De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET VERHAAL VAN EEN „EVANGELISATIE"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET VERHAAL VAN EEN „EVANGELISATIE"

9 minuten leestijd

't Is nu bijna een jaar geleden, dat in Rijssen zich een groep Hervormde mensen van de kerk distanciëerde. Destijds schreven wij daarover in ons Orgaan. Zij trokken zich terug in een zich „hervormd" noemende ..evangelisatie", ..hervormd-gereformeerd" wel te verstaan. Vóór het zover kwam, hadden zij, die zich als bestuur hadden opgeworpen, zich vergewist van de hulp van hen, van wie zij die redelijkerwijs konden verwachten. Zij wendden zich tot ds. Van. der Ent Braat te Elspeet als eerste. Deze durfde — (begrijpelijk) — niet zomaar te adviseren om te gaan evangeliseren. Wel zegde hij toe — (totaal onbegrijpelijk) — er te zullen komen preken, als zij er toe overgingen. Zo maakte hij zijn eerste woord door zijn tweede krachteloos.

De heer G. Mouw. over de Veluwe welbekend, en als godsdienstonderwijzer zojuist van de evangelisatie te Moordrecht naar die van Vriezenveen overgekomen, was om begrijpelijke redenen gaarne bereid de , , evangelisatie" te Rijssen met raad en daad bij te staan. Hij nam op zich in Rijssen de zieken te bezoeken, begrafenissen te leiden, catechisaties te geven en desgewenst er ook nog te preken. Nu was de weg geëffend, temeer, waar men in het zojuist leeggekomen kerkgebouw der Gereformeerde Gemeente een welkome gelegenheid vond om te vergaderen. De ..evangelisatie" begon. Ds. Van der Ent Braat vond als eerste predikant de vrijmoedigheid er het Woord Gods te bedienen, nadat de heer Mouw een week tevoren er zijn eerste preek ten beste had gegeven. Rijssen in het gehele land in opspraak. Ook in Rijssen zelf grote beroering. Ds. Van der Ent Braat was nog kort geleden in Rijssen beroepen geweest, met algemene stemmen. Hij bedankte. Hij durfde het niet aan, zoals hij zelf vertelde. Nu kwam hij echter wèl. Geen wonder dan ook, dat eenvoudige mensen door dit alles in verwarring werden gebracht. De voormannen legden een bijzondere Jehu's ijver aan de dag en dreven onzinnig. Men trok mee, wat men maar mee kon trekken. Ook poogde men meer hulpkrachten aan te trekken.

De heer De Redelijkheid kwam de ge­lederen versterken ; eerst wel wat bezwaard, naar het scheen, maar hij kwam dan toch, overeenkomstig zijn stelregel: ik preek, waar volk is. Ds. Dorsman en ds. Wijnmalen (hoe kan het anders) lieten evenmin verstek gaan. Zij preekten echter alleen in de week; 's zondags hield men leesdienst. De noodzaak deed zich echter gevoelen, om ook 's zondags een voorganger te hebben. Ook daar werd een mouw aan gepast: Mouw hielp. Bovendien was de heer Van der Kraats zeer gaarne bereid 's zondags drie beurten waar te nemen. Zijn grootste uitbreiding tot nu toe verkreeg de sprekerskring in de persoon van dr. J. C. Hooykaas. Deze kwam verscheidene zondagen achtereen, totdat hij ineens helemaal niet meer kwam.

Vraagt men hun, waaróm zij komen preken, dan is het eensluidende antwoord : Wij willen die groep voor de Hervormde Kerk behouden.

Zij hebben hen echter eerst met afscheuren geholpen.

Intussen hoopten in de groep de moeilijkheden zich op. Kinderen bleven langer dan een half jaar ongedoopt. Bij de plaatselijke kerkeraad presenteerden de ouders hen niet, hoewel die mogelijkheid er, zoals voorheen, was. Men was destijds ook begonnen in de vaste veronderstelling, dat men in de „evangelisatie" de sacramenten kon ontvangen. Ds. Van der Ent Braat had dit toch ook beloofd ? Althans, op een voorvergadering is dit door een woordvoerder van de groep medegedeeld, hoewel het moeilijk te geloven is, dat een predikant, die zijn kerkorde kent, een dergelijke belofte kan doen. Intussen hield de heer Mouw vol, dat deze belofte inderdaad gegeven is, alsook, dat ds. Van der Ent Braat beloofd had het H. Avondmaal te zullen komen bedienen in de evangelisatie te Vriezenveen.

