Nu NOG NIET, LATER.......!
„Voor ditmaal ga heen". Handelingen 24 vs. 25 m.
, , Zoekt de Heere, terwijl Hij te vinden is ; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is", zo roept de stem van de hoogste Wijsheid ons in het Woord der Waarheid onvermoeid toe.
Velen zijn weliswaar niet zó ver van de Waarheid afgedwaald, dat zij het vaste besluit hebben genomen die stem ten einde toe, wat het ook moge kosten, hardnekkig weerstand te bieden. Dat is, op zichzelf genomen, een merkwaardig verschijnsel in het leven van zeer velen. Daarom moet de vraag wel bij ons opkomen, hoe het dan te verklaren is, dat die roepstem, die van het hoogste gewicht is, tóch voor zovelen, van wie iets beters verwacht mag worden, ten einde toe een roepstem in de woestijn blijft.
Het tekstwoord geeft ons op die vraag het antwoord. Het wijst ons op de noodlottige zucht tot uitstellen, juist inzake onze hoogste belangen. Het is een zucht die reeds voor zovelen in de loop der eeuwen zulke wrange vruchten heeft gedragen.
Hoezeer komt die zucht in de persoon van Felix aan het licht in haar eigenaardig karakter, in haar onzuivere bron en haar bedroevende uitkomst. De man, die het eerst dit noodlottige woord heeft uitgesproken, staat, oppervlakkig beschouwd, niet op één lijn met de openbare vijanden van het Evangelie. Hij is niet gelijk aan Tertullus, de kundige Romeinse advocaat, die de zaak der Joden bij Felix bepleitte. Hij is, evenmin vervuld met de blinde haat, die de hogepriester Ananias en zijn medeleden van de Joodse Raad heeft bezield. (Zie hierover het begin van dit hoofdstuk). Neen, vrijwillig, ongedwongen ontbiedt hij de gevangen apostel om hem te horen over het geloof in de Heere Jezus Christus. Hij valt Paulus ook niet ongeduldig in de rede, zoals een Festus later zou doen, maar hij laat hen rustig uitspreken. Hij hoort hem zelfs niet zonder een merkwaardige indruk aan, als hij hem hoort spreken van rechtvaardigheid, matigheid en het toekomend oordeel. Hij is dan ook geenszins van plan deze ernstige, vrijmoedige getuige voor altijd onherroepelijk uit zijn gedachten te bannen. O neen, dat niet!
Hij' gebiedt hem alleen maar , , voor ditmaal" heen te gaan..
Gaarne zou de landvoogd nog langer naar hem willen luisteren, maar helaas, voor het ogenblik heeft hij geen tijd meer om zich met zulke gewichtige aangelegenheden bezig te houden. Hij onthoudt zijn lofprijzing aan de talentvolle prediker niet, maar hij ontslaat zich alleen van de moeite om zich onmiddellijk met de inhoud der prediking bezig te houden.
De bevreesde en tóch lichtzinnige Felix is de levende en sprekende vertegenwoordiger van miljoenen mensen geworden.
Altijd weer dezelfde tegenstand, hetzelfde voorwendsel en daarom hetzelfde zelf-bedrog.
, , Voor ditmaal ga heen !" Neen, men is zeker niet van plan zich te verharden, allerminst! Maar men denkt er alleen niet over zich , , op het ogenblik" gewonnen te geven. Men wijst het Woord der waarheid niet zonder meer af. Hoe zou dat ook kunnen ? Neen, maar men stelt de gehoorzaamheid aan dat Woord uit tot een méér gelegen tijd.
Ziet, dat is de mens eigen. Dat doet het kind, totdat het een jongeling of jongedochter is geworden ; dat doet de jongeling of het jonge meisje, totdat hij of zij man of vrouw is geworden; dat doet de man of de vrouw, totdat de grijsheid daar is ; dat doet de vergrijsde man of vrouw, totdat hij of zij op het sterfbed ligt uitgestrekt. Daaraan ligt de gedachte ten grondslag, dat men hiervoor later nog wel gelegenheid zal hebben, al is het dan op het laatste ogenblik. De moordenaar aan het kruis heeft toch ook in zijn laatste ogenblikken nog genade gevonden!
