Rembrandt-herdenking
De herdeningsbijeenkomst „ter gelegenheid van het feit, dat Rembrandt driehonderd vijftig jaar geleden werd geboren", zoals op 't officiële programma stond vermeld, kon de 16 juli 1956 op geen betere plaats gehouden worden dan in de Westerkerk te Amsetrdam. Deze oer-protestantse kerk met haar twee zijbeuken, getuigend van de , , nye leere" tegenover de kruisbouw van het Roomskatholiek dogma, paste bij de nieuwere kunstexpressie waarmee Rembrandt een andere weg insloeg dan de middeleeuwse schilders met hun verstarde devotie der naar de hemel strevende heiligen. Neen, Rembrandt zocht de mens in zijn natuurlijke geaardheid, in zijn vreugde en zijn leed, in z'n schuld en zijn geloofsovergave. Het leven had hem het donker van deze wereld bekend gemaakt, maar over het donker van dit leven valt een licht, een transcendent licht uit de hemel, zoals dat ook binnenvalt door de hoge ramen van de stralende Westerkerk. In afwijking van het kunstideaal der oudheid, verhief Rembrandt het licht boven de kleur.
De Westerkerk was bij uitstek de plaats der herdenking. Hoe vaak heeft de grote meester de Westertoren niet getekend en geëtst? De vier kinderen van Rembrandt werden in de Westerkerk gedoopt, evenals Cornelia, het kind van Hendrickje Stoffels. Het grafboek van de Westerkerk vermeldt, dat Rembrandt van Rijn daar begraven werd onder steen 153. „Deynsdag, 8 October 1669, Rembrandt van Rijn, schilder, op de Roosegraft, tegenover het Doolhof. Laat na 2 kijnders", zo staat het in het grafboek.
Vijftig jaar geleden wilde men zijn gebeente opgaven om het een eervoller plaats te geven, maar men vond er niets dan „zuiver, wit zand". Heeft het graf buiten de kerk gelegen? Is zijn stoffelijk overschot in later dagen opgeruimd? Wij weten het niet. Het is alsof wij alleen genoegen moeten nemen met zijn schilderijen, waardoor de schilder nog steeds tot ons spreekt, nadat hij gestorven is. De 16 juli was de Westerkerk geheel mét genodigden gevuld. Vele kunstenaars waren aanwezig, men zag het aan de expressieve gezichten en de weelderige haardos. De kerk was met groen en witte bloemen versierd. Vlak onder 't majestueuze orgel was de Koninklijke Christelijke Oratorium Vereniging opgesteld, die onder leiding van Simon C. Jansen en begeleid door drie trompetten, vier trombones, pauken, en orgel, aan het eind van de plechtigheid , , Choros V Clair Obscur" ten gehore zou brengen. Dit stuk was voor deze gelegenheid gecomponeerd door dr. Anthon van der Horst op de tekst van P. C. Boutens :
„Waar tijd en eeuwigheid elkaar beroeren. Worden de sterren in den nacht geboren, Vuurbloemen, die de rijzendranke roeren Van donk're aardtochten naar Gods ooglicht boren".
Onder het gebeier van de zware torenklokken betrad om kwart over drie de Koningin de kerk. Allen gingen staan. Nadat Hare Majesteit gezeten was, opende de burgemeester de plechtigheid. Simon C. Jansen bracht de Echo- Fantasie van Jan Pz. Sweelinck ten gehore. Dan hielden drie sprekers hun herdenkingstoespraak. Prof. dr. J. Q. van Regteren Altena sprak over Rembrandt en Amsterdam. De Oostenrijkse kunstschilder O. Kokkoschka, sprak namens de buitenlandse kunstenaars. Prof. Ch. F. Roeloftsz namens de Nederlandse kunstenaars. Kokoschka moest aan het begin van de laatste oorlog voor het Nazisme vluchten naar Engeland. Zijn toespraak trof mij het meest. Hij bepaalde de aanwezigen bij Rembrandt's menselijkheid in zijn schilderstukken. Prof. Roelofsz maakte een m.i. ongeoorloofd gebruik van het , , Onze Vader", waarvan hij de gebeden als themata voor zijn toespraak gebruikte.
Wat ik bij deze toespraken pijnlijk miste, was de transcendente betekenis van het „clair-obscur". De toespraken waren slecht te verstaan, maar toch meen ik te moeten vaststellen, dat aan dat wezenlijke geloofselement van Rembrandt's schildersstuwing geen recht werd gedaan. De eerste spreker sprak wel over Descartes, maar aan het Calvinistische geloof, dat op mysterieuze wijze in de schilderkunst van de grote meester uitdrukking vond, werd geen aandacht geschonken. Het licht, dat in Rembrandt's schilderwerken valt op het donker van dit aardse leven, is het transcendente licht van Gods heil in Jezus Christus (Walter Nigg). In allerlei beschouwingen over het leven van Rembrandt verwijt men tegenwoordig de kerkeraad van de Amsterdamse gemeente toentertijd gebrek aan begrip voor Rembrandt's levenssituatie. De predikanten en de kerkeraadsleden, zo zegt men, hebben Rembrandt niet verstaan. Maar heeft de officiële kunstwereld hem wèl verstaan, wanneer men in een herdenkingsdienst met geen woord rept over het existentiële geloof. dat de grote meester voortdreef, als hij zijn moeder schildert met de grote Statenbijbel voor zich, als hij door zijn talloze bijbeletsen getuigenis aflegt van dat geloof, als hij door het licht, dat van de hemel neerdaalt op de aarde, wil uitdrukken zijn verwachting in de goddelijke Bron van dat licht? Zijn wij als volk zó ver van het profetische Woord afgeweken, dat wij de geloofsstuwing van deze door God begenadigde kunstenaar niet meer onderkennen ?
Na de dood van Rembrandt werd op de schildersezel in zijn atelier een nog onvoltooid schilderij aangetroffen ; een afbeelding van Simeon in de tempel, die zegt: , , Nu laat Gij Heer Uw dienstknecht gaan in vrede, want mijn ogen hebben uwe zaligheid gezien". Bij alle teleurstelling was ik dankbaar, dat de wijkpredikant van de Westerkerk, ds. H. A. Visser, zondagmorgen 15 juli in een kerkdienst Rembrandt als christen herdacht met die tekst. Zoals ik ook dankbaar was voor het lied, dat Aafje Heynis door Simon C. Jansen op het orgel begeleid, in de herdenkingsbijeenkomst op ontroerende wijze zong. Het was een lied van Jan Luyken, dat de diepste indentie van de koning der kunstenaars weergaf :
Der nare schaduw is aan 't breeken. Terwijl de schone Morgenstar, Syn blinkend hooft komt op te steeken. En, brengt den dageraadt van var. O Sonne, heer'lijk, overtoogen. Met purper, van het Morgen roodt, Soo koninglyk, voor onse oogen. Uw Majesteyt is schoon, en groot :
Maar, in het Oost, van ons Geloven, Verryst een and're Dageraadt, Die uwe schoonheyt gaat te hoven, Hoogwichtig, sender perck of maat O Schoons Doch! wie kan u roemen. Naar waarde, van uw heer'lykheidt ? Wie kan uw glans genoegzaam noemen. Van sulck een hoogen Majesteyt?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1956
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's