Wat er van die beloften van ds. Van der Ent Braat waar is, of niet, dit staat in elk geval vast. dat hij met Kerstmis in Vriezenveen het Avondmaal bediend heeft. Ds. Van der Ent Braat, die van het begin af, als eerste adviseur was opgetreden, kwam toch in grote moeilijkheden, vooral met dat dopen. Hij suggereerde nu schriftelijk bij de plaatselijke predikant van Rijssen het plan, dat de kerkeraad de mogelijkheid zou openen in de kerk de doop te laten bedienen door een predikant, naar keuze van de groep. De kerkeraad is om meer dan één reden daar niet op ingegaan. Het zou trouwens ook een storm van verontwaardiging over de gemeente hebben doen losbreken.

Intussen peinsde het bestuur van de „evangelisatie" verder. Van de doopouders kwam een verzoek om toestemming, hun kinderen in Elspeet te mogen laten dopen. De kerkeraad van Elspeet zou daar geen bezwaar tegen hebben. De kerkeraad van Rijssen had echter wèl bezwaar, groot, grondig en ernstig. Hij gaf de toestemming niet. De ouders, met het bestuur, brachten deze zaak voor de commissie van bezwaren en geschillen in Zwolle. Deze verklaarde klagers niet ontvankelijk in hun klacht, omdat het bezwaarschrift niet met redenen was omkleed. Niettemin hoorde de commissie beide partijen, apart en gezamenlijk, en kwam tot de conclusie, dat hier slechts sprake was van een vermeend modaliteitsverschil, zodat ook daarom de klacht moest worden afgewezen. Het bestuur van de , , evangelisatie" heeft toen alle kronkelpaden bewandeld inplaats van de enig goede weg te gaan, n.l. te vragen, of de kinderen op normale wijze in Rijssen zelf konden worden gedoopt. Eén van die kronkelpaden voerde naar de voorganger van de Oud-Gereformeerde Gemeente te Ede, ds. Van der Poel. Deze verklaarde zich bereid om in de , , evangelisatie' te Rijssen te komen dopen.

Nu is er in Rijsen zelf ook een Oud- Gereformeerde Gemeente, die vacant is. Consulent daarvan is ds. Wiltink, uit Doetinchem. Het bestuur der , , evangelisatie" wilde de kerkeraad dezer Oud Gereformeerde Gemeente nu voor zijn karretje spannen : de kinderen, door ds. V. d. Poel gedoopt, moesten dan maar .ingeschreven worden in het doopboek van deze gemeente. Zowel ds. Wiltink, als de Oud-Gereformeerde kerkeraad, weigerden dit pertinent. Zij vermaanden ds. Van der Poel niet te dopen, en protesteerden tot het uiterste. Maar ds. Van der Poel kwam, zag en doopte. Nu : deining in de Oud-Gereformeerde Gemeente. Ds. Van der Poel reisde zijn weg terug en de doopouders kregen een briefje in hun zak, dat hun kind eens gedoopt is, te Rijssen, in ja. waarin eigenlijk ? In welke gemeente ?

Wie weet het ? ? ?

Wie nu zou menen, dat dit toch wel het einde zou betekenen van de groep als ..hervormde" groep, vergist zich.

Men ging gewoon verder. Mouw preekte, Dorsman preekte. Wie doet ze wat ? Van het begin af heeft men er de nadruk op gelegd, dat men Hervormd was en bleef. Anders wilden de mensen niet mee (hoewel er ook in 't begin reeds stemmen opgingen onder de voormannen, dat men nooit meer terug wilde). Men wilde toch blijkbaar niet eenvoudigweg bij de Oud-Gereformeerden aansluiten. Dat zou de groep uit elkaar slaan. Voor een overgang achtte men de groep nog niet rijp genoeg.

Het is en blijft een vreemde historie, ja, een duister bedrijf. Men weet niet, wat men doet. Zo was het in het begin; en zo is het nog.

