De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE GROTE LEVENSVRAAG

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE GROTE LEVENSVRAAG

9 minuten leestijd

Lezer (es),

Gaarne wilde ik met u spreken over de Grote Levensvraag. Ge kunt die vinden met 't daarbij behorende antwoord in het boek : Handelingen der Apostelen, daarvan het 16e hoofdstuk, de verzen 30 en 31 :

„Lieve heren, wat moet ik doen, opdat ik zalig worde ? En zij zeiden : Geloof in de Heere Jezus Christus en gij zult zalig worden".

In de gevangenis van Filippi zaten twee Godsgezanten. Ze hadden hun gedwongen verblijf in die gevangenis te danken aan een menigte, die opgezwiept was door enkele gewetenloze elementen, die door de genezing van een meisje met een waarzeggende geest, hun broodwinning verloren zagen gaan. Deze genezing was door Paulus in de naam des Heeren tot stand gebracht. Ze waren goed opgeschoten. De cipier had hun voeten in een houten blok gesloten, zodat ontvluchten onmogelijk was geworden.

Maar inplaats van de moed te verliezen, gingen Paulus en Silas bidden en zingen ter ere van God. In de gevangenis gingen ze van Hem getuigen en ze vonden een aandachtig gehoor.

Ze vertrouwden volkomen op hun God. In deze benarde situatie waren hun harten in Hem gerust.

En God stelt hen in hun vertrouwen niet teleur. Midden in de nacht doet Hij een aardbeving komen, die een merkwaardige uitwerking heeft. De deuren van de gevangenis vliegen open en de banden van de gevangenen werden los. De cipier wordt wakker en wanneer hij de situatie overziet, wordt hij ontzettend bang. Hij was veïantwoordelijk voor de gevangenen. Nu hij daarin naar zijn mening tekort schiet, blijft er voor hem maar één weg open: de dood.

Maar er is nog iets (en dan volg ik een uitlegger). Er is bij deze man in de diepste grond een Godsangst. De majesteit van het goddelijke drijft hem in de dood.

Maar God heeft geen lust in de dood van deze man. Hij laat Paulus een ernstige waarschuwing uitspreken: Doe u zelf geen kwaad. Dood u zelf niet!

De man laat zijn zwaard zakken. Maar wanneer de rust terugkeert aangaande zijn werk, dringt een andere onrust te feller naar voren. Het is een onrust die het diepst van zijn ziel beroert. En in de kreet : Lieve heren, wat moet ik doen, opdat ik zalig worde, of zoals ik ook vertalen mag : behouden worde, legt hij heel zijn zielenood neer.

Deze man spreekt in zijn angst uit dat, wat bijna ieder mens zo graag wil bezitten, die iets weet van God en er rekening mee houdt, n.l. zaligheid.

We hebben hier te maken met een noodkreet, die losbreekt uit een door Gods Geest bewerkt geweten.

Het is de vraag naar de enige troost in leven en in sterven. En is dit niet een belangrijke vraag? Is dit niet de grote levensvraag, die ons allen moet bezig houden ? Een vraag voor zieken en gezonden, voor jong en oud, voor man en vrouw.'

Wellicht zitten velen, die dit lezen, ook met deze vraag te worstelen.

Daarom moet er een antwoord op deze vraag gegeven worden.

De cipier bedoelt met zijn vraag : Langs welke weg kan ik de zaligheid ontvangen ? Langs welke weg vind ik rust voor mijn ziel ? En zou de Heere een mens, die hiermede zit, zou de Heere op dit noodgeschrei dan geen antwoord geven?

Lezer(es). We kennen elkaar niet. Laat staan de omstandigheden, waarin gij verkeert. De een tobt over zijn ziekte, de ander over zijn gebondenheid aan huis. Weer een ander heeft een fel verdriet te dragen. Wat is er een ontstellend groot leed en verdriet in de wereld en misschien ook in ons eigen leven.

