De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ZENDINGSGESCHIEDENIS EN WERELDGESCHIEDENIS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ZENDINGSGESCHIEDENIS EN WERELDGESCHIEDENIS

7 minuten leestijd

, , De zendingsgeschiedenis beheerst de wereldgeschiedenis", een zinsnede van Okke Jager in zijn hoofdstuk : Is het Avondland ondergegaan? (blz. 17). Heel zijn beschouwing staat in het teken der zending. Hij zegt, dat wij de wereldgeschiedenis , , missio centrisch" moeten bekijken. Dat wil dus zeggen dat de missie, dat is de zending, in het middelpunt moet staan. En wij moeten dus de geschiedenis vanuit de zending bezien.

Dit standpunt schijnt derhalve overeenkomst te vertonen met de roep over het , , apostolaat" in de Hervormde Kerk. Het heeft er alles van, dat alles neerkomt op wat men noemt het , .apostolaat" en dat de Kerk in naam van dat , , apostolaat" of ten behoeve daarvan zich met alles mag bemoeien.

Men spreekt van het, .handelen Gods" en het , , heilshandelen Gods" ; er zijn er, die de Kerk in het apostolaat laten opgaan ; anderen, die de Kerk om het apostolaat veronachtzamen en intussen heeft het er alle schijn van, dat men één, twee, drie de achterstand in de zendingsijver van eeuwen als in één slag wil inhalen door de Kerk, voorzover nog aanwezig, met de wereld solidair te verklaren en ze saam te binden in één apostolaire beschouwing, waiarin alle tegenstellingen versmelten.

Universalistische opvattingen van de leer der predestinatie, die de leer ener algemene verzoening vergeefs met een tegenwerping van Gods vrijmacht afwijzen, maken bovendien de zendingsarbeid vrijwel overbodig. Als alle mensen zalig worden, waartoe dan nog gepredikt en gedoopt?

Men heeft de mond vol van het handelen Gods en men doet, alsof men God alles uit de handen wil nemen. Men zegt, dat wij over Gods Woord niet beschikken mogen, maar men bazelt over het Woord en doet het zonder dat.

Zie alweer de inmiddels befaamd geworden oproep, die praat over het licht des Woords en niet de minste toelichting uit dat Woord nodig vindt of weet te geven.

Er is een orthodoxe vroomheid, welke door de heersende richting in de Hervormde Kerk als vormendienst wordt uitgekreten en geschuwd. Maar een vroomheid, die in het licht des Woords meent te kunnen wandelen, zonder dat Woord te ontsluiten, is een aanfluiting.

Ik heb bezwaar tegen die meer en meer gebruikelijke term: het handelen Gods, en het heilshandelen Gods. En dat niet, omdat God niet zou handelen, of omdat ik aan het handelen Gods ook maar iets tekort zou willen doen — vergeef mij de uitdrukking — maar omdat het handelen Gods, voor zover het voor een iegelijk mens komende in deze wereld enigermate verstaanbaar is, door velen dergenen, die zo spreken, wordt ontkend, aangezien zij een algemene openbaring ontkennen. (Vgl. Rom. 1 : 18 V.V.).

In de tweede plaats, omdat het handelen Gods, buiten de waarneming van Zijn eeuwige kracht en heerlijkheid in de schepping, een verborgen zaak is, waarvan wij buiten de Heilige Schrift en de levende gemeenschap met Zijn Woord, geen kennis hebben.

Zeker, wij kunnen daarover verstandelijk wel wat zeggen : b.v. dat God was in Christus de wereld met Zich verzoenende, doch wie weet daarvan, wie verstaat dat, die God niet als een God der verzoening in Christus persoonlijk heeft leren kennen ?

Wij kunnen die uitdrukking , , het handelen Gods" ook verstaan als een woord ter tegemoetkoming aan degenen, die een ontvluchting zoeken uit de teleurstelling en de wanhoop, tengevolge van de gebeurtenissen in onze eeuw, twee wereldoorlogen, die een wereld van verwarring achterlieten als een toneel der ontbinding van onze Westerse cultuur, zodat ze spreken van de ondergang van het Avondland en zeggen, dat het gekreim doordringt tot in 't verre Oosten.

Het handelen Gods kan vreemd zijn. Dat heeft Israël ook ervaren. Israël in ballingschap, alle nationale grootheid en ook alle nationale verbeelding moesten afgebroken en beschaamd worden, om de weg voor de Messias en Zijn Rijk te banen. Hoe vreemd was dat handelen Gods en hoe werd Zijn souvereine Majesteit daarin openbaar? In de wereld? Ja, óok in de wereld, maar eerst in de profeten, in de Zachariassen, Elisabeths, Simeons en Hanna's, en voorts in de apostelen en in de Nieuw Testamentische gemeente!