Menig voorwendsel, waarmede men zich aan de hoogste eis zoekt te onttrekken, schijnt zó natuurlijk en onschuldig, dat niet weinigen zich voor het eerst over zichzelf zullen verbazen, wanneer hen voor Gods rechterstoel het laatste bedeksel der schande voor altijd uit handen zal zijn geslagen.
Waaruit is nu dit rampzalig, maar tevens ook schijnbaar bevreemdend bestaan in zijn diepste grond te verklaren ?
Een blik in het hart van Felix geeft op deze vraag het antwoord.
Zijn geschiedenis houdt ons tegelijk de spiegel der zelfkennis voor, waarin wij het beeld van ons eigen natuurlijk hart kunnen ontdekken, 't Geweten kan zich nog niet losmaken van de indruk der waarheid. Zelfs een Felix moet heimelijk huiveren, als hij denkt aan het gedagvaard worden voor de vierschaar van Gods rechterstoel. Maar de lichtzinnigheid is tevens nog geheel ongenegen om afstand te doen van de dienst der zonde, waaraan het hart met ontelbaar vele draden gebonden is. En dan is daar, niet te vergeten, de valse schaamte, die zich In de weg stelt. Ook deze verhindert vaak de waarheid om tot ons hart te naderen. Wellicht zou Felix zelf nog niet zo ongeneigd zijn geweest om plaats te geven aan een beter gevoel, maar wat zouden zijn verwanten en vrienden daarvan wel zeggen ? Wat zou Drusilla, zijn Joodse vrouw, daarvan zeggen ! Hoe zou hij te Rome worden uitgelachen en bespot, als het bekend werd dat hij een christen was geworden !
Neen, dan was het toch maar beter dat Paulus werd weggezonden, dan dat Felix in een bespottelijk daglicht werd gesteld. Later kan hij toch nog altijd, indien hij daartoe lust heeft, zijn aandacht aan deze weliswaar gewichtige, maar toch ook sombere beschouwingen wijden.
Hoe dwaas is Felix, dat hij tot een onberekenbaar morgen uitstelt, wat evengoed, ja, veel beter in het heden gedaan kan worden. Hoe misdadig is hij, dat hij alzo het genadewerk van de hoogste openbaring der liefde ondankbaar versmaadt. Hoe roekeloos is hij, dat hij een eeuwigheid op het spel zet voor enkele dagen van uitstel in de dienst der zondige vreugde.
Hoe zou ons dan de diep bedroevende uitkomst van zijn handelwijze en die van allen, die hem navolgen, kunnen verwonderen en bevreemden ? Zo hij weliswaar voor een ogenblik heeft doorzien, wat hem bedreigt, dat ogenblik wordt straks gevolgd door des te dieper verblinding, door algehele verharding, door uiteindelijke verwerping.
Later ziet Felix de apostel Paulus terug, maar dan zónder bevreesd te zijn. Straks laat hij Paulus in gevangenschap achter, om daarmee de Joden gunst te bewijzen, maar zonder zelf verlost te zijn. Tenslotte komt ook voor hém de dood, maar zonder dat hij tot deze kan zeggen: „voor ditmaal ga heen".
Wat past ons dan beter dan de ootmoedige bede : Heere, bewaar ons voor zulk een zelfbedrog en zulk een ontwaken als dat van een Felix!
Staan wij reeds door zo menige zonde schuldig voor U, behoed ons dan tenminste voor dit éne, dat ons geweten niet als met 'n brandijzer toegeschroeid worde. Geef ons een geweten, dat duidelijk blijft spreken. Schenk ons ook een hart, dat zonder uitstel gehoorzaam is. En schrijf ons door Uw Geest onuitwisbaar in de ziel: de gelegenei tijd is nü, heden!
Zo gij Zijn stem dan heden hoort. Gelooft Zijn heil- en troostrijk Woord; Verhardt u niet, maar laat u leiden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's