Maar waar u mee moogt zitten en hoe erg dit u ook kan neerdrukken, als dit het enige is en het heeft geen betrekking op de grote reeds genoemde levensvraag, dan hebt ge nog hooit de diepte gepeild of. gevoeld van de nood, waarin ieder mens van nature verkeert.

Onze verhouding met God moet in orde zijn. En wat is het geval met de mens ? Zijn we niet allen in zonde ontvangen en geboren ? Daardoor is er een breuk gekomen met God. Daardoor verkeren we in doodsnood, ook al wordt dit niet altijd beseft en doorleefd. En al weten we dit, dan zien we, helaas, dat er zo dikwijls overheen geleefd wordt.

Ook komt het voor, dat we deze nood niet onder ogen durven zien, omdat ze ons angstig maakt.

Maar nu komt de Heere tot ons en Hij zegt het zo heel wel gemeend: Doe u zelf geen kwaad, door achteloos aan deze levensvraag voorbij te gaan. Hij wil ook u nog bearbeiden door Zijn Woord en Geest, net als Hij dat gedaan heeft bij de cipier van Filippi.

Maar nu kom ik tot u met de zeer persoonlijke vraag : Heeft u wel eens in uw leven gevraagd: Wat moet ik doen, opdat ik zalig worde ?

Is 't ook uw begeerte om in uw leven te kennen Hem, Die u alles kan schenken, wat u nodig hebt: troost in uw verdriet, bemoediging in uw lijden : sterkte in uw geloofsmoeilijkheden, kortom zaligheid ? Heeft u daar wel eens echt om gebeden, daarom echt geworsteld bij de Heere ? Zie, dan laat God u echt niet met uw moeilijkheden zitten. Hij kan en wil en zal in nood, zelfs bij het naderen van de dood, volkomen uitkomst geven. Luister maar naar het antwoord, dat de cipier ontvangen heeft: Geloof in de Heere Jezus Christus en gij zult zalig worden! Ge ziet dus, dat een mens niet wanhopig of radeloos behoeft te worden. In de dionkerste nacht van zijn leven ontvangt deze man het antwoord op zijn levensvraag, straalt hem tegen het licht van het rijke Evangelie.

Dit zelfde geldt ook nog voor u, die dit leest. Ge moet dus met de cipier geloven.

Paulus en Silas geven samen dit rijke antwoord. Samen wijzen ze deze man met zijn grote nood en ook ons op de Heere Jezus, Die men alleen door het gelooft leert kennen als de Zaligmaker. Er wordt van u gevraagd af te zien van uzelf. Stel niet meer uw vertrouwen op uzelf of op andere mensen, maar geef u volkomen over aan de Heere. Onderwerp u aan Zijn leiding. Erken Hem als uw Heere, Dit alles kunt ge alleen doen wanneer ge Hem kent en vertrouwt. Want geloof veronderstelt een zekere kennis van wat God in het heilig Evangelie, in de Bijbel dus, heeft beloofd. Kent gij uw Bijbel wel ? Het Woord van God is een kracht Gods tot zaligheid, een ieder, die gelooft.

In deze tijd valt het mij wel eens op, hoe weinig men de Bijbel kent. Uw- Bijbel moet ge kennen en lezen. Ge kunt er zo ontzaglijk veel aan hebben. Maar voldoende is die kennis alléén niet. Er moet ook een vast vertrouwen zijn in uw hart. Ge moet er persoonlijk bij betrokken worden. Zie, dit vertrouwen kan ik u niet geven. Dit kan alleen de Heilige Geest doen. Ik zeg dit niet als een dooddoener. Daar is de zaak veel te belangrijk voor. De Heilige Geest werkt door het Evangelie dat vertrouwen in uw hart. Zo moet er In uw leven zijn of komen een aanhoudend gebed om die Geest te leren kennen in uw leven. Dit is de weg, die de Bijbel ons wijst.