Zó, en omdat het in de gemeente openbaar werd, in haar gestalte aannam, inwendig in het geloof en uitwendig in de verschijning en de daad, zó kwam het ook in de wereld ; werd het handelen Gods ook in de wereld gezien. Het geloof ging de wereld overwinnen, het verkreeg plaats in de wereld en de geschiedenis toont aan, dat de wereld onder dat handelen Gods veranderde.

Deze feiten, dit handelen Gods in de wereld, heeft zóveel indruk gemaakt, dat het de mens van onze tijd, die nog niet geheel en al ontzonken is aan de Christelijke geloofsvisie, een toevlucht schijnt te bieden voor de wanhoop zijner ziel, als hij op de ondergang ziet.

In het , , handelen Gods" is voor hem nog een troost. Vandaar de nadruk : , , het is Gods wereld", , , Christus, , , de Heer" der wereld" en een beetje verder verwijderd: , , trouw aan de aarde", , , de mens is er niet zonder de wereld, en de wereld niet zonder de mens", en dergelijke uitdrukkingen meer.

Er is in dit alles nog zoveel een vasthouden aan eigen idealen en inzichten, een vasthouden van de aarde, die wij gebouwd hebben, en een naar ons toebuigen van het handelen Gods.

De mens van onze dagen is intussen niet zozeer verslagen over de ondergang van het Avondland, als wel over de verbreking van zijn Westerse grootheid, nog niet eens over de Westerse cultuur, want wat werkelijk cultuurgoed is, blijft op één of andere wijze, — omdat het van God is —, neen, hij klaagt over wat hij van die cultuurgoederen heeft gemaakt, wat hij daarmee verder van plan was en gehoopt had te kunnen doen.

De ondergang van het Avondland betekent ondergang van mensenwerk en menselijke verbeelding, van menselijk wroeten in Gods wereld en menselijk profijt van Gods gaven, van menselijke heerschappij en een imperia, menselijke machtsinstellingen en industrieën op het miskende fundament van Gods genade.

Ook in deze heeft het woord van de apostel zin : een ieder zie toe, hoe hij er op bouwt. (1 Cor. 3 : 10).

Daarom zit er toch iets in dat woord van Okke Jager, die de wereldgeschiedenis , , missio centrisch" wil bekekeri hebben.

Doch dan verstaan wij dat woord in het licht van het zo even aangehaalde hoofdstuk. Het gaat om het Godsgebouw en daarom om Gods akkerwerk, waarbij wij, mensen, door Gods genade betrokken mogen zijn.

God is bezig. Hij bouwt Zijn tempel, niet met handen gemaakt. Hij arbeidt aan de openbaring en de komst van Zijn Koninkrijk en dat is de eigenlijke, de ware wereldgeschiedenis. Dat maakt de wereldgeschiedenis uit. Dat is Gods werk.

Daarin past ook ondergang. Ondergang, niet van Gods werk, want Gods werk blijft, maar ondergang van alle werken der ijdele verbeelding van mensen.

Zo gaat de antithese door, ook in de geschiedenis, in ons werk, dat Gods werk is en het werk onzer ijdelheid, in de werken van geloof en ongeloof.

, .Niemand", zo vermaant de apostel verder (zie 1 Cor. 3 : 18), , , niemand bedriege zichzelf. Zo iemand onder u denkt dat hij wijs is in deze wereld, die worde dwaas, opdat hij wijs moge worden.' Want de wijsheid dezer wereld is dwaasheid bij God ; want er is geschreven : Hij vat de wijzen in hun arglistigheid. En wederom : de Heere kent de overleggingen der wijzen, dat zij ijdel zijn".

Het is een oude waarheid, dat wij de geschiedenis der wereld moeten zien in het licht der openbaring, en daarvan zullen wij iets leren, als wij onze eigen geschiedenis gaan ontdekken in het licht van Gods Woord. Immers dan wordt Gods werk gezien en nieuwe gehoorzaamheid wordt in ons geboren, die zich voegen wil naar het Woord en zichzelf in dat Woord gaat vinden.

Uit het geloof wordt ook de rechte zendingsijver geboren.

Doch wat. kan men verwachten van een mens, die zijn leven naar eigen bestek wil inrichten en wat kan men van een Kerk verwachten, die bij de menselijke buitenkant begint en aan de dingen, die des Geestes Gods zijn, niet toekomt ?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

ZENDINGSGESCHIEDENIS EN WERELDGESCHIEDENIS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's