij is er warm van geworden en wist met de rode zakdoek zich 't zweet van 't gelaat. Dan loopt hij de werf af.
Zijn oude gestreepte broek begint onder aan de pijpen franjes te krijgen. Telkens komen er onder de kap van zijn klomp en rafelt het verder uit.
4)
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juli 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juli 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's