Hebt gij nu wel eens gebeden om die Geest ? Ge kunt er echt niet buiten! Die Geest wordt in de Bijbel ook wel genoemd : de Trooster. Welk een heerlijke naam is dat voor u, met alles waar ge mee zit. Deze Geest laat u de nood zien, maar laat u er niet mee zitten. Hij zal u helpen. Dat heeft God beloofd in Christus. Die Heilige Geest mag u alles schenken, wat Christus verworven heeft om u echt gelukkig te maken (en dat wilt u toch graag worden ? ) Die Zaligmaker wil u en kan u verlossen van uw zonde, waar ge misschien over tobt. En is de macht der zonde niet groot ? Hij wil u en kan u verlossen van de Boze en lijkt het niet, dat diens macht niet gebroken kan worden ?

Wie ge ook zijt, en waar ge ook mee zit: Groter dan de Helper is de nood toch niet!

Die Zaligmaker wordt ook de Christus genoemd. Het wil dit zeggen: Hij wil u volkomen bekend maken de weg van uw verlossing. Ge behoeft daarover niet in het onzekere, te verkeren. Let wél: de raadselen van uw leven worden niet opgelost, uw lijden wordt niet weggenomen, maar wél laat Hij u zien, dat dit alles mee moet werken ten goede.

Wend u dan tot Hem, heden.

Maar Hij doet meer dan wijzen, Hij wil u ook tot Zijn eigendom maken. Hij kan dat, doordat Hij er voor geleden heeft. Hij heeft aan alle voorwaarden voldaan om dit mogelijk te maken.

En eenmaal Zijn eigendom, zijt gij volkomen geborgen. Want ge voelt toch wel, dat Hij het nooit zal gedogen dat Zijn eigendom in andere handen overgaat. Hij bewaart en beschermt de Zijnen tot in alle eeuwigheid. Al deze weldaden zullen uw deel worden, indien gij gelooft; Geloof in de Heere Jezus Christus en gij zult zalig worden. God Zelf staat er voor in. En nog nooit heeft Hij zich schuldig gemaakt aan woordbreuk.

Ge komt er echt op aan!

Voor arme zondaren is er een rijke Christus.

Lezer(es) : doe u zelf geen kwaad, door in ongeloof dit woord naast u neer te leggen. Doe u zelf geen kwaad, door de beloften van God niet te geloven. Doe u zelf geen kwaad, door andere vra­gen boven deze levensvraag te stellen. Maak er toch ernst mee. Wie zich In dit opzicht kwaad doet, zal ervaren, indien hij in die houding, volhardt, wat het zeggen wil te liggen onder het oordeel van Goid. Hij zal voor eeuwig ongelukkig blijven.

Lezer(es) : Geloof, bid om dit geloof en leg dan gelovig in uw gebed neer alles, waar ge mee zit. Dan zult ge het met de cipier ervaren, dat de Heere uitkomst geeft. Dan alleen zult ge waarlijk rijk zijn en gelukkig, ook al zijt ge arm naar de wereld en vol verdriet. Ook al gaat ge gebogen onder de last van heel veel lijden, want ge bezit dan een Heiland, die achter u staat en u kracht geeft om alles te dragen, een Heiland, Die u nooit te veel te dragen geeft, waiit uiteindelijk draagt Hij u dwars door dit alles heen.

De Heere Jezus Christus zal u dan eens op Zijn tijd van dit alles verlossen, want eens komt het moment, waarop Hij de Zijnen tot Zich nemen zal in de eeuwige heerlijkheid. Dan zijt ge thuis. Daar is geen verdriet, geen pijn, geen lijden meer. Daar zijn ook geen tranen meer, want daar zal de eeuwige vreugde zijn. Daar zult ge eeuwig zingen van Gods goedertierenheên.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE GROTE LEVENSVRAAG

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1956

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's