De heer Mouw weet het óok niet. Enige weken geleden schreef hij in een blaadje, voor zijn mensen in Vriezenveen bestemd, dat hij geen vrijmoedigheid had om langer naar Rijssen te gaan. Intussen bleef hij de mensen in Rijssen bezoeken, en na een paar weken preekte hij ook weer in Rijssen.

Ra, ra, wat is dat? ?

De heer Mouw laat de groep niet graag los. Dat staat vast. Hij heeft er van het begin af aan begerige ogen op geslagen. En hier zit nu de moeilijkheid. Men moet kiezen : samen zo blijven voorttobben, of samen bij de Oud-Gereformeerde Gemeente of bij de Gereformeerde Gemeente een kerkelijk onderdag zoeken. De schapen weten niet, waar zij aan toe zijn. Samen zo blijven voortgaan zal op de duur moeilijk, ja, onmogelijk worden. Want Mouw sluit wel steeds huwelijken, en catechiseert, maar hoe moet het nu verder met doop en belijdenis ? Daar weet zelfs ook ds. Dorsman geen raad op. Overgaan dan naar en andere kerk ? Dat zal het beste maar zijn. Of neen, het beste is om terug te keren, zoals enkelen reeds hebben gedaan, en niet tot hun verdriet. De meesten zullen dat echter nooit doen. Zo ongeveer de gehele schuld van dit alles moet op rekening gezet worden, in de eerste plaats van ds. Van der Ent Braat, om van Mouw nu maar te zwijgen, en voorts van al de andere medewerkers, hierboven vermeld.

Wat blijft er nu over van hun leuze : de mensen voor de Hervormde Kerk bewaren ? Die zijn allang weg. Als de predikers. Van der Ent Braat voorop, die mensen bij de kerk hadden willen houden, hadden zij moeten zeggen: in Rijssen gaan evangeliseren? Dat mag nooit!

Als deze mensen ds. Van der Ent Braat zo na aan het hart lagen, waarom heelt hij dan niet getracht met de kerkeraad van Rijssen in contact te komen, en mogelijke bezwaren en misverstanden weg te nemen? Dan had hij iets positiefs gedaan. Maar wat is het nu geweest ? Hij kwam preken, vergaderen met eigen groep, plannen beramen, en vertrok weer in alle stilte. De kerkeraad met zijn predikant liet hij links liggen.

Wat is dat voor een gewroet in een andere gemeente ? En dat nog wel een gemeente, waarin geen andere prediking wordt begeerd dan die, welke door daar beroepen en gevestigde predikanten wordt gebracht, en over welke onze gemeenten zelf kunnen oordelen ? Zij hebben een blaam op de gemeente van Rijssen en haar predikant gelegd, en voorts hebben zij het omgekeerde bereikt van wat zij wilden bereiken.

Laat dit een les zijn.

Dit is nu een vorobeeld van hoe het niet moet, als men wil evangeliseren.

In Rijssen heerst nu reeds geruime tijd een weldadige rust. Na jaren van getwist en gedrijf. Niet minder dan 45 beroepen moesten worden uitgebracht, voordat de eerste predikantsplaats werd bezet. Ons dunkt, dit verklaart óok wel iets. Nu was de tweede vacature spoedig vervuld. Ook dit heeft wel iets te zeggen. Waar geen vrede is. is ook geen zegen. De kerken zijn vol, en stille zegen wordt genoten. Ook in deze storm is de gemeente staande gebleven. Hierin mogen wij Gods bewarende hand zien.

Onderschrift redactie.

Wij hebben dit verhaal opgenomen, omdat wij menen dat de schrijver volkomen op de hoogte en betrouwbaar is, vervolgens, omdat het een waarschuwing kan zijn voor anderen en een vermaning aan het adres van predikanten en godsdienstonderwijzers om zich toch te bezinnen, alvorens aanleiding te geven, dat met ambt en sacrament onheilig wordt gehandeld.

Zijn wij goed ingelicht, dan zou deze kroniek nog kunnen worden aangevuld. Wie meent, dat zulke dingen naar de mening des Heiligen Geestes zijn, moet zich toch wel erg vergissen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HET VERHAAL VAN EEN „EVANGELISATIE"

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's